← België

Arrest 133285 - - 29/06/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.285 Rolnummer: A. 148298/X-11794 Zaak: Arrest 133285 - - 29/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-20 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-04 07:48 Fiche Arrest nr 133.285 van 29 juni 2004 - Beslissing : Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.285 van 29 juni 2004 in de zaak A. 148.298/X-11.

  1. In zake : de v.z.w. STICHTING OMER WATTEZ, die woonplaats kiest bij Advocaat G. VERMEIRE, kantoor houdende te 9000 GENT, Voskenslaan 301 tegen :
  2. de stad OUDENAARDE, die woonplaats kiest bij Advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure 5,
  3. het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. STICHTING OMER WATTEZ op 2 maart 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 2 december 2003 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie, houdende goedkeuring van het bijzonder plan van aanleg "Coupure" genaamd, van de gemeente Oudenaarde, bestaande uit een plan van de bestaande toestand en een bestemmingsplan met bijhorende stedenbouwkundige voorschriften, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 2 januari 2004; Gezien de nota's van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur J. CLEMENT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 17 mei 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 juni 2004; X-11.794-1/9 Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat G. VERMEIRE, die verschijnt voor de verzoekende partij, van Advocaat I. BOCKSTAELE die, loco Advocaat P. AERTS verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van Advocaat V. TOLLENAERE, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur J. CLEMENT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de Auditeur-generaal; Overwegende dat het gebied van het door het bestreden besluit goedgekeurd bijzonder plan van aanleg "Coupure" door het bij koninklijk besluit van 24 februari 1977 vastgesteld gewestplan Oudenaarde oorspronkelijk was bestemd, deels tot gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, en deels tot recreatiegebied; dat de bestemming van dit gebied bij besluit van de Vlaamse regering van 29 oktober 1999 werd gewijzigd in "regionaal bedrijventerrein met openbaar karakter"; dat de stedenbouwkundige voorschriften voor dit gebied luiden als volgt : "Een regionaal bedrijventerrein met openbaar karakter is bestemd voor de vestiging van bedrijven zoals bedoeld in artikelen 7 en 8, lid 2.1.
  5. en 2.1.
  6. van het koninklijk besluit van 28 december
  7. Het kan evenwel alleen worden gerealiseerd door de overheid. Bij de inrichting van het gebied zal rekening gehouden worden met de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten van het terrein en de onmiddellijke omgeving. Hierbij wordt aandacht besteed aan het karakter van het terrein, de aard van de activiteiten, de omvang van de bebouwing, het architecturaal karakter, de breedte en de wijze van aanleg van de omringende bufferzone. De Vlaamse regering kan bepalen dat een bijzonder plan van aanleg voorafgaand aan de ontwikkeling van dat gebied dient goedgekeurd te worden."; dat de gemeenteraad van de stad Oudenaarde in zitting van 26 mei 2003 het ontwerp bijzonder plan van aanleg "Coupure" voorlopig heeft vastgesteld; dat tijdens het openbaar onderzoek, dat wordt gehouden van 27 mei 2003 tot 25 juni 2003, twintig bezwaarschriften worden ingediend, waaronder één door verzoekster; dat de gemeenteraad van de stad Oudenaarde in zitting van 7 juli 2003 het bijzonder plan X-11.794-2/9 van aanleg "Coupure" definitief heeft vastgesteld; dat de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening op 19 augustus 2003 heeft beslist in te stemmen met de weerlegging van de bezwaarschriften door de gemeenteraad in zitting van 7 juli 2003; dat de gemeenteraad van de stad Oudenaarde in zitting van 29 september 2003 heeft beslist voormelde beslissing van 7 juli 2003 tot definitieve vaststelling van het bijzonder plan van aanleg "Coupure" in te trekken "wegens een procedurefout, nl. het niet voorleggen van de bezwaarschriften aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening"; dat het in zitting van dezelfde datum het bijzonder plan van aanleg "Coupure" opnieuw definitief heeft vastgesteld; dat de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen op 13 november 2003 een gunstig advies heeft uitgebracht; dat de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie bij het bestreden besluit van 2 december 2003 het bijzonder plan van aanleg "Coupure" genaamd, van de stad Oudenaarde, bestaande uit een plan van de bestaande toestand en een bestemmings- plan met bijhorende stedenbouwkundige voorschriften, heeft goedgekeurd; dat dit besluit bij uittreksel is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 2 januari 2004; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoor- den en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat X-11.794-3/9 met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat, wat de tweede door voormeld artikel 17, § 2, opgelegde voorwaarde betreft, verzoekende partij aanvoert wat volgt : "
