id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.383 Rolnummer: Zaak: Arrest 133383 - - 30/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-12 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-07-04 07:54 Fiche Arrest nr 133.383 van 30 juni 2004 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.383 van 30 juni 2004 in de zaken A. 63.315/XII-
- (I) A. 63.316/XII-
- (II) A. 63.317/XII-
- (III) A. 63.318/XII-
- (IV) A. 63.319/XII-
- (V) A. 63.320/XII-
- (VI) A. 63.321/XII-
- (VII) In zake : I. Frank DE SOOMER, II. Frank BURSENS, III. Hugo CAVENS, IV. John VAN DEN BERGH, V. Willy DECKERS, VI. Dirk VAN DEN LEMMER, V I I . Richard DE MAESSCHALCK, die woonplaats kiezen bij advocaat A. De Roeck, kantoor houdende te Antwerpen, Jan Van Rijswijcklaan 6 tegen :
- de STAD ANTWERPEN,
- het VLAAMSE GEWEST. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Frank De Soomer op 14 april 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 8 november 1994 van de gemeenteraad van Antwerpen om hem de tuchtstraf van de inhouding van wedde met 20 % gedurende twee maanden op te leggen, evenals van het besluit van 9 februari 1995 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden tot goedkeuring van de gemeenteraadsbeslissing (A. 63.315/XII-897); Gezien het verzoekschrift dat Frank Bursens op 14 april 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 8 november 1994 van de gemeenteraad van Antwerpen om hem de tuchtstraf van de inhouding van wedde met 20 % gedurende twee maanden op te leggen, evenals van het besluit van 9 februari 1995 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke XII-897-1/11 Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden tot goedkeuring van de gemeenteraadsbeslissing (A. 63.316/XII-895); Gezien het verzoekschrift dat Hugo Cavens op 14 april 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 8 november 1994 van de gemeenteraad van Antwerpen om hem de tuchtstraf van de inhouding van wedde met 20 % gedurende twee maanden op te leggen, evenals van het besluit van 9 februari 1995 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden tot goedkeuring van de gemeenteraads- beslissing (A. 63.317/XII-1604); Gezien het verzoekschrift dat John Van den Bergh op 14 april 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 8 november 1994 van de gemeenteraad van Antwerpen om hem de tuchtstraf van de inhouding van wedde met 20 % gedurende twee maanden op te leggen, evenals van het besluit van 9 februari 1995 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden tot goedkeuring van de gemeenteraadsbeslissing (A. 63.318/XII-1605); Gezien het verzoekschrift dat Willy Deckers op 14 april 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 8 november 1994 van de gemeenteraad van Antwerpen om hem de tuchtstraf van de inhouding van wedde met 20 % gedurende twee maanden op te leggen, evenals van het besluit van 9 februari 1995 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden tot goedkeuring van de gemeenteraadsbeslissing (A. 63.319/XII-896); Gezien het verzoekschrift dat Dirk Van den Lemmer op 14 april 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 8 november 1994 van de gemeenteraad van Antwerpen om hem de tuchtstraf van de inhouding van wedde met 20 % gedurende twee maanden op te leggen, evenals van het besluit van 9 februari 1995 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden tot goedkeuring van de gemeenteraadsbeslissing (A. 63.320/XII-894); XII-897-2/11 Gezien het verzoekschrift dat Richard De Maesschalck op 14 april 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 8 november 1994 van de gemeenteraad van Antwerpen om hem de tuchtstraf van de inhouding van wedde met 20 % gedurende drie maanden op te leggen, evenals van het besluit van 9 februari 1995 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden tot goedkeuring van de gemeenteraadsbeslissing (A. 63.321/XII-898); Gezien de memories van antwoord van de tweede verwerende partij en de memories van wederantwoord; Gezien de toelichtende memories; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur F. De