id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.336 Rolnummer: A. 67747/VII-16980 Zaak: Arrest 133336 - - 29/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-27 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 07:51 Fiche Arrest nr 133.336 van 29 juni 2004 - Beslissing : Vernietiging Verwerping overige Overschrijving en verwijzing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.336 van 29 juni 2004 in de zaak A. 67.747/VII-16.
- In zake : het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van LOKEREN, dat woonplaats kiest bij, advocaat E. VANDEN BRANDE, kantoor houdende te BRUSSEL, Sint-Michielslaan 55, bus 10 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van Lokeren op 20 februari 1996 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van "de beslissing van de Beroepscommissie ingesteld bij artikel 76 van de wet op de ziekenhuizen, dd. 20 december 1995, maar betekend op 22 december 1995, waarbij zijn beroep tegen de beslissing van de Vlaamse Minister van Financiën en Begroting, Welzijn en Gezin dd. 14 april 1994 tot sluiting van 4 E- bedden en 5 M-bedden in het ziekenhuis uitgebaat door verzoeker wordt afgewe- zen"; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op de beschikking van 8 september 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; VII-16.980-1/13 Gelet op de beschikking van 4 mei 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 juni 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. DRIESSENS die, loco advocaat E. VANDEN BRANDE verschijnt voor de verzoekende partij, en van adjunct van de Directeur J. WENS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Feiten Overwegende dat de feitelijke toedracht van de zaak als volgt kan worden samengevat : 1.
- Op 5 november 1993 deelt de Vlaamse minister van financiën en begroting, gezondheidsinstellingen, welzijn en gezin de verzoekende partij mee dat hij het voornemen heeft "de erkenning in te trekken van 4 bedden onder kenletter E en 5 bedden onder kenletter M" in het O.C.M.W.-ziekenhuis, de Stadskliniek te Lokeren. Op basis van de voor de jaren 1989, 1990 en 1991 verstrekte gegevens was immers gebleken dat de dienst voor kindergeneeskunde (E) en de kraaminrichting (M) niet de in artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1989 bepaalde bezettingsgraad bereikten. 1.
- De verzoekende partij dient op 19 november 1993 een verweer- schrift in tegen dit voornemen. 1.
- In zijn advies van 28 januari 1994 stemt de Vlaamse Adviescom- missie voor Ziekenhuizen en andere vormen van Medische Verzorging en Begeleiding in met dat voornemen. 1.
- Met een brief van 15 februari 1994 vraagt de verzoekende partij om een bijkomend onderzoek. VII-16.980-2/13 Op 17 maart 1994 bevestigt de Vlaamse Adviescommissie voor Ziekenhuizen en andere vormen van Medische Verzorging en Begeleiding met eenparigheid van stemmen haar advies van 28 januari
- De adviescommissie laat zich hierbij leiden door volgende overwegingen : "Bij het toepassen van de ziekenhuiswetgeving is rekening gehouden met de wettelijke afstanden zoals opgetekend in de officiële uitgave. De afstand Lokeren-Sint-Niklaas en Lokeren-Dendermonde is daar 14 km. In het verleden heeft het ziekenhuis zich nooit beroepen op art. 18 van het aanvullend normenbesluit. Dit gebeurt pas nu bij de eerste toepassing van de bepalingen inzake bezettingsgraden. Het is niet mogelijk alle afstanden via de openbare weg meter per meter de berekenen. Overigens is het evenmin logisch de afstand te berekenen niet vanuit het centrum van Lokeren en ook niet vanaf de campus der Stadskliniek, maar vanaf een geografisch centrum op een landkaart. De Vlaamse Gemeenschap is niet bevoegd om de manier van factureren in M te bepalen en heeft ook geen informatie over de regels die de diverse ziekenhui- zen in de praktijk hanteren. De enige mogelijkheid om gelijkberechtiging in de dossiers te waarborgen, is de cijfers over te nemen zoals ze in tempore non suspectu zelf door de ziekenhuizen zijn opgegeven, zonder correcties achteraf te aanvaarden". 1.