  8. Verzoekende partij moet de ernstige nadelen aantonen of minstens het risico dat een ernstig nadeel zich zal voordoen bij uitvoering van het bestreden BPA. De nadelen voor SOW op het vlak van de realisatie van haar doelstellingen als milieuvereniging in haar werkingsgebied te Oudenaarde, zullen merkbaar zijn door de bijzondere industriële bestemmingen vastgelegd in het betwiste BPA, dat 48, 24 ha oppervlakte heeft. Het gebied is ong. 720 m. lang (van oost naar west) op 600 m. diep. Dit is een ernstig grote oppervlakte. Inhoudelijk hebben de nadelen voor verzoekster samengevat te maken met onder meer verlies aan wandelgebied in dit openbaar bos, bereikbaar via de publieke trekweg en de buurtweg nr. 6, het wegvallen van natuurrecreatieve mogelijkheden langs dit deel van de Scheldeoevers, verlies van natuurwaarden en biodiversiteit, niet alleen qua vogelbestand maar ook qua flora en entomofauna, planologische aanzet tot een ontbossing van minstens 10 ha, aanzet tot maandenlange grondwerken door globale afgraving en uitdieping van het retentiebekken, structurele aanzet tot aanleg van kades die het gebruik van de Scheldetrekweg zullen aantasten, ernstige risico's voor nog meer watervervuiling in de Schelde door ontstentenis van een zone voor waterzuiveringsstation voor bedrijfsafvalwater, aantasting van een fraai landschap, versnippering van de stilte door voorziene aanleg van kilometers nieuwe wegen, omvorming van de buurtweg nr. 6 tot een autostrade van meer dan 15 meter, onmogelijkheid om het meersenlandschap te herstellen na afgraving, aanzet tot allerlei vergunningen die het gebied verder verwijderen van het huidig valleikarakter, verlies van kansen om een alternatief gebied te zien aanwijzen na tussenkomst van het i.c. bevoegde provinciebestuur, moreel nadeel doordat ernstige bezwaren tegen de wettigheid van dit BPA verworpen werden, verlies van rechtsbescherming doordat in een BPA-gebied art. 19 van het K.B. 28 december 1972 niet meer van toepassing is, verlies van inspraakmogelijkheden doordat in een BPA-gebied geen openbaar onderzoek meer verplicht is over bouwaanvragen, terwijl inspraak voor een milieuvereniging een belangrijk item is; aantasting van het feitelijk ecologisch, visueel en akoestisch buffergebied dat het Donk nu nog is ten opzichte van de Langemeersen, doordat gans het gebied opgedeeld wordt in bedrijvenzones (regionale bedrijven, watergebonden bedrijven, nutsbedrijven) wat niet samengaat met natuurbehoud tenzij in de smalle bufferzones (zones V), ... Meer bijzonderheden.
  9. Een ernstig nadeel is bv. het feit dat er tal van wegenissen naar en doorheen het gebied zullen aangelegd worden. Het gaat over een lengte van minstens 1100 meter, daar waar momenteel enkel recreatieve wandelpaden zijn voorzien, de trekweg, en een landelijk stukje buurtweg in het noordwestelijk deel van het gebied. Doordat er geen rechtstreekse aansluiting mogelijk is met de N60, als gevolg van het hoogteverschil, zal de aansluiting moeten gebeuren via een nog veelvoudig te verbreden weg voorzien tussen enerzijds een bosachtig nat gebied palend aan het natuurgebied de Langemeersen en anderzijds de Minderbroederstraat. X-11.794-4/9
  10. Een ernstig nadeel is ook het feit dat de recreatieve en natuurbelevingswaarde van dit gebied in de toekomst voor de verzoekende partij en haar leden zo goed als tot nihil zal herleid worden. Hetzelfde geldt voor de natuurrecreatieve waarde van de trekweg langs dit gebied. Dit doordat het voorziene tracé van de wegenissen op het BPA alsook uiteraard de diverse bedrijfsgerichte bestemmingen voor gevolg zullen hebben dat deze wegen en bedrijvenzones ook effectief zullen kunnen aangelegd worden. Volgens voorschrift 12 in kolom 30 kunnen er trouwens ook kades aangelegd worden, met alle gevolgen vandien qua gebruiksderving en mogelijke onveiligheid door bv. dienstverkeer.
