id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.387 Rolnummer: A. 111114/XII-3302 Zaak: Arrest 133387 - - 30/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-12 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 07:54 Fiche Arrest nr 133.387 van 30 juni 2004 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.387 van 30 juni 2004 in de zaak A. 111.114/XII-
- In zake : Jona DE SMEDT, wonende te Aalst, Asserendries 29 tegen : de SCHOLENGROEP DENDER, die woonplaats kiest bij advocaat M. Stommels, kantoor houdende te Antwerpen, Justitiestraat 18, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jona De Smedt op 6 oktober 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van het Koninklijk Technisch Atheneum ‘Handelschool’ te Aalst van onbekende datum en aan verzoeker ter kennis gesteld op 28 juni 2001, waarbij hem een oriënterings- attest C wordt toegekend, en de beslissing van 18 september 2001 [lees : 11 september 2001] waarin de delibererende klassenraad deze beslissing bevestig[t]”; Gelet op het arrest nr. 119.574 van 20 mei 2003 waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met het verder onderzoek van de zaak; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de beschikking van 9 december 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-3302-1/13 Gezien de “laatste memorie na heropening debatten” van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 24 mei 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 juni 2004; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van verzoeker en van advocaat M. Stommels, die verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de feiten dienstig voor de beoordeling van het beroep de volgende zijn :
- Tijdens het schooljaar 2000-2001 volgt verzoeker het zesde jaar informatica aan het Koninklijk Technisch Atheneum (K.T.A.) “Handelschool” te Aalst. Omdat hij het daaraan voorafgaande schooljaar een A-attest “met waarschuwing” kreeg, sluit hij bij aanvang van het betrokken schooljaar met de school een zogenaamd volgcontract dat voor de vakken waarvoor de waarschuwing geldt een reeks bijkomend door hem te leveren inspanningen opsomt. Dit tussen verzoeker en de directeur en leerlingenbegeleider gesloten volgcontract vermeldt in het bijzonder : “Bij de delibererende klassenraad van juni 2001 zullen zowel de behaalde resultaten als de geleverde inspanningen in aanmerking worden genomen. De leerlingenbegeleider zal aan de hand van de volgfiches een verslag opmaken en dit overmaken aan de leden van de klassenraad. Indien de geleverde inspanningen en de resultaten onvoldoende zijn zal de klassenraad automatisch een C-attest toekennen”. Na een reeks aansporingen en opmerkingen in de schoolagenda van verzoeker schrijven de directeur en de leerlingenbegeleider de ouders van verzoeker aan met een 31 mei 2001 gedateerd en “allerlaatste waarschuwing!!” getitelde brief, XII-3302-2/13 om er op te wijzen dat de studieresultaten van verzoeker “ondermaats waren voor een aantal vakken” en “dat dergelijke resultaten op de examenreeks van juni de slaagkansen van [verzoeker] wel bijzonder klein zouden maken”, niettemin besluitend dat “een ernstige inspanning resultaat zal hebben”.
- Op 25 juni 2001 beslist de delibererende klassenraad om aan verzoeker een C-attest toe te kennen met als motivering dat hij een A-attest had met waarschuwing en niet voldoet aan de eisen gesteld in het volgcontract en de vermelding “GIP + stage: uitstekend -> goed”. Volgens verzoeker zouden op 26 juni 2001 “een zestal ouders” een “officieuze klacht” indienen tegen de ad valvas uitgehangen beslissing “omtrent het oriënteringsattest-C van hun dochter of zoon”. In ieder geval komt de delibererende klassenraad opnieuw samen op 28 juni 2001, volgens de verwerende partij op verzoek van de directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum “om opnieuw te delibereren over alle leerlingen die een C-attest hebben ontvangen”. Deze delibererende klassenraad vult de motivering voor verzoekers C-attest als volgt aan : “Na herdeliberatie : C ´ resultaat Java significant … van klassengemiddelde Java is vak dat meest aansluit bij S en I (waarschuwing)”.