- Bij besluit van 14 april 1994 van de Vlaamse minister van financiën en begroting, gezondheidsinstellingen, welzijn en gezin wordt de erkenning van 4 E- en 5 M-bedden in de Stadskliniek Lokeren met ingang van 1 maart 1994 ingetrokken. Als gevolg hiervan wordt het aantal bedden in de E-dienst herleid van 15 tot 11 en in de M-dienst van 24 tot
- 1.
- De verzoekende partij tekent op 22 april 1994 tegen de sluiting van negen bedden hoger beroep aan bij de beroepscommissie, ingesteld bij artikel 76 van de gecoördineerde wet op de ziekenhuizen. 1.
- Op 20 december 1995 neemt de beroepscommissie ingesteld bij artikel 76 van de wet op de ziekenhuizen de thans bestreden beslissing waarbij het beroep ontvankelijk maar ongegrond wordt verklaard en de bestreden beslissing wordt bevestigd. Deze beslissing van de beroepscommissie rust op volgende redengeving : "2.
- Overwegende dat appellant in het enig middel stelt dat artikel 16 en artikel 18 van het K.B. van 30 januari 1989 houdende vaststelling van aanvullen- de normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten alsmede tot nadere omschrijving van de ziekenhuisgroeperingen en van de bijzondere normen waaraan deze moeten voldoen geschonden worden doordat de bestreden VII-16.980-3/13 beslissing weigert toepassing te maken van de uitzonderingsbepaling in artikel 18 van het genoemd K.B. t.a.v. gemeenten met minstens 20.000 inwoners waarbij de dichtstbijzijnde soortgelijke dienst zich minstens 15 km verder bevindt; Overwegende dat volgens appellant de in casu dichtstbijzijnde gelegen soortgelijke diensten, nl. deze georganiseerd door St.-Blasiusziekenhuis Dendermonde en het A.Z. Maria Middelares te Sint-Niklaas zich op meer dan 15 km van Lokeren (> 20.000 inwoners) bevinden. 2.
- Overwegende dat artikel 18 van het genoemd K.B. van 30 januari 1989, zoals gewijzigd door het K.B. van 12 oktober 1993, stipuleert 1/ in een gebied waar de dichtstbijzijnde soortgelijke dienst zich minstens 25 km verder bevindt; 2/ in een gemeente met minstens 20.000 inwoners waarbij de dichtstbijzijnde soortgelijke dienst zich minstens 15 km verder bevindt'; Overwegende dat wat de M-dienst betreft het genoemd artikel 18 alleen in een afwijking voorziet op de 400 bevallingen/jaar-norm; Overwegende dat de norm die bepaalt dat gedurende de referteperiode gemiddeld minstens 65 % bezetting bereikt moet worden voor de M-dienst van toepassing is; Overwegende dat dientengevolge het aan geïntimeerde toekwam in uitvoering van artikel 20, § 1 van het voornoemde K.B. van 30 januari 1989 het aantal M- bedden aan te passen volgens formules in bijlage bij genoemd K.B.; Overwegende dat appellant de correctheid van de toepassing zelf van de formules niet in vraag heeft gesteld; Dat het middel wat de M-dienst betreft niet gegrond is. Overwegende dat wat de E-dienst betreft artikel 18 van het K.B. van 30 januari 1989 niet in een afwijking voorziet op artikel 16; Overwegende dat gelet op artikel 20, § 1, 2e lid evenwel moet onderzocht worden of het in dit geval gaat om een E-dienst opgericht in een gebied of een gemeente zoals bedoeld in artikel 18, 1/ en 2/, ten gevolge waarvan 15 E-bedden behouden zouden moeten blijven, wat in voorkomend geval de afbouw van de 4 E-bedden zou verhinderen; Overwegende dat, gezien Lokeren meer dan 20.000 inwoners heeft het erop aan komt te weten of de dichtstbijzijnde soortgelijke dienst zich minstens 15 km verder bevindt; Overwegende dat de ratio legis in deze is de bereikbaarheid van de zieken- huisdiensten voor de bevolking van afgelegen gebieden te verzekeren; Overwegende dat door geïntimeerde voor het bepalen van de afstand per analogie gesteund werd op de afstanden zoals wettelijk vastgelegd in het K.B. met betrekking tot de kosten in strafzaken; Overwegende dat de toepassing van dit criterium verantwoord is en algemeen gebruikt en aanvaard; Overwegende dat bij toepassing van dit zgn. de afstand tussen Lokeren en Sint-Niklaas en Lokeren en Dendermonde 14 km bedraagt; Dat het middel ook wat de E-dienst betreft niet gegrond is"; VII-16.980-4/13
- Ontvankelijkheid Overwegende dat de verwerende partij terecht opwerpt dat de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van de verzoekende partij tot het instellen van een annulatieberoep bij de Raad van State alleen betrekking heeft op de sluiting van 4 E-bedden; dat het beroep dan ook enkel ontvankelijk is in zoverre de bestreden beslissing betrekking heeft op de vermindering van het aantal bedden in de dienst voor kindergeneeskunde (de E-dienst);
- Ten gronde 3.
