id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.373 Rolnummer: A. 133940/VII-29184 Zaak: Arrest 133373 - - 30/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-15 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-04 07:53 Fiche Arrest nr 133.373 van 30 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 133.373 van 30 juni 2004 in de zaak A. 133.940/VII-29.184 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat J. CONINX, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Gouverneur Roppesingel 131 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Iraanse nationaliteit, op 10 maart 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 27 februari 2003 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 3 januari 2003 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 14 maart 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 30 maart 2004 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 16 juni 2004; VII-29.184-1/3 Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. SROKA, die, loco advocaat J. CONINX, verschijnt voor de verzoekende partij en van adjunct-adviseur M. HUYGHE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de auditeur in zijn verslag de toepassing voorstelt van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit; dat uit het dossier en de processtukken blijkt dat de zaak zonder verdere voorafgaande maatregelen, in een verkorte procedure, kan worden behandeld zoals voorzien door dit artikel; 1. Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.1. De verzoekende partij kwam België binnen op 30 september 2002 en verklaarde zich op 1 oktober 2002 vluchteling. 1.2. Op 3 januari 2003 nam de minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.3. Op 27 februari 2003 oordeelde de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen dat de asielaanvraag bedrieglijk was en bevestigde hij de beslissing van de minister. Dit is de bestreden beslissing. 2. Overwegende dat de verwerende partij ter terechtzitting verklaart dat de verzoekende partij een tweede asielaanvraag heeft ingediend en daardoor niet meer beschikt over het rechtens vereiste belang bij het aanvechten van de thans bestreden beslissing; dat dit gegeven en de gevolgtrekking die de verwerende partij daaruit afleidt door de verzoekende partij niet wordt weerlegd; dat in de gegeven omstandigheden kan worden aangenomen dat de verzoekende partij niet duidelijk maakt welk haar belang is bij het verderzetten van huidig annulatieberoep; dat deze vaststelling volstaat om het beroep en de vordering tot schorsing te verwerpen, VII-29.184-2/3 BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig juni tweeduizend en vier, door de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. L. SCHWEIGER, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, L. SCHWEIGER. E. BREWAEYS. VII-29.184-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.373 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.