id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.277 Rolnummer: A. 76318/VII-16101 Zaak: Arrest 133277 - - 29/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-27 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-07-04 07:47 Fiche Arrest nr 133.277 van 29 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.277 van 29 juni 2004 in de zaak A. 76.318/VII-16.
- In zake : Jos LYSMONT, die woonplaats kiest bij Advocaat G. KINDERMANS, kantoor houdende te HEERS, Steenweg 161 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van LIMBURG. ----------------------------------------------------------------------------------------------- --- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jos LYSMONT op 27 oktober 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg van 11 september 1991, waarbij het beroep wordt verworpen dat door verzoeker werd ingediend tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint- Truiden van 18 april 1997, houdende de weigering van de milieuvergunning voor de omvorming van een rundveehouderij tot een varkenshouderij; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. PROVOOST; Gelet op de beschikking van 27 november 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 4 mei 2004 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 10 juni 2004; VII-16.101-1/5 Gehoord het verslag van Staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat F. STRAUVEN die, loco Advocaat G. KINDERMANS verschijnt voor verzoeker, en van Bestuursse- cretaris T. ROOSEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Feitelijke gegevens Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- Roland LYSMONT, vader van verzoeker, exploiteerde een rundveehouderij aan de Helshovenstraat in Sint-Truiden. Voor de inrichting werd op 17 oktober 1977 vergunning verleend voor 60 runderen, voor een termijn van dertig jaar. Op 19 februari 1991 werd vergunning verleend voor 114 runderen en de opslag van 28 m³ dierlijke mest, voor een termijn tot 1 september
- De inrichting ligt, krachtens het bij koninklijk besluit van 5 april 1977 vastgestelde gewestplan Sint-Truiden, in woongebied met landelijk karakter. Zij bevindt zich in de dorpskern van de deelgemeente Groot Gelmen. 1.
- Op 2 maart 1993 dient Roland LYSMONT een mestbankaan- gifte in voor het aanslagjaar
- Daarin wordt gemeld dat de inrichting werd stopgezet op 20 oktober
- Tegelijk wordt vermeld dat de inrichting werd overgelaten aan verzoeker. Er worden geen dieren aangegeven. 1.
- Op 26 maart 1994 dient verzoeker een mestbankaangifte in voor het aanslagjaar 1994, waarin 100 runderen worden aangegeven. 1.
- Op 11 februari 1997 dient verzoeker een milieuvergunningsaan- vraag in, voor het vervangen van 100 runderen door 495 mestvarkens, en de uitbreiding van de mestopslagcapaciteit tot 495 m³. Die omvorming was in feite reeds gerealiseerd. VII-16.101-2/5 1.
- Op 18 april 1997 weigert het college van burgemeester en schepenen de vergunning, waarbij het blijkbaar aanneemt dat ook de overname van de inrichting vergunningsplichtig is en kan geweigerd worden. 1.
- Verzoeker tekent daartegen administratief beroep aan. 1.
- Op 11 september 1997 wordt de bestreden beslissing genomen : voor zover het beroep gericht is tegen de weigering akte te nemen van de overname van de inrichting wordt het beroep onontvankelijk bevonden; voor wat betreft de weigering de omvorming tot varkenshouderij te vergunnen wordt het beroep verworpen, omdat, enerzijds, de uit te voeren activiteiten niet verenigbaar zijn met de geldende planologische voorschriften, en, anderzijds, de omvorming van het rundveebedrijf naar een varkensbedrijf niet kan worden toegestaan vermits de exploitatie valt onder de verbodsbepaling van artikel 5.9.4.3, 1/, b, van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II);
- De ontvankelijkheid 2.1.