- Na de proclamatie, eveneens op 28 juni 2001, richten verzoeker en zijn ouders zich tot de algemeen directeur van de scholengroep met een “klacht normhantering deliberatie”, waarin zij onder meer wijzen op “onduidelijkheden en onregelmatigheden tijdens de deliberaties in functie van de normhantering op maandag 25/06/2001” en voorts opmerken : “Plotseling vond er een tweede delibererende klassenraad plaats op 28/06/2001 wegens een klacht van andere ouders van éénzelfde klas 6de informatica B. Hierbij werd beslist om veranderingen aan te brengen en uitgestelde proeven te geven in plaats van een C-attest. Is deze normhantering, voor iedere leerling op dezelfde manier toegepast? Maakt het verslag van deze klassenraad duidelijk dat iedere leerling terug aan bod gekomen is?”.
- Bij brief van 2 juli 2001 verzoekt de algemeen directeur de ouders van verzoeker om contact op te nemen met de directeur van het K.T.A. Handelschool, “teneinde op de door u gestelde vragen […] een sluitend antwoord te bekomen”. XII-3302-3/13
- Bij brief van 5 juli 2001 schrijft de directeur aan de ouders van verzoeker het bezwaarschrift volgens de voorgeschreven procedure te zullen afhandelen en dat zij begin september het resultaat van deze procedure mogen verwachten.
- Vervolgens argumenteren de ouders van verzoeker in een brief aan de algemeen directeur, met afschrift gericht aan de directeur, aan de hand van een overzicht van verzoekers jaarresultaten onder meer : “Alles in beschouwing genomen liggen de resultaten van de 3 rapporten met de dagelijkse werken van [verzoeker] rond de 70 %. De examens van de 1ste en 2de semester liggen lager +- 60 %, maar als wij deze resultaten vergelijken met de gemiddelde resultaten van de klas liggen zijn resultaten 3% HOGER.”. Zij stellen nog dat “ook de resultaten van de G.I.P., STAGE en EINDWERK goed [zijn] bevonden” en dat het “enkel bij de verdediging van zijn eindwerk in de JAVA-taal [is] dat [verzoeker] gefaald heeft”.
- De beroepscommissie adviseert op 29 augustus 2001 eenparig “om de klassenraad in zijn delibererende functie opnieuw samen te roepen”. De beroepscommissie overweegt daarbij onder meer : “dat de tekorten van die aard zijn dat een uitgestelde beslissing kan verantwoord worden: de tekorten liggen in één vakgebied en hoofdzakelijk op het eindexamen” en: “dat door de begeleidende klassenraad of door de betrokken leerkracht volgende remediëringsinitiatieven werden genomen: volgcontract voor wiskunde en Ontwerpen en Implementeren, voor wiskunde heeft hij zeer behoorlijk ingehaald”.
- Een beslissing van het schoolbestuur wordt niet naar voor gebracht, maar blijkbaar is de delibererende klassenraad opnieuw samengeroepen want deze beraadslaagt op 11 september 2001 en neemt dan de beslissing om het C-attest dat aan verzoeker werd toegekend te behouden. Dit wordt met een 18 september 2001 gedateerd schrijven meegedeeld aan verzoeker, die ook een afschrift krijgt van een door de voorzitter en vier leden van de klassenraad ondertekend “individueel syntheseblad” dat de volgende motivering bevat : XII-3302-4/13 “Overwegende dat - de tekorten van die aard zijn dat een uitgestelde beslissing niet kan verantwoord worden - de ouders tijdig op de hoogte gebracht werden van de evolutie naar een zwakker of onvoldoende presteren van hun zoon. - de ouders uitgenodigd werden op de oudercontacten en niet aanwezig waren (zie dossier) - de examens eenduidig en correct gecorrigeerd werden en er geen materiële vergissingen vastgesteld werden. - via steekproeven werd vastgesteld dat de correctie van de examens in vergelijking met klasgenoten eenduidig werd verricht. - de examens en de toetsen op het inhoudelijk vlak voor de bedoelde onderwijsvorm en studierichting beschouwd kunnen worden als behorend tot een ‘normaal’ niveau. - de normale beoordelingscriteria werden gehanteerd - de leerling een studiecontract had voor wiskunde en info en hiervoor onvoldoende extra inspanningen geleverd heeft. - de leerling geen gebruik heeft gemaakt van de hem aangeboden kansen om zich bij te werken. - de deliberatie van de hele klas op eenduidige wijze heeft plaatsgehad (zie klassenraaddossier) besluit de delibererende klassenraad C-attest te behouden”.