Buel; Gelet op de beschikking van 5 oktober 1998 tot voeging van de zaken; Gelet op de beschikking van 5 oktober 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 13 januari 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 maart 2004; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. De Roeck, die loco advocaat A. De Rouck verschijnt voor verzoekers, en van advocaat P. Van Der Straten, die verschijnt voor de stad Antwerpen; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd F. De Buel; XII-897-3/11 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat verzoekers, leden van de politie te Antwerpen, aangeduid zijn voor patrouille bij de mobiele brigade in de nacht van 19 op 20 mei 1994; dat eerste, tweede, zesde en zevende verzoeker omstreeks 22 uur, samen met zeventien anderen en later gevolgd door nog vier collega’s, onder wie de derde, vierde en vijfde verzoeker, de dienst verlaten; dat ten gevolge van de actie twaalf van de vijftien voorgenomen autopatrouilles in het stadsgebied binnen de Ring wegvallen; dat de hoofdcommissaris wegens de feiten op 20 mei 1994 tegen de betrokken agenten een verslag aangaande “feitelijke tekortkomingen” opstelt; dat verzoekers met brief van 13 juni 1994 voor de gemeenteraad worden opgeroepen; Overwegende dat uiteindelijk de gemeenteraad op 8 november 1994 besluit, - bij beslissing nr. 1799, wat volgt : “artikel 1 : waaraan 41 leden deelnemen en met 25 stemmen tegen 15, er is 1 onthouding het incident opgeworpen in conclusie VI betreffende de wederzijdse beïnvloeding van de getuigen te verwerpen. artikel 2 : waaraan 41 leden deelnemen en met 31 stemmen tegen 10, dat er geen tegenstelling is tussen de notulen en het stenografische verslag; artikel 3 : waaraan 31 leden deelnemen, 10 leden hebben niet deelgenomen, met eenparigheid van stemmen dat de feiten bewezen zijn; artikel 4 : waaraan 41 leden deelnemen en met 30 stemmen tegen 10, er is 1 onthouding, dat dient rekening gehouden te worden met het tuchtrechtelijk verleden van betrokkenen; artikel 5 : waaraan 41 leden deelnemen en met 27 stemmen tegen 12, er zijn 2 onthoudingen, dat bij de individueel te treffen beslissingen, voor de betrokkenen bij wie uit de niet doorgehaalde tuchtmaatregelen blijkt dat zij een ernstig tuchtrechtelijk verleden hebben, een inhouding van wedde met 20 % gedurende drie maanden moet opgelegd worden. Voor degenen die geen tuchtrechtelijk verleden hebben of waarbij dit beperkt blijft tot een waarschuwing, kan de strafmaat herleid worden tot de inhouding van wedde met 20 % gedurende twee maanden; artikel 6 : waaraan 41 leden deelnemen en met 28 stemmen tegen 11, er zijn 2 onthoudingen, politieagent-hoofdbrigadier Frans De Soomer te straffen met de inhouding van wedde met 20 % gedurende twee maanden”; - bij beslissing nr. 1802, wat volgt : “artikel 1 : waaraan 41 leden deelnemen en met 25 stemmen tegen 15, er is 1 onthouding het incident opgeworpen in conclusie VI betreffende de wederzijdse beïnvloeding van de getuigen te verwerpen. artikel 2 : waaraan 41 leden deelnemen en met 31 stemmen tegen 10, dat er geen tegenstelling is tussen de notulen en het stenografische verslag. XII-897-4/11 artikel 3 : waaraan 31 leden deelnemen, 10 leden hebben niet deelgenomen, met eenparigheid van stemmen dat de feiten bewezen zijn; artikel 4 : waaraan 41 leden deelnemen en met 30 stemmen tegen 10, er is 1 onthouding, dat dient rekening gehouden te worden met het tuchtrechtelijk verleden van de betrokkenen; artikel 5 : waaraan 41 leden deelnemen en met 27 stemmen tegen 12, er zijn 2 onthoudingen, dat bij de individueel te treffen beslissingen, voor de betrokkenen bij wie uit de niet doorgehaalde tuchtmaatregelen blijkt dat zij een ernstig tuchtrechtelijk verleden hebben, een inhouding van wedde met 20 % gedurende drie maanden moet opgelegd worden. Voor degenen die geen tuchtrechtelijk verleden hebben of waarbij dit beperkt blijft tot een waarschuwing, kan de strafmaat herleid worden tot de inhouding van wedde met 20 % gedurende twee maanden; artikel 6 : waaraan 41 leden deelnemen en met 28 stemmen tegen 11, er zijn 2 