← België

Arrest 133380 - - 30/06/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.380 Rolnummer: A. 123255/VII-27113 Zaak: Arrest 133380 - - 30/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-15 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-04 07:53 Fiche Arrest nr 133.380 van 30 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 133.380 van 30 juni 2004 in de zaak A. 123.255/VII-27.113 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat D. WINTERS, kantoor houdende te 3900 OVERPELT, Burgemeester Van Lindtstraat 61 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Joegoslavische nationaliteit, op 1 juli 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 15 maart 2002 tot weigering van regularisatie; Gelet op het administratief dossier; Gezien de memories van antwoord en wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. STERCK, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij teneinde te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 30 maart 2004 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 16 juni 2004; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. WINTERS, die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die, loco advocaat C. DECORDIER, verschijnt voor de verwerende partij; VII-27.113-1/4 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

  1. Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  2. Op 27 januari 2000 heeft de verzoekende partij een regularisatieaanvraag ingediend op basis van artikel 2, 2/ van de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk. 1.
  3. De derde Kamer van de Commissie voor Regularisatie heeft op 17 april 2001 een gunstig advies verleend betreffende de aanvraag van de verzoekende partij. 1.
  4. Op 15 maart 2002 heeft de minister van Binnenlandse Zaken de aanvraag tot regularisatie verworpen. Deze beslissing is als volgt gemotiveerd: "(...) Overwegende dat de 3e Nederlandstalige Kamer van de Commissie voor Regularisatie overeenkomstig de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van sommige categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk een gunstig advies voor beslissing inzake de aanvraag tot heeft verstrekt, door de Heer XXX ingediend bij de Burgemeester te TONGEREN, op 27 januari 2000 en dat het nummer 37002000012700033 draagt; Overwegende dat Mijnheer XXX zich bij zijn regularisatieverzoek beriep op het criterium van artikel 2, 2/ van de wet van 22 december 1999, te weten dat hij om redenen onafhankelijk van zijn wil niet kan terugkeren naar het land of de landen waar hij voor aankomst in België gewoonlijk verbleven heeft, noch naar het land van herkomst, noch naar het land waarvan hij de nationaliteit heeft; op de zitting van 21 maart 2001 stond de bevoegde Kamer van de Commissie voor Regularisatie een uitbreiding toe naar het criterium van artikel 2, 4/ van de wet van 22 december 1999, te weten dat hij humanitaire redenen meent te kunnen laten gelden en duurzame sociale bindingen in het land zou hebben ontwikkeld; Overwegende dat wat het criterium van artikel 2, 2/ van de wet van 22 december 1999 betreft in tegenstelling tot wat de bevoegde Kamer van de Commissie voor Regularisatie stelt, Kosovo niet langer voorkomt op de lijst van landen naar dewelke de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) geen afreis kan organiseren; Overwegende dat de situatie in Kosovo dermate gewijzigd is, - dat overeenkomstig resolutie 1244, aangenomen door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties op 10 juni 1999, de Servische troepen en autoriteiten zich hebben teruggetrokken uit Kosovo en werd de regio onder internationaal toezicht en bestuur geplaatst ; Overwegende dat de redenen die betrokkene heeft aangehaald zowel in zijn asiel- als in het kader van de regularisatieprocedure betrekking hadden op de algemene oorlogssituatie in Kosovo, en volledig gelinkt waren aan de aanwezigheid van de Servische politie in Kosovo; Overwegende dat, zoals. hoger aangegeven, Kosovo onder internationaal bestuur werd geplaatst en de Servische troepen zich hebben teruggetrokken; Overwegende derhalve dat betrokkene niet langer in de onmogelijkheid verkeert terug te keren naar Kosovo; VII-27.113-2/4 Overwegende dat volgens artikel 9, 9/ van de wet van 22 december 1999 verzoeker die zich beroept op artikel 2, 4/ van dezelfde wet van 22 december 1999 dient aan te tonen dat zijn of haar aanwezigheid in België teruggaat tot meer dan zes jaar, of tot meer dan vijf jaar voor een gezin