- Bij arrest nr. 99.801 van 16 oktober 2001 beveelt de Raad van State de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 11 september 2001 van de delibererende klassenraad waarbij aan verzoeker een oriënteringsattest C wordt toegekend.
- Op 23 oktober 2001 komt de delibererende klassenraad opnieuw samen en beslist hij om verzoeker geen bijkomende of uitgestelde proeven op te leggen en het aan verzoeker toegekende C-attest te behouden. Deze beslissing is als volgt gesteld : “Eindbeslissing Jona De Smedt - 6 Informatica B De delibererende klassenraad komt samen omdat de Raad van State in zijn arrest van 16 oktober 2001 de schorsing heeft bevolen van de eindbeslissing van de delibererende klassenraad over Jona De Smedt, leerling van 6 Informatica B, van 11 september 2001 op grond van volgende elementen : - de klassenraad heeft niet gemotiveerd waarom Jona geen uitgestelde proeven kreeg terwijl andere leerlingen uit zijn klas deze wel kregen en het advies van de beroepscommissie luidde 'bijkomende proeven opleggen'. De delibererende klassenraad heeft volgende elementen in overweging genomen : - GIP : heeft voldaan. - Stage heeft voldaan. - Zowel Jona als zijn ouders werden tijdig op de hoogte gebracht van de evolutie naar zwakker of onvoldoende presteren (zie agenda) - De beroepscommissie stelde vast dat de examens eenduidig en correct gecorrigeerd werden, er werden geen materiële vergissingen vastgesteld. Jona's onvoldoendes zijn gerechtvaardigd. XII-3302-5/13 - De beroepscommissie stelde vast via steekproeven dat de correctie van de examens in vergelijking met klasgenoten eenduidig werd verricht. - De beroepscommissie stelde vast dat de examens en toetsen op inhoudelijk vlak voor de onderwijsvorm TSO Informatica kunnen beschouwd worden als behorend tot een 'normaal' niveau en dat er 'normale' beoordelingscriteria werden gehanteerd. - Jona heeft voor aardrijkskunde een éénmalig tekort voor DW
- De delibererende klassenraad acht het bij consensus niet nodig om hiervoor een bijkomende proef op te leggen. - Jona heeft voor wiskunde een tekort op DW2 (4.5), DW3
(4), E1
(30)Jona heeft voor toegepaste informatica volgende tekorten : Acces E2
(25)Visual Basic E2
(25)Java DW1
(4), DW2
(3), E1
(26)E2
(42)Netwerken DW3 (4.5) Projectontwikkeling E2
(42)- Bovengenoemde cijfers wijken sterk af van het klassengemiddelde. Bovendien had Jona een waarschuwing voor de vakken wiskunde en toegepaste informatica en hebben Jona en zijn ouders bij de aanvang van het schooljaar een waarschuwingscontract ondertekend waarin op zeer duidelijke wijze geformuleerd stond welke bijkomende inspanningen van hem verwacht werden om zijn zwakke resultaten voor deze vakken weg te werken. In dit contract stond ook duidelijk vermeld dat het leveren van onvoldoende inspanningen voor deze vakken een C-attest voor gevolg kon hebben. Jona heeft zich niet gehouden aan de voorwaarden van het waarschuwingscontract (zie maandelijkse verslagen in agenda + brief 30 mei). Hij heeft onvoldoende inspanningen geleverd en niet gebruik gemaakt van de hem geboden kansen om zijn achterstand in te halen. Hij heeft ook zijn volgfiches niet ingevuld. - Op het éénmalig tekort voor aardrijkskunde na, situeren Jona's tekorten zich allemaal in het fundamenteel gedeelte van de afdeling Informatica. - De klassenraad heeft aan bepaalde leerlingen uit Jona's klas een bijkomende proef opgelegd omdat deze leerlingen tekorten hadden die, alhoewel zwaar, ofwel eenmalig en onvoorspelbaar waren ofwel te verklaren door uitzonderlijke omstandigheden van medische (vb. zware aanval van allergie met inname van slaapverwekkende medicatie, afwezig zijn op een examen wegens ziekte, ziek worden tijdens het examen, ...) of familiale aard (opname gezinslid in ziekenhuis, moeilijke omstandigheden wegens ernstige en langdurige ziekte van een gezinslid). Bovendien werden deze