id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.272 Rolnummer: A. 74450/VII-15534 Zaak: Arrest 133272 - - 29/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-27 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-04 07:46 Fiche Arrest nr 133.272 van 29 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.272 van 29 juni 2004 in de zaak A. 74.450/VII-15.
- In zake : de n.v. CONFORMA, die woonplaats kiest bij advocaat Chr. CAUWE, kantoor houdende te GENT (SINT-DENIJS-WESTREM), Kerkwegel 1 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Sociale Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. CONFORMA op 23 mei 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het "KB van 17 maart 1997 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen tegemoetkomt in de kosten van de magistrale bereidingen en daarmee gelijkgestelde producten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 27 maart 1997"; Gelet op het arrest nr. 69.407 van 4 november 1997 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door de verzoekende partij; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 1 juli 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; VII-15.534-1/4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 15 april 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 mei 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van adjunct-adviseur M. VANDER- LEENEN; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het bestreden koninklijk besluit de voorwaarden vaststelt waaronder de ziekteverzekering tegemoet komt in de kosten van de magistrale bereidingen en daarmee gelijkgestelde producten; dat dit omvangrijk besluit twintig artikelen en een zeer omvangrijke bijlage bevat; dat het de fyto- producten en siropen, producten die de verzoekende partij vervaardigt en verspreidt, niet meer opneemt in de lijst van terugbetaalbare producten; Overwegende dat de verwerende partij bij wege van exceptie opwerpt dat de verzoekende partij niet concreet aantoont van welke bepalingen van het bestreden besluit zij rechtstreeks nadeel ondervindt, en dat die partij in wezen de impliciete weigering aanvecht om haar producten terugbetaalbaar te stellen, terwijl daartoe geen rechtsplicht in hoofde van de verwerende partij bestaat; Overwegende dat de verzoekende partij, ook na door het bevoegde lid van het auditoraat te zijn uitgenodigd dienaangaande verduidelijking te verschaf- fen, alleen stelt dat zij door het schrappen van de fyto-producten uit de lijst van terugbetaalbare producten een groot financieel nadeel lijdt; Overwegende dat de exceptie aansluit bij hetgeen gewezen werd in het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit werd verworpen, nl. dat de verzoekende partij ?niet concreet VII-15.534-2/4 aangeeft welke bepalingen van het bestreden besluit haar rechtstreeks nadeel kunnen berokkenen, hoewel het duidelijk is dat het niet het bestreden besluit in zijn geheel is”, en waarbij ook werd vastgesteld dat de verzoekende partij eigenlijk de impliciete weigering aanvecht om haar producten terugbetaalbaar te maken, zonder dat een middel wordt ontwikkeld waaruit zou moeten blijken dat er in hoofde van de verwerende partij een rechtsplicht bestaat om voor die producten in terugbetaalbaar- heid te voorzien; Overwegende dat het betoog van de verzoekende partij in geen enkel opzicht tegemoet komt aan de vragen van het auditoraat, noch aan hetgeen dienaangaande in het kortgedingarrest werd vastgesteld; dat die partij aldus nog steeds in gebreke blijft aan te tonen in welk opzicht zij belang heeft bij de vernietiging van het gehele besluit, aan te duiden bij de vernietiging van welke bepalingen zij desgevallend wel belang heeft en waarom, en aan te tonen dat in hoofde van de verwerende partij een rechtsplicht bestond haar producten terugbetaalbaar te maken; dat het niet de taak van de organen van de Raad van State is dit in de plaats van de verzoekende partij te doen; dat de exceptie gegrond is, en de vordering onontvank- elijk, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. VII-15.534-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig juni tweeduizend en vier, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE , kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-15.534-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.272 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1997:ARR.69.407 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.