- Eerste middel 3.1.
- Standpunten van de partijen Overwegende dat de standpunten van de partijen t.a.v. het eerste middel als volgt kunnen worden weergegeven : 3.1.1.
- Het middel is afgeleid van de "schending van artikel 68 en artikel 69 van de wet op de ziekenhuizen gecoördineerd bij Koninklijk Besluit van 7 augustus 1987, van artikel 2 van het Burgerlijk Wetboek, van het algemeen rechtsbeginsel van de niet terugwerkende kracht van de administratieve handelingen, en van het algemeen rechtsbeginsel inzake behoorlijk bestuur en van het gelijkheidsbeginsel, doordat de bestreden beslissing, om het verzoekschrift af te wijzen steunt op het K.B. van 12.10.1993 tot wijziging van het K.B. van 30.01.1989, houdende vaststelling van aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuisdiensten, terwijl eerste onderdeel, het K.B. van 12.10.1993 erkenningsnormen vaststelt gesteund op bezet- tingsgraden voor de jaren 1989, 1990 en 1991 en aldus een verboden retroactie- ve werking heeft, minstens strijdig is met art. 68 van de gecoördineerde ziekenhuiswet; tweede onderdeel, het K.B. tot stand gekomen is zonder regelmatig advies van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen; dat, voorafgaandelijk aan dit advies de regering zich reeds verbonden had in een protocol om het K.B. van 30.01.1989 op een bepaalde wijze aan te passen. derde onderdeel, het K.B. van 30.01.1989, zoals gewijzigd door het K.B. van 12.10.1993, door de aanpassing van de erkenningsnormen, zonder aanpassing van de referentieperiode van 3 jaar, voorzien door art.
- een ongelijke behandeling creëert tussen de ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten vermits, zonder objectieve basis, sommige normen een terugwerkende kracht hebben en andere niet". VII-16.980-5/13 3.1.1.
- De verwerende partij antwoordt onder meer dat het middel niet ontvankelijk is, want voor het eerst opgeworpen voor de Raad van State; 3.1.1.
- De verzoekende partij repliceert inzake de ontvankelijkheid van het middel : - dat een middel niet nieuw kan zijn wanneer het gesteund is op de schending van een bepaling die de rechter heeft toegepast of diende toe te passen, - dat het de rechter immers toekomt de juiste wetsbepaling op het hem voorgeleg- de geschil toe te passen, - dat het de plicht van de beroepscommissie was de wettelijkheid van het koninklijk besluit van 12 oktober 1993 te onderzoeken; 3.1.
- Bespreking Overwegende dat het desbetreffende middel voor het eerst voor de Raad van State wordt opgeworpen, en dus niet voor de administratieve rechter werd aangevoerd; dat het derhalve een nieuw middel betreft dat voor het eerst voor de cassatierechter wordt opgeworpen; dat de verzoekende partij niet aanvoert dat het koninklijk besluit van 12 oktober 1993 de openbare orde raakt; dat de schending van de regel van de non-retroactiviteit de openbare orde niet raakt wanneer die schending wordt tegengeworpen tegen een besluit waarvan niet is aangetoond dat dit zelf de openbare orde raakt; dat op zichzelf de conclusie zich niet opdringt dat het bedoelde koninklijk besluit, dat, in de mate dat het op deze zaak betrekking heeft, enkel een aantal nieuwe technische regelen op het vlak van de beddencapaciteit van pediatrie- diensten bevat, de openbare orde raakt; dat het middel onontvankelijk is; 3.
