id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.263 Rolnummer: A. 75679/VII-15918 Zaak: Arrest 133263 - - 29/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-27 Raadplegingen: 45 - laatst gezien 2026-07-04 07:45 Fiche Arrest nr 133.263 van 29 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Tussenkomst geweigerd Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.263 van 29 juni 2004 in de zaak A. 75.679/VII-15.918. In zake : de n.v. WASSERIJ LOTOR, die woonplaats kiest bij Advocaat J. DEPREZ, kantoor houdende te ANTWERPEN, Lange Leemstraat 59 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. tussenkomende partij : Emiel DERKINDEREN, voorheen wonende te HOBOKEN, Aartselaarstraat 162. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. WASSERIJ LOTOR op 12 september 1997 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van "het besluit van de Bestendige Deputatie van de Provincie Antwerpen dd. 26 juni 1997, waarbij het besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van de Stad Antwerpen van 13 februari 1997 waarbij aan verzoekster de vergunning werd verleend tot het verder exploiteren en veranderen van een wasserij te 2660 Antwerpen-Hoboken, Aartselaars- traat 166, werd gewijzigd en o.a. artikel 3 werd aangevuld met de volgende bijzondere voorwaarde : er dient gewerkt te worden met gesloten ramen en deuren"; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 28 november 1997 ingediend door Emiel DERKINDEREN; Gelet op de beschikking van 10 december 1997 die de tussenkomst van Emiel DERKINDEREN toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; VII-15.918-1/9 Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 22 april 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 4 mei 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 juni 2004; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. WILLEMSE die, loco Advocaat J. DEPREZ verschijnt voor de verzoekende partij, van Bestuurssecretaris S. TAVERNIER, die verschijnt voor de verwerende partij, en van de tussenkomende partij, die verschijnt in persoon; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. De feiten Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.1. Verzoekende partij baat aan de Aartselaarstraat nr. 166 te Antwerpen een wasserij uit. Emiel DERKINDEREN, tussenkomende partij, is omwonende van de inrichting. 1.2. Op 12 november 1996 dient de verzoekende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen een milieuvergunningsaanvraag in voor de verdere exploitatie van de wasserij. Bijlage 8 bij die aanvraag omvat de VII-15.918-2/9 preventieve voorzieningen. Wat betreft "de hinder door lawaai, trillingen en stralingen te voorkomen en/of te beperken" leest men : "Er wordt gewerkt in een gesloten ruimte". 1.3. In het kader van het openbaar onderzoek wordt één schriftelijk bezwaarschrift en een petitielijst met 65 handtekeningen ingediend. Uit de bezwaren blijkt dat onder meer geklaagd wordt over geluidshinder. 1.4. Op 13 februari 1997 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen de gevraagde vergunning. In de aanhef van het collegebesluit leest men dat de tijdens het openbaar onderzoek uitgebrachte bezwaren worden opgevangen door het opleggen van milieuvoorwaarden. De algemene en de sectorale milieuvoorwaarden worden opgelegd, alsook enkele bijzondere milieuvoor- waarden. Wat betreft de geluidshinder wordt opgelegd dat rustverstorende werkzaam- heden verboden zijn op weekdagen tussen 19 en 7 uur alsmede op zon- en feestdagen. 