onthoudingen, politieagent-hoofdbrigadier Frank Bursens te straffen met de inhouding van wedde met 20 % gedurende twee maanden”; - bij beslissing nr. 1810, wat volgt : “artikel 1 : waaraan 41 leden deelnemen en met 25 stemmen tegen 15, er is 1 onthouding het incident opgeworpen in conclusie VI betreffende de wederzijdse beïnvloeding van de getuigen te verwerpen. artikel 2 : waaraan 41 leden deelnemen en met 31 stemmen tegen 10, dat er geen tegenstelling is tussen de notulen en het stenografische verslag. artikel 3 : waaraan 31 leden deelnemen, 10 leden hebben niet deelgenomen, met eenparigheid van stemmen dat de feiten bewezen zijn; artikel 4 : waaraan 41 leden deelnemen en met 30 stemmen tegen 10, er is 1 onthouding, dat dient rekening gehouden te worden met het tuchtrechtelijk verleden van de betrokkenen; artikel 5 : waaraan 41 leden deelnemen en met 27 stemmen tegen 12, er zijn 2 onthoudingen, dat bij de individueel te treffen beslissingen, voor de betrokkenen bij wie uit de niet doorgehaalde tuchtmaatregelen blijkt dat zij een ernstig tuchtrechtelijk verleden hebben, een inhouding van wedde met 20 % gedurende drie maanden moet opgelegd worden. Voor degenen die geen tuchtrechtelijk verleden hebben of waarbij dit beperkt blijft tot een waarschuwing, kan de strafmaat herleid worden tot de inhouding van wedde met 20 % gedurende twee maanden; artikel 6 : waaraan 41 leden deelnemen en met 28 stemmen tegen 11, er zijn 2 onthoudingen, politieagent-hoofdbrigadier Hugo Cavens te straffen met de inhouding van wedde met 20 % gedurende twee maanden”; - bij beslissing nr. 1811, wat volgt : “artikel 1 : waaraan 41 leden deelnemen en met 25 stemmen tegen 15, er is 1 onthouding het incident opgeworpen in conclusie VI betreffende de wederzijdse beïnvloeding van de getuigen te verwerpen. artikel 2 : waaraan 41 leden deelnemen en met 31 stemmen tegen 10, dat er geen tegenstelling is tussen de notulen en het stenografische verslag. artikel 3 : waaraan 31 leden deelnemen, 10 leden hebben niet deelgenomen, met eenparigheid van stemmen dat de feiten bewezen zijn; artikel 4 : waaraan 41 leden deelnemen en met 30 stemmen tegen 10, er is 1 onthouding, dat dient rekening gehouden te worden met het tuchtrechtelijk verleden van de betrokkenen; XII-897-5/11 artikel 5 : waaraan 41 leden deelnemen en met 27 stemmen tegen 12, er zijn 2 onthoudingen, dat bij de individueel te treffen beslissingen, voor de betrokkenen bij wie uit de niet doorgehaalde tuchtmaatregelen blijkt dat zij een ernstig tuchtrechtelijk verleden hebben, een inhouding van wedde met 20 % gedurende drie maanden moet opgelegd worden. Voor degenen die geen tuchtrechtelijk verleden hebben of waarbij dit beperkt blijft tot een waarschuwing, kan de strafmaat herleid worden tot de inhouding van wedde met 20 % gedurende twee maanden; artikel 6 : waaraan 41 leden deelnemen en met 28 stemmen tegen 11, er zijn 2 onthoudingen, politieagent-hoofdbrigadier Jean Van den Bergh te straffen met de inhouding van wedde met 20 % gedurende twee maanden”; - bij beslissing nr. 1809, wat volgt : “artikel 1 : waaraan 41 leden deelnemen en met 25 stemmen tegen 15, er is 1 onthouding het incident opgeworpen in conclusie VI betreffende de wederzijdse beïnvloeding van de getuigen te verwerpen. artikel 2 : waaraan 41 leden deelnemen en met 31 stemmen tegen 10, dat er geen tegenstelling is tussen de notulen en het stenografische verslag. artikel 3 : waaraan 31 leden deelnemen, 10 leden hebben niet deelgenomen, met eenparigheid van stemmen dat de feiten bewezen zijn; artikel 4 : waaraan 41 leden deelnemen en met 30 stemmen tegen 10, er is 1 onthouding, dat dient rekening gehouden te worden met het tuchtrechtelijk verleden van de betrokkenen; artikel 5 : waaraan 41 leden deelnemen en met 27 stemmen tegen 12, er zijn 2 onthoudingen, dat bij de individueel te treffen beslissingen, voor de betrokkenen bij wie uit de niet doorgehaalde tuchtmaatregelen blijkt dat zij een ernstig tuchtrechtelijk verleden hebben, een inhouding van wedde met 20 % gedurende drie maanden moet opgelegd worden. Voor degenen die geen tuchtrechtelijk verleden