- Tweede middel 3.2.
- Standpunten van de partijen Overwegende dat de standpunten van de partijen t.a.v. het tweede middel als volgt kunnen worden weergegeven : VII-16.980-6/13 3.2.1.
- Het middel is afgeleid van de "schending van artikel 20, § 1 van het K.B. van 30 januari 1989 houdende vaststelling van aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten alsmede tot nadere omschrijving van de ziekenhuis- groeperingen en van de bijzondere normen waaraan deze moeten voldoen, zoals gewijzigd door het K.B. van 12.10.1993, en de motiveringsplicht, doordat de bestreden beslissing weigert toepassing te maken van de uitzonderingsbepalingen opgenomen in artikel 20, § 1 van het Koninklijk Besluit t.a.v. gemeenten met minstens 20.000 inwoners waarbij de dichtstbijzijnde soortgelijke dienst zich minstens 15 km verder bevindt, minstens onvoldoende motiveert waarom zij oordeelt dat aan de uitzonderingsvoorwaarden niet voldaan is". De verzoekende partij licht toe : - dat het criterium de afstand is die de bevolking van een bepaalde gemeente moet afleggen om tot de dichtstbijgelegen pediatrie te geraken, - dat teneinde na te gaan of in Lokeren een pediatrie gerechtvaardigd blijft, onderzocht moet worden welke de afstand is die door de bevolking van Lokeren moet afgelegd worden om tot de dichtstbijgelegen pediatrie te komen indien de pediatrie in Lokeren opgeheven wordt, - dat het eindpunt van de berekening aldus noodzakelijk de plaats is waar de dichtstbijgelegen pediatrie gevestigd is, - dat het vertrekpunt logischerwijze het centrum van de gemeente is, waarvan de inwoners zich dienen te verplaatsen, - dat in die optiek de afstand moet gemeten worden vanuit het geografisch centrum van de stad Lokeren tot de dichtstbijgelegen diensten, - dat de bestreden beslissing onderschrijft dat de ratio legis is de bereikbaarheid van de ziekenhuisdiensten voor de bevolking van afgelegen gebieden te verzekeren, - dat ze niettemin oordeelt dat het door de tegenpartij gehanteerde criterium "verantwoord en algemeen gebruikt en aanvaard" is, maar niet aanduidt waarom dit criterium in casu verantwoord is, - dat ze met name de opmerking niet beantwoordt dat de afstand 16 km is wanneer men rekent vanuit de bereikbaarheid van de dienst zelf. 3.2.1.
- De verwerende partij antwoordt : - dat de beroepscommissie duidelijk en op een gemotiveerde manier standpunt heeft ingenomen m.b.t. de interpretatie van artikel 18, 2/, van het koninklijk VII-16.980-7/13 besluit van 30 januari 1989 waarbij ze zich heeft aangesloten bij het standpunt zoals door haar vertolkt in de memorie van 14 juni 1994, - dat de Vlaamse ministers voor de toepassing van afstandsnormen in de ziekenhuiswetgeving, steeds de afstanden hebben toegepast zoals deze vermeld staan in het Boek der wettelijke afstanden, - dat daarbij steeds adviezen in dezelfde zin werden verleend, zowel door de VAZA als door de administratie, - dat een andere interpretatie ook onrealistisch zou zijn : de administratie beschikt niet over de middelen noch over de tijd om in individuele dossiers straten, pleinen en snelwegen ter plekke te gaan afmeten. 3.2.1.
- In haar memorie van wederantwoord en laatste memorie volhardt de verzoekende partij in haar argumentatie. 3.2.1.