bijkomende proeven enkel opgelegd voor vakken waarvoor de leerlingen geen waarschuwing hadden. - Jona's tekorten voor JAVA en voor wiskunde zijn noch eenmalig, noch te verklaren door uitzonderlijke omstandigheden van medische of familiale aard (Jona was niet afwezig, heeft al zijn examens onder normale omstandigheden afgelegd, er werden geen problemen gesignaleerd, ook niet door het CLB). De nota's in zijn agenda en de brief van 30 mei wezen ook op een sterke achteruitgang van zijn resultaten. - De éénmalige tekorten voor Acces, Visual Basic, Netwerken en Projectontwikkeling situeren zich op het einde van het schooljaar waardoor Jona aantoont de leerstof voor het vak toegepaste informatica op onvoldoende wijze te beheersen wanneer het om grote leerstofgehelen gaat. Nochtans werden er voor alle vakken toegepaste informatica ernstige inspanningen gevraagd in zijn waarschuwingscontract. Om al de bovengenoemde redenen beslist de delibererende klassenraad bij consensus om - geen bijkomende proef op te leggen voor het vak aardrijkskunde XII-3302-6/13 - het advies van de beroepscommissie niet te volgen en geen uitgestelde proeven op te leggen voor de vakken wiskunde en toegepaste informatica want Jona had voor deze vakken een waarschuwingscontract waar hij zich niet aan gehouden heeft - het C-attest aan Jona De Smedt toegekend op 30 juni 2001 te behouden”.
- Bij arrest nr. 119.574 van 20 mei 2003 beslist de Raad van State “het oorspronkelijk formeel voorwerp van het beroep, te weten de beslissing van de delibererende klassenraad van 11 september 2001, te wijzigen in de beslissing van de delibererende klassenraad van 23 oktober 2001 waarbij het C-attest toegekend aan [verzoeker] wordt gehandhaafd”; Over de gegrondheid. Overwegende dat verzoeker in het inleidend verzoekschrift als eerste middel de schending aanvoert van het gelijkheidsbeginsel, onder meer omdat hij in tegenstelling tot andere leerlingen geen mogelijkheid kreeg om herexamen af te leggen; dat verzoeker het schoolreglement van het K.T.A. Handelschool naar voor brengt; dat dit schoolreglement onder meer over de deliberatie verduidelijkt, eensdeels, dat de eindbeslissing van de delibererende klassenraad niet het resultaat is van een mathematische optelling van de cijfers van alle vakken op het rapport en, anderdeels, dat de delibererende klassenraad in uitzonderlijke omstandigheden kan beslissen om zijn beslissing uit te stellen en één of meer bijkomende proeven kan laten afleggen; dat verzoeker daarbij drie medeleerlingen met naam aanduidt die “wel degelijk de mogelijkheid werd geboden om een herexamen af te leggen”; dat hij in een tweede middel “de schending van de motiveringswet van 29 juli 1991” aanvoert; dat hij in zijn uiteenzetting bij dit middel onder meer verwijst naar zijn rapporten en naar de motieven vermeld op het “individueel syntheseblad”; dat verzoeker door zijn uiteenzetting aantoont wel degelijk op de hoogte te zijn gebracht van de motieven van de delibererende klassenraad; dat hetgeen hij in wezen inroept niet de schending is van de formele, maar wel van de materiële motiveringsplicht; dat hij onder meer opmerkt dat de “allerlaatste verwittiging” van de school werd geformuleerd op grond van foutieve gegevens minstens voor één vak (aardrijkskunde), dat zijn ouders wel degelijk aanwezig waren op dag en uur van het vooropgestelde oudercontact, dat dit oudercontact echter niet plaatsvond en dat de gegevens niet correct zijn en elkaar tegenspreken; XII-3302-7/13 Overwegende dat de verwerende partij antwoordt dat de delibererende klassenraad een discretionaire bevoegdheid heeft om te oordelen over een bepaalde leerling op basis van de concrete gegevens uit het dossier van die leerling; dat zij refereert aan de rechtspraak van de Raad van State in examengeschillen, naar luid waarvan het gelijkheidsbeginsel voor de beoordeling van