hebben of waarbij dit beperkt blijft tot een waarschuwing, kan de strafmaat herleid worden tot de inhouding van wedde met 20 % gedurende twee maanden; artikel 6 : waaraan 41 leden deelnemen en met 28 stemmen tegen 11, er zijn 2 onthoudingen, politieagent-hoofdbrigadier Willy Deckers te straffen met de inhouding van wedde met 20 % gedurende twee maanden”; - bij beslissing nr. 1801, wat volgt : “artikel 1 : waaraan 41 leden deelnemen en met 25 stemmen tegen 15, er is 1 onthouding het incident opgeworpen in conclusie VI betreffende de wederzijdse beïnvloeding van de getuigen te verwerpen. artikel 2 : waaraan 41 leden deelnemen en met 31 stemmen tegen 10, dat er geen tegenstelling is tussen de notulen en het stenografische verslag. artikel 3 : waaraan 31 leden deelnemen, 10 leden hebben niet deelgenomen, met eenparigheid van stemmen dat de feiten bewezen zijn; artikel 4 : waaraan 41 leden deelnemen en met 30 stemmen tegen 10, er is 1 onthouding, dat dient rekening gehouden te worden met het tuchtrechtelijk verleden van de betrokkenen; artikel 5 : waaraan 41 leden deelnemen en met 27 stemmen tegen 12, er zijn 2 onthoudingen, dat bij de individueel te treffen beslissingen, voor de betrokkenen bij wie uit de niet doorgehaalde tuchtmaatregelen blijkt dat zij een ernstig tuchtrechtelijk verleden hebben, een inhouding van wedde met 20 % gedurende drie maanden moet opgelegd worden. Voor degenen die geen XII-897-6/11 tuchtrechtelijk verleden hebben of waarbij dit beperkt blijft tot een waarschuwing, kan de strafmaat herleid worden tot de inhouding van wedde met 20 % gedurende twee maanden; artikel 6 : waaraan 41 leden deelnemen en met 28 stemmen tegen 11, er zijn 2 onthoudingen, politieagent-hoofdbrigadier Frank Dirk Van den Lemmer te straffen met de inhouding van wedde met 20 % gedurende twee maanden”; - en bij beslissing nr. 1807, wat volgt : “artikel 1 : waaraan 41 leden deelnemen en met 25 stemmen tegen 15, er is 1 onthouding het incident opgeworpen in conclusie VI betreffende de wederzijdse beïnvloeding van de getuigen te verwerpen. artikel 2 : waaraan 41 leden deelnemen en met 31 stemmen tegen 10, dat er geen tegenstelling is tussen de notulen en het stenografische verslag. artikel 3 : waaraan 31 leden deelnemen, 10 leden hebben niet deelgenomen, met eenparigheid van stemmen dat de feiten bewezen zijn; artikel 4 : waaraan 41 leden deelnemen en met 30 stemmen tegen 10, er is 1 onthouding, dat dient rekening gehouden te worden met het tuchtrechtelijk verleden van de betrokkenen; artikel 5 : waaraan 41 leden deelnemen en met 27 stemmen tegen 12, er zijn 2 onthoudingen, dat bij de individueel te treffen beslissingen, voor de betrokkenen bij wie uit de niet doorgehaalde tuchtmaatregelen blijkt dat zij een ernstig tuchtrechtelijk verleden hebben, een inhouding van wedde met 20 % gedurende drie maanden moet opgelegd worden. Voor degenen die geen tuchtrechtelijk verleden hebben of waarbij dit beperkt blijft tot een waarschuwing, kan de strafmaat herleid worden tot de inhouding van wedde met 20 % gedurende twee maanden; artikel 6 : waaraan 41 leden deelnemen en met 28 stemmen tegen 11, er zijn 2 onthoudingen, politieagent-hoofdbrigadier Richard De Maesschalck te straffen met de inhouding van wedde met 20 % gedurende drie maanden”; Overwegende dat, op beroep van verzoekers, de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden bij besluit van 26 januari 1995 de hun opgelegde tuchtstraf goedkeurt;
- Overwegende dat de aangehaalde artikelen 3 tot en met 5 van de respectieve tuchtstraffen die aan verzoekers zijn opgelegd, een bijzonder opvallende gelijkenis vertonen; dat dit geen toeval is; dat die artikelen elk het resultaat en de weergave zijn van één en dezelfde beslissing voor alle tuchtrechtelijk vervolgde agenten, 25 in totaal, tezamen; Overwegende dat deze vaststelling, die tegen geen enkele vermelding van de notulen ingaat, in de eerste plaats steunt op de bewoordingen en inhoud van de artikelen zelf; dat daarin sprake is van “betrokkenen” (meervoud) en van een “bij de individueel te treffen beslissingen” toe te passen straftarifering; dat