- De verwerende partij doet van haar kant in haar laatste memorie t.a.v. het eindpunt van de bedoelde afstand gelden: "In een antwoord op een parlementaire vraag van de heer Johan Vandeurzen van 12 december 1996 in de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, stelde de federale minister van Volksgezondheid en Pensioenen dat de berekening van de afstand behoort tot de interpretatiebevoegdheid van de Gemeenschappen. De minister stelde namelijk in verband met de interpretatie van artikel 3 van het koninklijk besluit van 30 januari 1989 : 'In het koninklijk besluit van 30 januari 1969, staat er geen precisering of de afstand van 15 km in vogelvlucht dient te worden berekend. Het behoort dan ook tot de Gemeen- schappen hun eigen interpretatie kenbaar te maken, rekening houdend met de concrete situatie en de behoeften van de regio'. (zie Vr. en Antw. Kamer, 1996- 97, 3 maart 1997, 9699 (Vr. nr. 269 VANDEURZEN)). Verwerende partij en ook de federale Beroepscommissie hebben steeds voor de toepassing van afstandsnormen in de ziekenhuiswetgeving de afstanden toegepast zoals deze vermeld staan in het "Boek der wettelijke afstanden". Deze werkwijze is de enig mogelijke en het past hier de redenen daarvoor nog eens uitdrukkelijk op een rijtje te zetten : • Het 'Boek der wettelijke afstanden' biedt de meeste rechtszekerheid voor ziekenhuis en overheid. De cijfers liggen vast door de tijd heen en kunnen niet worden gemanipuleerd of betwist. • Het kan onmogelijk de bedoeling zijn geweest om als afstandsbepaling te nemen, de afstandsbepaling in vogelvlucht. Op die manier houdt men immers totaal geen rekening met de bestaande wegeninfrastructuur. • Wanneer men een andere werkwijze hanteert zal er steeds discussie zijn omtrent de vraag welke wegen men dient te nemen om een bepaalde bestemming te bereiken. Gegeven het huidige wegennet zijn er immers meerdere mogelijkheden om een bepaald punt te bereiken. Bovendien : is het de kortste weg in tijd of is het de kortste weg in afstand die in rekening wordt genomen ? • Een andere werkwijze hanteren dan het 'Boek der wettelijke afstanden' geeft onoverkomelijke problemen indien men te maken krijgt met langdurige verkeersomleidingen en wegenwerken. VII-16.980-8/13 • De heer Eerste Auditeur neemt als eindpunt de plaats waar een soortgelijke ziekenhuisdienst is gevestigd. Hierbij wordt uit het oog verloren dat een aantal ziekenhuislocaties erg uitgestrekt zijn. Tot waar gaat men dan de afstand berekenen ? Is het de toegangspoort tot het ziekenhuisdomein ? Is het de plaats van inschrijving van patiënten ? Is het de plaats van verzorging ? • Het 'Boek der wettelijke afstanden' niet volgen brengt met zich mee dat de verhuis van een ziekenhuis naar een andere locatie binnen dezelfde gemeente een niet bedoelde invloed zou kunnen hebben op de problematiek van erkenning en beddencapaciteit tussen ziekenhuizen onderling, wanneer de vereiste afstand vóór de verhuis wel en nadien niet meer bereikt wordt of omgekeerd. Verwerende partij verwijst hier naar artikel 20, § 1, van het koninklijk besluit van 30 januari 1989 houdende vaststelling van aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten alsmede tot nadere omschrijving van de ziekenhuisgroeperingen en van de bijzondere normen, waaraan deze moeten voldoen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 oktober
- • Het criterium van het 'Boek der wettelijke afstanden' werd in het verleden steeds gebruikt, zowel door de administratie van verwerende partij, de Vlaamse Adviescommissie voor Ziekenhuizen en andere vormen van Medische Verzorging en Begeleiding, als door de federale Beroepscommis- sie; Tot slot : de Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbe- leid antwoordde het volgende naar aanleiding van een vraag in het Vlaams Parlement : 'In het KB van 30 januari 1989 houdende vaststelling van de aanvullende erkenningsnormen van ziekenhuizen staat geen precisering hoe de afstand tussen twee ziekenhuizen moet worden berekend. Het behoort tot de bevoegdheid van de gemeenschappen om dit te interpreteren. De meettechniek die vandaag wordt gebruikt is die van het 'Boek der wettelijke afstanden'. Dit criterium geniet nog steeds de voorkeur om verschillende redenen. Vooreerst werd dit ook in het verleden gebruikt en werd het aangenomen door de Beroepscommissie, ingesteld bij artikel 76 van de wet op de ziekenhuizen, als verantwoord en algemeen gebruikt en aanvaard. Het biedt eveneens de meeste rechtszekerheid. De cijfers liggen vast door de tijd heen en kunnen niet worden gemanipuleerd of betwist. Anderzijds kan wel worden gesteld dat niet de afstand op zich, maar wel de reistijden en de geografische bereikbaarheid van voorzieningen belangrijk zijn. De wegeninfrastructuur, de verkeersregels en de verkeerscongestie zijn hiervoor in belangrijke mate bepalend, maar zij zijn moeilijk eenduidig en vaststaand te determineren en zijn onderhevig aan wijzigingen, zodat deze basis geen of alleszins minder rechtszekerheid biedt". (Vr. en Antw., Vlaams Parlement, 1997-98, 42 (Vr. nr. 100 VANDENDRIESSCHE))"; 3.2.