met minderjarige kinderen die op 1 oktober 1999 in België verblijven en die de leeftijd hebben om naar school te gaan, en/of in voorkomend geval, het bewijs dat verzoeker wettig in België verbleven heeft en/of een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat verzoeker in de loop van vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag geen bevel gekregen heeft om het grondgebied te verlaten; Overwegende dat er geen sprake is van minderjarige kinderen die op het ogenblik van het regularisatieverzoek, te weten 27 januari 2000, de leeftijd hebben om naar school te gaan, en op 1 oktober 1999 in België verbleven; Overwegende dat Mijnheer XXX derhalve dient aan te tonen dat op het ogenblik van de aanvraag zijn aanwezigheid in België derhalve teruggaat tot meer dan zes jaar, - dat verzoeker verklaarde op 18 juni 1999 in België te zijn gearriveerd: dat hij derhalve niet kan aantonen op het ogenblik van de aanvraag, te weten op 27 januari 2000, meer dan zes jaar in België te hebben verbleven; Overwegende dat de Heer XXX evenmin een schriftelijke verklaring heeft toegevoegd dat hij in de loop van vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag geen bevel gekregen heeft om het land te verlaten ; dat indien deze verklaring zou zijn toegevoegd verzoeker nog steeds niet beantwoordt aan de vereiste in onderhavige situatie eveneens vijf jaar in België te verblijven dat hij bovendien een dergelijk bevel ontvangen heeft op 19 november 1999; Overwegende dat de Heer XXX evenmin kan aantonen op het ogenblik van de aanvraag, te weten op 27 januari 2000, een wettig verblijf te hebben bezeten; Overwegende derhalve dat de Heer XXX niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 9, 9/ van genoemde wet; dat indien verzoeker zich beroept op het hebben ontwikkeld van duurzame sociale bindingen en stelt humanitaire redenen te kunnen inroepen, aan een der drie voorwaarden van artikel 9, 9/ van genoemde wet dient te voldoen; Overwegende dat de bevoegde Kamer van de Commissie voor Regularisatie deze argumentatie eveneens onderschrijft;". Dit is de bestreden beslissing.
  5. Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel de schending aanvoert van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en van het zorgvuldigheidsbeginsel; dat de verzoekende partij ook aanvoert dat de bestreden beslissing is genomen met machtsoverschrijding; dat de verzoekende partij stelt dat de verwerende partij op basis van niet-pertinente en niet-afdoende motieven het advies van de Commissie voor regularisatie opzij schuift i.v.m. de aanvraag tot regularisatie op basis van artikel 2, 2/ van de wet van 22 december 1999; Overwegende dat de formele motiveringsplicht tot doel heeft de bestuurde in kennis te stellen van de redenen waarom de administratieve overheid de beslissing heeft genomen, zodat kan worden beoordeeld of er aanleiding toe bestaat de beroepen in te stellen waarover hij beschikt; dat uit het verzoekschrift blijkt dat de verzoekende partij de motieven van de bestreden beslissing kende, aangezien ze deze aan een inhoudelijk onderzoek onderwerpt; dat de verzoekende partij dan ook geen belang heeft bij het inroepen van een mogelijke schending van de formele motiveringsplicht; dat de toetsing van de formele motivering in beginsel niet de beoordeling van de inhoud van de motieven met zich brengt; VII-27.113-3/4 Overwegende dat de verwerende partij over een appreciatiebevoegdheid beschikt bij de beoordeling van de aanvraag tot regularisatie, waarbij zij niet verplicht is het advies van de Commissie voor regularisatie te volgen; dat de verwerende partij bij een afwijkende beslissing, moet motiveren waarom zij afwijkt van het gunstig advies; dat de bestreden beslissing terzake met redenen is omkleed; dat de verzoekende partij niet aantoont dat deze motieven steunen op onjuiste feitelijke gegevens noch dat zij kennelijk onredelijk zijn;
  6. Overwegende dat de verzoekende partij geen gegrond middel tot nietigverklaring heeft aangevoerd; dat derhalve het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  7. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
  8. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig juni tweeduizend en vier, door de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. L. SCHWEIGER, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, L. SCHWEIGER. E. BREWAEYS. VII-27.113-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.380 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.