leerlingen als zodanig niet in rechte relevant is, aangezien de leerlingen van een zelfde klas zich tegenover elkaar niet verhouden als concurrenten voor een voordeel dat alleen aan een of aan enkelen onder hen kan worden toegekend; dat volgens haar niet door verzoeker wordt aangetoond dat de delibererende klassenraad zijn discretionaire bevoegdheid niet op degelijke, behoorlijke en redelijke manier heeft uitgeoefend; dat zij nog opmerkt dat wanneer een bepaalde leerling toch herexamens mag afleggen, dit niet het recht verleent aan alle andere leerlingen tot het afleggen van herexamens; dat verwerende partij als reactie op het schorsingsarrest nog verduidelijkt dat de drie leerlingen waaraan zij een herexamen opgelegd heeft in het voorafgaande schooljaar een A-attest kregen en “kregen deze drie leerlingen geen waarschuwing zoals verzoeker en werd met hen ook geen volgcontract gesloten”, dat de tekorten van deze leerlingen bovendien eenmalig zijn en in het geval van één onder hen zelfs onverwacht, dat de klassenraad enkel bijkomende proeven oplegt voor vakken waarvoor de leerlingen geen waarschuwing hadden gekregen, dat verzoekers tekorten voor JAVA en voor wiskunde noch eenmalig noch onverwacht zijn, noch te verklaren door uitzonderlijke omstandigheden van medische of familiale aard, dat de eenmalige tekorten voor Acces, Visual Basic, Netwerk en projectontwikkeling zich situeren op het einde van het schooljaar waardoor wordt aangetoond dat verzoeker de leerstof voor het vak toegepaste informatica op onvoldoende wijze beheerst wanneer het om grote stofgehelen gaat, terwijl er in zijn waarschuwingscontract voor alle vakken toegepaste informatica ernstige inspanningen werden gevraagd; Overwegende dat verzoeker dupliceert dat hij het volgcontract met de school nauwgezet had opgevolgd : “- de lessen aandachtig en actief volgen = ok - onmiddellijk bijkomende uitleg vragen indien een bepaald deel van de leerstof niet goed begrepen wordt = ok - stipt bijhouden van alle notities en de agenda = ok - stipt maken en/of voorbereiden van taken, toetsen, oefeningen = ok - lessen grondig leren = ok - toetsen grondig voorbereiden = ok - minder goede cijfers trachten weg te werken door betere resultaten = ok - bijkomende oefeningen/taken maken = ok XII-3302-8/13 - spontaan om inhaallessen vragen en deze bijwonen = ok (deze lessen werden nooit gegeven wegens afwezigheid leerkracht) - naar inhaallessen gaan indien de leraar erom verzoekt = ok (praktisch nooit van toepassing door afwezigheid van leerkracht) - stipt bijhouden van de volgfiches die bij deze overeenkomst horen = ok (opvolging tot november 2001) - inderdaad, eind november 2001 had ik 110 volgfiches ingevuld, die geparafeerd werden door de leerkrachten (cfr stuk 24) - van deze 110 volgfiches werden er slechts : - 5 fiches positief beoordeeld - 4 fiches negatief beoordeeld - op deze volgfiches kreeg ik slechts 6 taken opgelegd - vanaf 1 december, werd de korrekte opvolging en beoordeling door de desbetreffende leraars niet meer uitgevoerd zoals omschreven in het contract”; Overwegende dat verzoeker voorts refereert aan de resultaten voor wiskunde, 66% op het eindexamen tegenover 30% op het eerste examen, zodat “men toch moeilijk [kan] spreken van geen inspanning te hebben geleverd”, dat zijn resultaten in vergelijking met de drie andere leerlingen niet afweken van het gemiddelde, dat het tekort voor informatica te wijten is aan een slechte verdediging van het eindwerk, dat de tekorten toegepaste informatica zich voornamelijk situeren in JAVA doch wanneer men al de vakken voor toegepaste informatica samen neemt, hij nog steeds meer dan de helft van de punten behaalt, dat de eenmalige tekorten hiervoor “er enkel en alleen gekomen [zijn door] een zwakke verdediging van een uitstekend eindwerk (8/10)” waardoor de achteruitgang van examen 2 (60%) tegen examen 