- Bespreking Overwegende dat het middel als volgt wordt beoordeeld : 3.2.2.
- Artikel 20, § 1, van het koninklijk besluit van 30 januari 1989 houdende vaststelling van aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten alsmede tot nadere omschrijving van de ziekenhuisgroeperingen en van de bijzondere normen, waaraan deze moeten voldoen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 oktober 1993, bepaalt : VII-16.980-9/13 "Art. 20.§
- Indien de in artikel 16 bedoelde bezettingsgraad niet wordt bereikt, wordt het aantal bestaande en erkende bedden aangepast overeenkom- stig de formules die in bijlage van dit besluit worden vastgesteld. De in het eerste lid bedoelde aanpassing mag nooit tot gevolg hebben dat de beddencapaciteit van de kraaminrichtingen (kenletter M) en van de pediatrie- diensten (kenletter E), die opgericht zijn in een gebied of een gemeente zoals bedoeld in artikel 18, 1/ en 2/, onder het minimumniveau van respectievelijk 10 en 15 bedden daalt. (...)". Artikel 18, 1/ en 2/, waarnaar in deze bepaling wordt verwezen, luidt als volgt : "1/ in een gebied waar de dichtstbijzijnde soortgelijke dienst zich minstens 25 km verder bevindt; 2/ in een gemeente met minstens 20 000 inwoners waarbij de dichtsbijzijnde soortgelijke dienst zich minstens 15 km verder bevindt". 3.2.2.
- De tekst van artikel 18, 2/, van het koninklijk besluit van 30 januari 1989 laat er geen twijfel over bestaan dat de afstand moet worden gemeten tussen de gemeente, waar het betreffend ziekenhuis is gelegen, en de dichtstbijzijnde soortgelijke ziekenhuisdienst. Het eindpunt is dus niet het centrum van de gemeente met een soortgelijke ziekenhuisdienst, doch wel de werkelijke plaats waar dergelijke dienst is gevestigd. Dit is begrijpelijk daar het deze plaats is die de zieken moeten bereiken om verzorgd te worden. 3.2.2.
- Het "Boek der wettelijke afstanden" is blijkens het koninklijk besluit van 15 oktober 1969 tot vaststelling van de wettelijke afstanden bedoeld om te worden gebruikt voor de berekening van de afstanden noodzakelijk voor de regeling van de vergoedingen verschuldigd in toepassing van het tarief der gerechtskosten in strafzaken. Een exemplaar van dit boek berust ter inzage op de griffies der hoven en rechtbanken. De tabel werd zelfs niet in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Dit "boek" geeft de afstand aan van elke gemeente en in voorko- mend geval, van de gemeentewijken tot aan de hoofdplaats van het kanton, tot aan de hoofdplaats van het rechterlijk arrondissement, tot aan de hoofdplaats der provincie en tot aan de hoofdplaats van het Hof van beroep van het rechtsgebied en tussen de hoofdplaatsen van alle rechterlijke arrondissementen (artikel 65 van het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken). Het bepaalt derhalve niet de afstand tot de plaatsen waar ziekenhuizen gevestigd zijn en is om die reden in deze niet bruikbaar. VII-16.980-10/13 3.2.2.