- Overwegende dat de verwerende partij een tweede exceptie inroept, die luidt als volgt : "Overwegende dat volgens artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State uw raad enkel uitspraak doet over beroepen tot nietigver- klaring WEGENS niet-naleving van substantiële vormen, onwettigheid ten aanzien van de motieven, machtsafwending en schending van de wet; dat in het voorliggende verzoekschrift dd. 27 oktober 1997 evenwel enkel een uiteenzetting van de feitelijke gegevens wordt weergegeven met inbegrip van een bijna exacte opsomming van de grieven die verzoeker Lysmont aanhaalde in zijn schrijven dd. 13 mei 1997 waarbij hij beroep instelde bij ons college tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad St.-Truiden; dat derhalve enkele argumenten betreffende de procedure in eerste aanleg opgeworpen worden; dat de middelen waarin kritiek op de motivering van de in eerste aanleg genomen beslissing uitgebracht worden, echter niet dienstig zijn tot staving van het beroep tot nietigverklaring van de beslissing die in tweede aanleg is genomen en die in de plaats komt van de eerste (zie R.v.St. arr. Demeyer, nr. 26.179 van 14 februari 1986); dat verder betreffende het bestreden besluit dd. 11 september 1997 van ons college enkel gesteld wordt dat verzoeker niet akkoord kan gaan met dit besluit dat het besluit dd. 18 april 1997 van het college van burgemeester en schepenen van de stad St.-Truiden bevestigt wat de weigering van de verandering betreft; VII-16.101-3/5 dat bijgevolg geen enkel van de in artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vermelde argumenten die tot een eventuele nietigverklaring zouden kunnen leiden door verzoeker ingeroepen worden tegen het besluit dd. 11 september 1997 van ons college; dat het verzoek tot nietigverklaring dan ook om deze reden onontvan- kelijk is (zie R.v.St. arr. Jorissen, nr. 17.510, van 16 maart 1976) (...)"; 2.1.
- Overwegende dat verzoeker daarop het volgende antwoordt : "(...) dient het middel van concluant dat de bestendige deputatie, net als het college van burgemeester en schepenen van de stad St.-Truiden, de inrichting als niet bestaande inrichting beschouwden, begrepen te worden als een middel aangaande een schending van de wet. Concluant is immers van oordeel dat overeenkomstig de ter zake toepasselijke wetgeving en gezien de feitelijke gegevens betreffende het bedrijf van concluant waarop deze wetgeving dient toegepast te worden, men het bedrijf van concluant wel degelijk als een bestaande inrichting had moeten beschouwen"; 2.1.
- Overwegende dat artikel 2, § 1, 2/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State bepaalt dat het verzoekschrift een uiteenzetting van de middelen dient te bevatten; dat een middel een uiteenzetting is over de rechtsnorm die door de bestreden beslissing zou zijn geschonden, en over de wijze waarop die norm zou zijn geschonden; dat in het verzoekschrift letterlijk het volgende wordt gesteld : "De weigering is voornamelijk gebaseerd op het ongunstig advies van de mestbank. Dit advies is gebaseerd op het jaar 1993 toen het bedrijf door verzoeker werd overgenomen van zijn vader, Roland LYSMONT. In 1992 had vader LYSMONT nog dieren en gronden aangegeven. In 1993 heeft verzoeker dan het bedrijf van zijn vader overgenomen en heeft de adviseur van de B.B.L. die de papieren reeds jaren invulde een streep getrokken door de aangifte van vader en vanaf 1994 heeft verzoeker dan correct alle gronden en dieren terug aangegeven. Omwille van de vergissing van de adviseur zou men de inrichting van verzoeker kunnen beschouwen als een niet-bestaande veeteeltinrichting, hetgeen de grootste reden van de weigering is. De tweede reden van afkeuring ligt in het feit dat enkele van de geburen zwaar gereageerd hebben naar het stadsbestuur toe. In het proces-verbaal dat werd opgesteld door verbalisanten staat uitdrukkelijk gesteld dat het over een netjes en hygiënisch bedrijf gaat dat geen geurhinder verspreidt. In het besluit van de stad Sint-Truiden wordt het bedrijf opeens slordig genoemd en zou er wel een forse geurhinder vast te stellen zijn. Verzoeker kan geenszins akkoord gaan met het feit dat de Bestendige Deputatie van de Provincieraad van Limburg de beslissing van 18 april 1997 VII-16.101-4/5 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Truiden bevestigt wat betreft de weigering van de verandering van het veebedrijf. Dat verzoeker zich het recht voorhoudt andere en bijkomende elementen aan te halen in de loop van de procedure"; dat verzoeker enkel op een vage manier te kennen geeft het niet eens te zijn met de motieven van de bestreden beslissing, maar verzuimt aan te geven welke rechtsnorm zou zijn geschonden; dat de uiteenzetting in de memorie van wederantwoord -"concluant is immers van oordeel dat overeenkomstig de ter zake toepasselijke wetgeving en gezien de feitelijke gegevens betreffende het bedrijf van concluant waarop deze wetgeving dient toegepast te worden, men het bedrijf van concluant wel degelijk als een bestaande inrichting had moeten beschouwen"- de in het verzoekschrift gegeven uiteenzetting niet verduidelijkt; dat het beroep bijgevolg niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig juni tweeduizend en vier, door de VIIe kamer, die was sameng- esteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-16.101-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.277 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.