1 (68%) te verklaren is, dat een puntenreeks van achtereenvolgens 71-69- 68 % voor zijn dagelijkse werken moeilijk als een “sterke achteruitgang” te kwalificeren is; dat verzoeker voorts doet gelden in verband met de leerlingen die wel een bijkomende proef kregen “dat hij niet minder gepresteerd heeft dan zijn klasgenoten, integendeel de achteruitgang is bij medeleerlingen zelfs veel groter dan bij verzoekende partij”; dat verzoeker een stuk neerlegt waaruit blijkt dat één van die met een bijkomende proef begunstigde medeleerlingen ook een “A-attest met waarschuwing” kreeg met een volgcontract voor wiskunde en toegepaste informatica; Overwegende dat verwerende partij in de laatste memorie de betekenis van het volgcontract relativeert omdat het “vooral dient beschouwd te worden als een element in de sturing van de opleiding van verzoeker” en “geenszins het gevolg [had] dat automatisch (dus zonder motivering) een C-attest werd toegekend”; dat de bestreden beslissing volgens haar uitgebreid en afdoende gemotiveerd is en belangrijk hierbij is “dat zowel gerefereerd wordt naar het moment XII-3302-9/13 waarop de onvoldoendes bekomen werden (het einde van het schooljaar, tegen welke periode van een leerling verwacht mag worden dat hij blijk geeft van zijn kennis en attitudes) als naar het feit dat verzoeker er niet in slaagt grote leerstofonderdelen te kunnen verwerken, feit dat een gebrek kan vormen in het volgende jaar en dus duidelijk een reden is om de overgang niet te laten plaatsvinden”; dat volgens haar de uitslag voor wiskunde mag worden afgewogen tegenover het feit dat verzoeker op zeer concrete informaticavakken allerminst voldeed; dat zij ten slotte opmerkt dat een bijkomende proef opleggen impliceert dat aan deze ene proef een buitengewoon belang zou worden gehecht; Overwegende dat uit het feitenrelaas en de toelichting bij de middelen in het verzoekschrift en de aanvullende toelichting in de memories van verzoeker blijkt dat verzoeker niet betoogt dat hem onterecht een diploma zou zijn onthouden; dat het verzoeker wel grieft dat de delibererende klassenraad hem niet, zoals andere leerlingen, het voordeel heeft geboden van een uitgestelde beslissing onder de voorwaarde van het afleggen van een bijkomende proef of ten minste niet adequaat heeft gemotiveerd waarom hij in zijn definitieve beslissing bleef bij de toekenning van het C-attest; Overwegende dat de Raad van State in het schorsingsarrest overwoog, voorlopig, dat de delibererende klassenraad “niet naar behoren de redenen kenbaar maakt waarom een uitgestelde beslissing met een bijkomende proef niet verantwoord is”; dat hij in dat verband vaststelde dat verwerende partij “[het] schoolreglement blijkt te hebben toegepast door voor bepaalde leerlingen die in aanmerking kwamen voor een C-attest te oordelen dat ‘uitzonderlijke omstandigheden’ aanwezig waren om voor hen wel bijkomende proeven te organiseren” en overwoog dat van verwerende partij verwacht mocht worden dat zij opheldering zou verschaffen over de “uitzonderlijke omstandigheden”, ten einde te kunnen verifiëren of zij de regels die zij zichzelf heeft opgelegd in haar schoolreglement wel op behoorlijke wijze heeft toegepast ten aanzien van verzoeker; Overwegende dat de delibererende klassenraad op 23 oktober 2001 met betrekking tot de eventuele herexamens beslist “geen uitgestelde proeven op te leggen voor de vakken wiskunde en toegepaste informatica want Jona had voor deze vakken een waarschuwingscontract waar hij zich niet aan gehouden heeft” en nader preciseert in de voorafgaande overwegingen dat aan andere leerlingen “bijkomende XII-3302-10/13 proeven enkel opgelegd [werden] voor vakken waarvoor de leerlingen geen waarschuwingen hadden”; Overwegende dat uit de bestreden beslissing blijkt dat de delibererende klassenraad, spijts de relativerende woorden van verwerende partij