1.5. Met een aangetekend schrijven van 4 maart 1997, blijkens een bestuurlijke stempel ontvangen op 12 maart 1997, tekent de familie DERKINDEREN administratief beroep aan tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen. Emiel DERKINDEREN en zijn gezinsleden beklagen zich er onder meer over dat hun bezwaarschrift uit het dossier is verdwenen, en zij stellen dat de in dit bezwaarschrift geopperde bezwaren geenszins worden opgevangen door de opgelegde milieuvoorwaarden. In het in bijlage gevoegde bezwaarschrift wordt onder meer geklaagd over lawaaihinder. Zo wordt er geklaagd over "lawaaihinder in de tuin en in het achterhuis (soms vóór 7h00 Voorts wordt gesteld : "Deze lawaaihinder is in de zomer nog erger daar er dan gewerkt wordt met open daken, open deuren en ramen! In deze omstandigheden is het onmogelijk om ook maar enigszins van onze tuin te genieten, of om een venster of raam van ons achterhuis te openen.". In de bijlagen bij het "verdwenen" bezwaarschrift gaat de familie DERKINDEREN gedetailleerd in op de milieuvergunningsaanvraag en haar bijlagen. Zij staat ook stil bij de preventieve voorzieningen, onder meer deze m.b.t. "Voorko- ming of beperking van lawaai" waar zij stelt : VII-15.918-3/9 "Dat er gewerkt wordt in een Nog steeds in bijlage bij hetzelfde bezwaarschrift somt de familie DERKINDEREN een aantal op te leggen voorwaarden op, onder meer "akoestische eisen". Zij vraagt : "Preventieve maatregelen om volgende maxima niet te overschrijden. (vb: akoestische muur op perceelgrens, voorzien van een verluchtingsin- stallatie zodat de koepels in de zomer dicht kunnen blijven, enz.)", waarop dan de normaal aanvaardbare grenzen van de geluidshinder volgens de vakliteratuur worden opgesomd. 1.6. In het kader van de beroepsprocedure wordt een reeks adviezen uitgebracht die alle principieel gunstig zijn. De afdeling Milieuvergunningen van AMINAL stelt voor om het besluit van het college van burgemeester en schepenen gewoon te bevestigen, zonder bijkomende bijzondere exploitatievoorwaarden dus. De Provinciale Milieuvergunningscommissie stelt ook voor om het in eerste aanleg genomen besluit te bevestigen, doch mits aanpassing van de omschrijving van het voorwerp van de aanvraag en mits aanvulling met een bijkomende bijzondere voorwaarde namelijk : "er dient gewerkt te worden met gesloten ramen en deuren". 1.7. Op 26 juni 1997 wordt de thans bestreden beslissing genomen. Het beroep van de familie DERKINDEREN wordt gedeeltelijk gegrond verklaard. Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 13 februari 1997 wordt grotendeels bevestigd. Er wordt onder meer een bijkomende bijzondere voorwaarde opgelegd, te weten : “Er dient gewerkt te worden met gesloten ramen en deuren". Het is deze bijzondere voorwaarde die de verzoekende partij grieft. 1.8. Het bestreden besluit wordt aan de verzoekende partij betekend met een aangetekend schrijven van 16 juli 1997; 2. Ontvankelijkheid van de vordering tot tussenkomst 2.1. Overwegende dat in haar laatste memorie de verzoekende partij meedeelt dat "de Heer DERKINDEREN per 21 januari 2003 werd afgeschreven naar 2018 Antwerpen, Plantin & Moretuslei, 192, bus 31 en Mevrouw LEYS Patricia per VII-15.918-4/9 19 februari 2003 naar 2660 Antwerpen-Hoboken, Antwerpsesteenweg 285 bus 1"; dat zij betoogt dat deze verhuis impliceert dat de tussenkomende partij niet langer belang heeft bij haar tussenkomst in onderhavige zaak; 2.2. Overwegende dat uit de neergelegde stukken blijkt dat de tussenkomende partij niet langer woonachtig is op het adres Aartselaarstraat 162 te Antwerpen-Hoboken en dus niet meer in de onmiddellijke omgeving van de in het geding zijnde inrichting; dat dienvolgens zij niet langer belang heeft om in het onderhavig geding tussen te komen; dat het gegeven dat de dochter van Emiel DERKINDEREN thans in de onmiddellijke nabijheid van inrichting woont, zoals hij ter terechtzitting betoogt, daaraan geen afbreuk doet; dat de tussenkomst moet worden afgewezen; 3. De gegrondheid van het beroep 3.1.1. Overwegende dat de verzoekende partij als eerste middel de schending aanvoert van artikel 50, § 4,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.