XII-897-7/11 ook de motivering van de artikelen ter zake niets aan duidelijkheid te wensen overlaat; dat zij, voor alle beslissingen gelijk, luidt : “Het tuchtrechtelijk strafbaar karakter en de strafmaat : Het tuchtrechtelijk strafbaar karakter is bewezen. De betrokkenen werden duidelijk gewezen op het voorbarig karakter van hun actie. Niettemin hebben zij zelf het initiatief genomen om zonder enig duidelijk syndicaal overleg, een actie te starten. Hoe de initiatieven van betrokkenen ook tot stand zijn gekomen, zij kunnen op geen enkele wijze afbreuk doen aan dit voorbarig en dus ongeoorloofd karakter van hun handelwijze. De raad acht de verwijzing naar andere acties, gelet op de steeds andere omstandigheden, uiteraard niet relevant, alsook mogelijke beweringen van personen terzake die enkel in eigen naam hun persoonlijke opvatting hebben weergegeven. De raad is van mening dat ernstige inbreuken zijn gepleegd maar het verschillend aandeel van de betrokkenen in de actie onvoldoende is aangetoond. Op grond daarvan kan dus geen verschillende strafmaat worden toegepast. De raad acht het bijgevolg aangewezen dat de strafmaat, voorgesteld door de hoofdcommissaris, in verhouding tot de feiten dient gesteld en, zoals een der verdedigers voorstelt, tot het tuchtrechtelijk verleden van de betrokkenen. Bij de individueel te treffen beslissingen zal de raad daarom een strafmaat hanteren van een inhouding van wedde met 20 % gedurende drie maanden. Voor degenen die geen tuchtrechtelijk verleden hebben of waarbij dit beperkt blijft tot een waarschuwing kan de strafmaat herleid worden tot de inhouding van wedde met 20 % gedurende twee maanden”; Overwegende dat ten andere de verwerende partijen ook geenszins betwisten dat tot de artikelen 3, 4 en 5 van de respectieve bestreden tuchtstraffen is besloten middels telkens één enkele stemming voor alle verzoekers én de overige achttien vervolgde agenten tegelijk;
- Overwegende dat hieruit volgt dat wanneer de meer vermelde artikelen 3 tot en met 5 ten gevolge van het annulatieberoep van een van de 25 gestrafte agenten zouden worden vernietigd, die artikelen ipso facto tevens voor de andere agenten uit het rechtsverkeer verdwenen zouden zijn; dat die hypothese zich ook effectief gerealiseerd heeft; dat op vordering van Rudy Benoey en Frank Verdonck de Raad van State bij arresten nr. 128.658 en 128.659 van 2 maart 2004 de hun opgelegde tuchtstraffen heeft vernietigd, inclusief de artikelen 3 tot en met 5 die voor alle gesanctioneerde agenten gelden;
- Overwegende dat die vernietiging niet zonder gevolgen is voor de straffen van de verzoekers; dat immers, zoals reeds in de voormelde arresten nrs. 128.658 en 128.659 is aangenomen, de artikelen 3, 4 en 5 geacht moeten worden de tuchtstraf die de gemeenteraad aan de betrokken agenten finaal heeft opgelegd, XII-897-8/11 in de respectieve artikelen 6 van de tuchtbeslissingen, direct beslissend te hebben beïnvloed; Overwegende dat de verwerende partijen dat tevergeefs betwisten in hun laatste memories, waarin zij doen gelden dat de artikelen slechts “algemene spelregels” of een “algemeen kader” betreffen waarmee “op geen enkele wijze afbreuk [wordt gedaan] aan de vrijheid van ieder raadslid om bij de geheime individuele stemming te bepalen of die algemene spelregels op het individuele personeelslid al dan niet toepasselijk zijn”, dat een individueel raadslid dat de mening was toegedaan dat voor een bepaald personeelslid de feiten als niet bewezen moesten worden beschouwd, zoals in het algemeen voor de vijfentwintig betichten werd aangenomen in artikel 3 van de bestreden gemeenteraadsbesluiten, de mogelijkheid had dit tot uiting te brengen in de afzonderlijke en geheime stemming over de artikelen 6, dat het verloop van de stemmingen de realiteit hiervan bewijst : “Kennelijk hebben 41 leden aan dat geheel van de hoorzitting deelgenomen, gelet op de aantallen in de art. 1 t/m
- Deze 41 leden mogen dus én deelnemen aan de beraadslagingen én aan de stemmingen. Van deze 41 leden vonden er kennelijk maar 31 de feiten echt bewezen, gelet op de stemming over art.