- De argumentatie van de verwerende partij als zouden de afstanden steeds aan de hand van dit boek zijn berekend kan niet contra legem worden aangenomen. Ook de in de laatste memorie ingeroepen praktische bezwaren wegen niet op tegen een correcte toepassing van de duidelijke tekst van het koninklijk besluit. Het komt aan de verwerende partij toe desgevallend de noodzakelijke wijzigingen aan de regelgeving aan te brengen. Er is overigens uitdrukkelijk voorzien dat de beroepscommissie "alle maatregelen van onderzoek (kan) bevelen welke zij nodig acht" (artikel 8 van het koninklijk besluit van 19 november 1993 tot regeling van de samenstelling en de werking van het rechtscollege ingesteld bij artikel 76 van de op 7 augustus 1987 gecoördineerde wet op de ziekenhuizen), wat haar o.m. toelaat bij betwisting de afstand correct te laten opmeten. 3.2.2.
- Door de afstand tot het centrum van Sint-Niklaas en Dendermonde te berekenen i.p.v. tot de plaatsen waar de dichtstbijzijnde diensten voor kinderge- neeskunde zijn gevestigd, met name de Algemene Kliniek Maria Middelares, Hospitaalstraat 17, Sint-Niklaas en het Sint-Blasiusziekenhuis, Kroonveldlaan, Dendermonde, heeft de beroepscommissie artikel 20, § 1, juncto artikel 18, 2/, van het koninklijk besluit van 30 januari 1989 geschonden. 3.2.2.
- Wat het vertrekpunt van de afstand betreft is artikel 18, 2/, daarentegen niet duidelijk. Zoals de beroepscommissie neemt de verwerende partij als beginpunt de plaats die algemeen als het historisch centrum van de gemeente wordt beschouwd en van waaruit van oudsher de afstanden naar andere plaatsen worden berekend (meestal de grote markt of het kerkplein). De verzoekende partij daarentegen meent dat de afstand moet worden gemeten vanuit het geografisch centrum van de gemeente, d.i. het meetkun- dig middelpunt van de gemeente. Tegen deze laatste stelling kan evenwel onder meer worden tegengeworpen :
- dat het algemeen gebruikelijk is de afstand vanuit de historische centra van de gemeenten te meten en dat, indien de auteurs van het besluit van dit gebruik hadden willen afwijken, zij dit in de tekst tot uiting hadden moeten brengen - quod non; VII-16.980-11/13
- dat het geografisch centrum niet noodzakelijk een bruikbaar knooppunt van verbindingswegen is, doch veelal een fictief punt dat zich op eender welk soort terrein kan bevinden, met alle praktische moeilijkheden vandien;
- dat normaliter de bevolkingsconcentratie het grootst is in de historische kern, zodat deze plaats ook beter beantwoordt aan de ratio legis van de reglemente- ring. 3.2.2.
- De feitenrechter kon dus op wettige wijze oordelen dat de afstand diende gemeten te worden vanaf het historisch centrum van de gemeente. Het tweede middel is derhalve, wat het beginpunt van de afstand betreft, ongegrond; Overwegende dat het middel bijgevolg, in de hierboven aangege- ven mate, gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van de Beroepscommissie ingesteld bij artikel 76 van de wet op de ziekenhuizen, van 20 december 1995, waarbij het beroep tegen het ministerieel besluit van 14 april 1994 tot sluiting van een aantal ziekenhuisbedden in het ziekenhuis uitgebaat door het O.C.M.W. van Lokeren, wordt afgewezen, in de mate dat wordt overgegaan tot de sluiting van 4 E-bedden. Artikel
- Het beroep wordt voor het overige verworpen. Artikel
- Dit arrest zal worden overgeschreven in de registers van de voormelde Commissie en melding ervan zal worden gemaakt op de kant van de gedeeltelijk vernietigde beslissing. Artikel
- De zaak wordt verwezen naar de Beroepscommissie. VII-16.980-12/13 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig juni tweeduizend en vier, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-16.980-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.336 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.