  11. Een nadeel is ook dat het BPA als rechtstreekse basis zal dienen om de diverse stedenbouwkundige vergunningen af te leveren. Het is evenwel niet ernstig te beweren dat het nadeel eerst zal ontstaan wanneer de bouwvergunningen zouden worden afgeleverd.
  12. Een ernstig nadeel is ook dat de bestemmingen in dit meer dan 40 ha. grote gebied het einde betekenen voor het huidige bosbestand dat ong. 40 % van het gebied beslaat. De voordelen qua stilte, natuurstudie, wandelingen, luchtzuivering, e.d. die dergelijk bos biedt, zijn gedoemd te verdwijnen. Dat er een compensatie zou gebeuren in de Rijtmeersen is niet ernstig, aangezien men uitgaat van slechts enkele ha minder bos, en terwijl de Rijtmeersen momenteel reeds in belangrijke mate bos zijn.
  13. Een ernstig nadeel is de voorspelbare teloorgang van de feitelijke buffering die het Donk nu nog biedt ten opzichte van de recreatief zeer waardevolle Scheldeoevers en bijhorende trekweg, alsook ten opzichte van het natuurgebied de Langemeersen. Momenteel heeft men een groenbuffer tussen N60 en de Langemeersen van ong. 500 meter (de waterpartij in bestemmingsgebied III niet meegerekend). Volgens het BPA-bestemmingsplan zal dit nog slechts 25 meter zijn. Zie de aanduidingen op het plan zone V. In deze bufferzone kan dan nog een (verhard) fietspad aangelegd worden, en aanpalende bedrijven kunnen zorgen voor het onderhoud van deze bufferzone, zodat de natuurwaarde weinig zal voorstellen.
  14. Een ernstig nadeel is ook dat door de goedkeuring van het BPA de overheid terug een heel eind verder verwijderd staat van haar verplichting om het gebied een groene bestemming te geven, gelet op art. 19 par. 5 van het decreet ruimtelijke ordening. (...) En daarmee ook verzoekende partij verder verwijderd raakt van de realisatie van haar doelstellingen op het vlak van natuurbehoud, landschap, ...
  15. Een ernstig nadeel is ook het landschappelijk aspect. Met name doordat het meersenlandschap dat zich vanaf Petegem over enkele kilometers uitstrekt ten westen van het Donk, structureel en grootschalig zal beschadigd worden door de realisatie van dit BPA-industrieterrein. Het meersenlandschap is immers tamelijk open, er liggen meerdere kleine wegen doorheen. Zie ook de foto's in bundel. Het zicht van vooral west naar oost en noord zal zeer ernstig beschadigd worden door de toegestane bedrijfsgebouwen waarvan de plaatsing, grootte, enz. omschreven is in het BPA (met hoogtes tot 25 meter !). In de eindsynthese van het MER is trouwens vermeld : 'De nieuwe gebouwen zullen het uitzicht van het gebied blijvend wijzig(en), ze zullen fungeren als nieuwe negatieve beelddragers in het landschap. Door hun aanwezigheid zal er een permanente vermindering van de landschapsbeleving optreden. Deze effecten zullen vooral op microschaal van belang zijn.'
  16. Een ernstig ecologisch nadeel dat deze plaatselijke milieuvereniging kan inroepen is het gegeven dat de Schelde als rivier dreigt ingekapseld te worden tussen twee grote industriezones. Aan de overkant heeft men reeds vrij recent een industriegebied aangelegd (industrieterrein Meersbloem). De Schelde zelf is niet alleen een waterweg, maar is ook een ecologisch belangrijke weg (voor vissen, trekvogels, bepaalde zoogdieren, ... ). X-11.794-5/9
  17. Een ernstig moreel nadeel voor Stichting Omer Wattez is ook dat haar terechte grieven op het vlak van schending van de structuurplanning worden verworpen. Het gaat om bescherming van rivier- en beekvalleigebieden, een leidraad doorheen het RSV en het ontwerp provinciaal structuurplan Oost-Vlaanderen. Zie bv. blz. 278 van het ontwerp provinciaal ruimtelijk structuurplan i.v.m. de gewenste landschappelijke structuur : 'Valleien en depressies worden gevrijwaard van verdere bebouwing en infrastructuren.' En blz. 287 i.v.m. de ruimtelijke valorisatieperspectieven waar betreffende Scheldevallei van Gent tot Doornik wordt gekozen voor het 'vrijwaren van bebouwing van om het even welke aard in de valleigebieden.'