- Van 41 die mochten deelnemen aan de stemming, hebben er kennelijk 10 verkozen dit niet te doen. 41 leden waren akkoord over de regels over de strafmaat. Van de 31 leden die vonden dat de feiten bewezen waren, en van de 41 die akkoord waren over de toe te passen strafmaat, waren er kennelijk maar 28 die bij de geheime en individuele stemming oordeelde dat de feiten voldoende bewezen waren in hoofde van de individuele betrokkenen en dat de strafmaat op hem toepasselijk was”; Overwegende dat, mede in het licht van haar motivering, de beslissing weergegeven in het artikel 3 van de bestreden tuchtstraffen “de feiten” voor alle “betrokkenen” bewezen verklaart; dat vervolgens de gemeenteraad, in de beslissing opgenomen onder het artikel 4, besluit “dat dient rekening gehouden te worden met het tuchtrechtelijk verleden van de betrokkenen”; dat de wijze waarop dat moet gebeuren in artikel 5 wordt beslist; dat finaal de gemeenteraad zonder nadere commentaar de tarifering waarin het artikel 5 voorziet op de verzoekers toepast; Overwegende bijgevolg dat de straf die verzoekers in de respectieve artikelen 6 van de bestreden gemeenteraadsbeslissingen krijgen opgelegd, zich voordoet als de loutere gevolgtrekking uit de beslissingen in de artikelen 3 tot en met 5 en in wezen door die beslissingen volledig blijkt vooruitbepaald; dat in de XII-897-9/11 formulering en de teneur van deze artikelen geen spoor van vrijblijvendheid wordt gevonden; dat de enkele omstandigheid dat uiteindelijk, bij het nemen van de beslissingen onder artikel 6, sommige raadsleden zich blijkbaar toch niet zouden hebben gehouden aan wat eerder, middels de stemming over de artikelen 3 tot en met 5 werd beslist, geenszins belet dat de overigen, zoals het kennelijk de bedoeling was, er zich wel door gebonden wisten;
- Overwegende, samenvattend, dat de tuchtstraffen, opgelegd in artikel 6 van de respectieve bestreden beslissingen, direct gegrond zijn op de artikelen 3 tot en met 5 ervan én dat die artikelen 3 tot en met 5 vernietigd blijken en bijgevolg in rechte geacht moeten worden nooit te hebben bestaan; dat een en ander doet besluiten, ambtshalve, dat de tuchtstraffen zonder rechtsgrond zijn; dat ter terechtzitting de eerste verwerende partij zich hoofdzakelijk er toe beperkt ter zake op te merken dat het niet aan haar, maar aan de Raad van State is om uit de vernietigingsarresten nrs. 128.658 en 128.659 de nodige gevolgtrekkingen ten opzichte van de bestreden tuchtstraffen te maken; Overwegende dat er reden is de bestreden gemeenteraadsbesluiten te vernietigen, evenals de besluiten van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse aangelegenheden tot goedkeuring ervan, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd worden de beslissingen van 8 november 1994 van de gemeenteraad van Antwerpen om aan Frank De Soomer, Frank Bursens, Hugo Cavens, John Van den Bergh, Willy Deckers, Dirk Van den Lemmer en Richard De Maesschalck de tuchtstraf van de inhouding van wedde van 20 % op te leggen, de eersten gedurende twee maanden en de laatste gedurende drie maanden, alsook de besluiten van 9 februari 1995 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse aangelegenheden tot goedkeuring van de gemeenteraadsbeslissingen. XII-897-10/11 Artikel
- De kosten van de beroepen, bepaald op 694,12 euro, komen ten laste van de verwerende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig juni 2004, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-897-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.383 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.