id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.287 Rolnummer: A. 61421/X-9279 Zaak: Arrest 133287 - - 29/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-20 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-04 07:48 Fiche Arrest nr 133.287 van 29 juni 2004 - Beslissing : Vernietiging bekendmaking Kantmelding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.287 van 29 juni 2004 in de zaak A. 61.421/X-
- In zake :
- Jan SPRENGHERS,
- Anna DEWIN, wonende te 2220 HEIST-OP-DEN-BERG, Hulshoutsesteenweg 70 A tegen : het Vlaamse Gewest. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jan SPRENGHERS en Anna DEWIN op 19 december 1994 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 1 september 1994 van de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming houdende rangschikking als landschap overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 augustus 1931 om reden van historische, natuurwetenschappelijke en esthetische waarde, van het gebied "De Netevallei te Hallaar en Itegem" te Heist-op-den-Berg, zoals afgebakend op bijgaand plan, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 24 november 1994; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de beschikking van 19 januari 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 16 februari 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 april 2004; X-9279-1/4 Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van verzoekers, en van Advocaat R. DENYS die, loco Advocaat K. VAN HOOREBEKE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming bij het bestreden besluit van 1 september 1994 heeft gerangschikt als landschap, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen om reden van historische, natuurwetenschappelijke en esthetische waarde, "De Netevallei te Hallaar en Itegem" te Heist-op-den-Berg, zoals afgebakend op het plan bij het bestreden besluit; Overwegende dat krachtens artikel 9, 3/, van het besluit van de Vlaamse regering van 20 oktober 1992 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming bevoegd is voor de monumenten en de landschappen, zoals vermeld in artikel 6, § 1, I, 7/, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen; dat krachtens artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering, van dezelfde datum tot delegatie van de beslissingsbevoegdheden aan de leden van de Vlaamse regering, de leden van de Vlaamse regering delegatie hebben voor "het nemen van beslissingen, rekening houdend met de bevoegdheids- verdeling, voor de toepassing van de wetten, decreten, koninklijke besluiten, ministeriële besluiten, verordeningen en besluiten van de Vlaamse regering"; dat krachtens artikel 3, § 1, 4/, de bij artikel 2 toegestane delegatie aan de leden evenwel niet geldt voor "de beslissingen, akkoorden en omzendbrieven die wegens hun onderwerp en hun draagwijdte van die aard zijn dat een andere regering of de nationale regering of beide erbij betrokken zijn"; Overwegende dat luidens artikel 6, eerste lid, juncto artikel 1, derde en vierde lid, van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten X-9279-2/4 en landschappen, zoals gewijzigd bij het decreet van 13 juli 1972 tot wijziging van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen, het voorstel tot rangschikking wordt medegedeeld aan de ministers tot wier bevoegdheid respectievelijk de Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw en de Landbouw behoren, en dat deze ministers en al de betrokkenen, bij de minister tot wiens bevoegdheid de Nederlandse Cultuur behoort -op het ogenblik van het bestreden besluit ingevolge artikel 83, § 3, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, bij de Vlaamse regering- hun aanmerkingen kunnen indienen binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de betekening of mededeling; dat krachtens artikel 5 van het decreet van 14 juli 1993 tot wijziging van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen, gewijzigd bij decreet van 13 juli 1972, de onder de bij de inwerkingtreding van dit decreet geldende regeling van genoemde wet van 7 augustus 1931, gewijzigd bij decreet van 13 juli 1972, begonnen procedures tot rangschikking worden voortgezet overeen- komstig de regeling van deze wet; dat landbouw, met uitzondering van de aangele- genheden bedoeld in artikel 6, § 1, III, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, op het ogenblik van het bestreden besluit behoorde tot de bevoegdheid van de toenmalige bevoegde nationale overheid; dat moet worden vastgesteld dat het bestreden besluit een beslissing is waarbij de nationale regering betrokken is in de zin van artikel 3, § 1, 4/, van genoemd besluit van de Vlaamse regering van 20 oktober 1992 tot delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de leden van de Vlaamse regering; dat dienvolgens het bestreden besluit door de Vlaamse regering collegiaal had dienen te worden genomen; dat de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming, bevoegd voor monumenten en landschappen, niet bevoegd was om het bestreden besluit alleen te nemen; dat het middel ambtshalve dient te worden opgeworpen, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 1 september 1994 van de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming houdende rangschikking als landschap overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 augustus 1931 om reden van historische, natuurwetenschappelijke en esthetische X-9279-3/4 waarde, van het gebied "De Netevallei te Hallaar en Itegem" te Heist-op-den-Berg, zoals afgebakend op bijgaand plan. Artikel
- Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
- De kantmelding wordt bevolen van dit arrest op de kant van de overschrijving van het rangschikkingsbesluit in de registers van het hypotheekkantoor te Mechelen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 198,32 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de in artikel 3 van dit arrest vermelde kantmelding komen eveneens ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig juni 2004, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-9279-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.287 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.