  18. Een ernstig milieunadeel is ook het feit dat in het BPA geen voorschriften of zones zijn voorzien die garanties bieden voor waterzuivering. Zie ook de middelen, o.a. in verband met de schending van het preventiebeginsel.
  19. Bovendien is er geen openbaar onderzoek meer vereist voor de aanvraag van bouwvergunningen die in het BPA-gebied te situeren zijn, wat met zoveel woorden is vermeld in het BVLR 5 mei
  20. Dit wegvallen van het formele recht tot inspraak is een ernstig nadeel voor een milieuvereniging. Het indienen van een bezwaarschrift is immers een belangrijk middel om bv. alternatieven voor te stellen of bij te sturen.
  21. Nadeel qua rechtsbescherming. Ook kan eens het BPA definitief is, geen beroep meer gedaan worden op art. 19 van het K.B. 28 december 1972, noch op art. 7 van dit K.B. , terwijl het gaat om voor de plaatselijke goede ruimtelijke ordening belangrijke bepalingen.
  22. Volledigheidshalve verwijst verzoekende partij ook naar de gegevens en feiten die reeds zijn vermeld in dit verzoekschrift onder de rubriek 'feiten' en 'belang'. Om herhaling te vermijden, wordt gevraagd hiermee rekening te willen houden. Besluit : er zijn voldoende ernstige nadelen, minstens risico's dat dergelijke nadelen zich zullen voordoen door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing. V.B. Moeilijk te herstellen karakter van de nadelen of risico' s. Indien het bestreden besluit niet zou worden geschorst, zal het normaliter in snel tempo uitgevoerd worden door de overheden. Het Donk kan op enkele maanden tijd verloren gaan als bos en open ruimte. Het terrein is immers eigendom van de stad Oudenaarde. Als bouwheer en overheid zal zij alles in het werk stellen om zo snel mogelijk de vergunningen te bekomen, die gesteund zijn op dit BPA. Deze toevloed van beslissingen zoals vergunning tot afgraving, vergunning tot ontbossing, gemeentelijk structuurplan op maat van dit BPA, verkopingen van gronden, stemmen van gemeentereglementen en aanbestedingen, enz. zal het voor verzoekster zo goed als onmogelijk maken om het tij nog te keren, ten gunste van minstens het behoud van de huidige feitelijke situatie. En zo zal verzoekende partij voor een voldongen feit staan. Verzoekende partij is als bescheiden milieuvereniging evenwel niet uitgerust om tegen de sterren op te vechten om dit verdere proces van de aanleg van het bedrijventerrein zelfs maar te vertragen. Wanneer het BPA niet geschorst zou worden, kan verzoekende partij wel hopen dat de verwerende partijen zullen wachten met verdere uitvoeringsa(k)ten tot er een uitspraak is over de vernietiging. In de pra(k)tijk blijkt dit evenwel zelden het geval te zijn, en gaat de overheid door met haar plannen eender of er nog een vordering tot vernietiging hangende is. Verzoekende partij zal in geval van een vernietiging maar zonder schorsing zich ook voor enorme uitvoeringsproblemen geconfronteerd zien : hoe moeten bv. de intussen afgeleverde bouwvergunningen weggewerkt worden ? Hoe kan X-11.794-6/9 de inmiddels geleden schade op het vlak natuurstudie en biodiversiteit hersteld worden ? Vogels , planten en dieren komen niet op één twee drie terug. Welke beslissingen (gevolga(k)ten) zouden eventueel nog kunnen ingetrokken worden zonder de begunstigden ervan in de problemen te brengen ? Welke rechtszekerheid kan er nog ontstaan wanneer na X aantal jaren het BPA vernietigd wordt, maar de feitelijke situatie op het terrein intussentijd helemaal veranderd ? Wie gaat de buurtweg nr. 6 als landweg heraanleggen ? Wat met de intussentijd ontstane vervuiling en opdeling van dit deel Scheldevallei ? Enz. Volgens verzoekende partij is het utopisch om ingeval de schorsing zou verworpen worden, te wachten tot de uitspraak over de vordering tot vernietiging, vermits er geen garantie is dat de overheid daarop zal wachten. De nadelen die de verzoekende partij zal lijden door het niet meer kunnen realiseren van haar doelstellingen en activiteiten in dit gebied, zullen niet in natura en met terugwerkende kracht kunnen ongedaan worden. Ook deze voorwaarde van het kort geding is dus vervuld. V. C. Belangenafweging ? Indien de verwerende partijen een belangenafweging zouden vragen, maakt verzoekende partij alle voorbehoud. Uit stukken blijkt dat de stad Oudenaarde het momenteel zeer goed doet als stad voor bedrijven (...). Het is niet aangetoond dat er een dringende behoefte is aan nieuwe bedrijventerreinen. Een cijfermatige en actuele studie met duidelijke kaarten bevindt zich niet in het dossier. Bovendien is deze schakel in het Scheldevalleiproject minstens even belangrijk als deze opstap naar een regionaal bedrijventerrein. Idem wat betreft de nood aan groene longen in een zeer bosarme stad. Zie GNOP blz. 51 : 'Zoals hoger bleek is Oudenaarde zonder meer te katalogeren bij de bosarmste gemeenten van de regio. Twee boscomplexen van enige omvang situeren zich op het grondgebied: ... Koppenbergbos .... het Bos 't Ename ... Naast deze twee noemenswaardige bossen is de rest versnipperd tot kleine perceeltjes, die verspreid liggen over het hele grondgebied.' (...). (...). Bovendien heeft de verwerende partij geen rekening gehouden met de toegewezen bevoegdheid van het provinciebestuur. De belangenafweging hoeft dus zeker niet in het voordeel van de verwerende partijen te resulteren. V.D. Wat het oorzakelijk verband nog betreft. Het BPA is een noodzakelijke tussenschakel naar effectieve exploitatie van vervuilende en milieubelastende bedrijven die veel verkeer zullen genereren en het stiltegebied zijnde de Langemeersen zullen aantasten. Tevergeefs zou dan ook gesteld worden dat het belang van de vereniging voortvloeit uit het gewestplan

(1999). Het gewestplan op zich kan i.c. immers geen aanleiding geven tot effectieve aanleg van het gebied, doordat het gewestplanvoorschrift bepaalt dat er een BPA moet opgesteld worden (...). Bovendien wordt de rechtsgeldigheid van het gewestplanbesluit 29/10/99 ook betwist (art. 159 G.W.). (...). Er is dus zeker een oorzakelijk zij het nadelig verband tussen het MTHEN van de vereniging gericht op het behoud en herstel van het Donk enerzijds in relatie tot het betwiste BPA anderzijds. (...)"; Overwegende dat het gebied dat door het bestreden bijzonder plan van aanleg wordt bestreken door het bij koninklijk besluit van 24 februari 1977 vastgesteld gewestplan Oudenaarde, zoals gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 29 oktober 1999, is bestemd tot "regionaal bedrijventerrein met openbaar karakter"; dat door verzoekende partij niet wordt betwist dat het bestreden X-11.794-7/9 bijzonder plan van aanleg "Coupure", zoals in het bestreden besluit van 2 december 2003 wordt gesteld, een "verfijning van het gewestplan" is; dat verzoekende partij het besluit van de Vlaamse regering van 29 oktober 1999 tot wijziging van het gewestplan Oudenaarde dat aan het betrokken gebied deze bestemming heeft gegeven, niet heeft betwist; dat de door verzoekende partij aangevoerde nadelen hun rechtstreekse oorzaak vinden in de gewestplanbestemming die door het besluit van de Vlaamse regering van 29 oktober 1999 aan het betrokken gebied is gegeven, en niet in het bestreden bijzonder plan van aanleg, dat slechts de gedetailleerde bestemmingsvoorschriften vaststelt voor de onderscheiden delen van dat gebied; dat de omstandigheid dat verzoekende partij thans op grond van artikel 159 van de Grondwet de onwettigheid inroept van de gewestplanbestemming aan deze vaststelling geen afbreuk doet; dat de aangevoerde nadelen door het niet aanvechten van de gewestplanbestemming zijn verwerkt en thans niet meer dienstig kunnen worden ingeroepen; Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 2. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het bestreden besluit. Artikel 3. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. X-11.794-8/9 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig juni 2004, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-11.794-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.285 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.