in de laatste memorie, een doorslaggevend belang heeft gehecht aan het volgcontract; dat - zelfs in de veronderstelling dat het “automatisch een C-attest toekennen” waarvan sprake in het volgcontract door de klassenraad te dezen niet als automatisme is toegepast, zodat ook de wettigheid van een dergelijke bepaling niet onderzocht moet worden - de klassenraad aan het zich niet houden aan dit contract wel een automatisme ontleent om zijn beslissing niet uit te stellen; dat de klassenraad immers het niet naleven van dit volgcontract als determinerend en enig motief ziet om minstens geen bijkomende proeven toe te staan én hij daarbij de vergelijking met andere leerlingen irrelevant acht omdat zij, anders dan verzoeker, geen volgcontract hadden; Overwegende dat door de delibererende klassenraad aan verzoeker het voorafgaande schooljaar een A-attest “met waarschuwing” is gegeven; dat het een klassenraad vrij staat en hij het zelfs als zijn plicht kan zien om, in het belang van de leerling, bij het afgeven van een attest zijn suggesties, aanmoedigingen of waarschuwingen kenbaar te maken; dat het school en leerling niet verboden is om concrete afspraken te maken omtrent de inzet tijdens een schooljaar en daarbij een “contract” als pedagogisch hulpmiddel te hanteren; dat evenwel, in het licht van de door de decreetgever aan een delibererende klassenraad toegekende autonomie om over het al dan niet slagen van een leerling te oordelen, niet kan worden aanvaard dat een delibererende klassenraad zich geen oordeel meer mag vormen over het bestaan van eventuele uitzonderlijke omstandigheden die een uitgestelde beslissing en het opleggen van bijkomende proeven kunnen verantwoorden; Overwegende daarenboven dat verzoeker betwist zich niet te hebben gehouden aan het contract; dat hij ter adstructie de hiervoor overgeschreven argumenten geeft, zoals afwezigheid van de leerkracht voor het geven van inhaallessen en stipt opstellen van de gevraagde volgfiches tot eind november; dat uit de door verzoeker bij het verzoekschrift gevoegde fiches niet blijkt dat de leerkracht opmerkingen heeft geformuleerd zodat hij geacht mag worden in te stemmen met de analyse van verzoeker, zijnde dat hij de les aandachtig heeft gevolgd, zich heeft voorbereid, de opgegeven oefeningen heeft gemaakt, die oefeningen correct en XII-3302-11/13 volledig waren, zijn notities in orde zijn, zijn agenda is ingevuld en getekend, hij de leerstof heeft begrepen, al dan niet spontaan om uitleg heeft gevraagd of tijdens de les getoetst werd; dat verzoeker aangeeft dat vanaf 1 december geen volgfiches meer zijn gemaakt omdat de correcte opvolging en beoordeling door de desbetreffende leraars niet meer werd uitgevoerd zoals omschreven in het contract; dat verwerende partij ook in de procedure voor de Raad van State deze argumenten niet tegenspreekt; dat de door de klassenraad gemaakte overweging “heeft ook zijn volgfiches niet ingevuld” in die omstandigheden in zijn vaagheid niet strookt met de feiten; dat bovendien in het volgcontract te lezen is dat de leerlingenbegeleider aan de hand van de volgfiches een verslag zal opmaken en dit zal overmaken aan de leden van de klassenraad; dat dit verslag kan toestaan te verifiëren of de overeenkomst werd nageleefd; dat het verslag, zo het al bestaat, in het administratief dossier ontbreekt; dat ook de overweging dat verzoeker “zich niet gehouden [heeft] aan de voorwaarden van het waarschuwingscontract” in die omstandigheden niet als deugdelijk motief kan worden aangenomen; Overwegende voorts dat uit het door verzoeker neergelegde stuk en uit het administratief dossier blijkt dat een medeleerling die voor hetzelfde voorafgaande schooljaar een A-attest “met waarschuwing” kreeg en een volgcontract voor de vakken wiskunde en informatica, wel uitgestelde proeven mocht afleggen en met name, zo blijkt, voor onder meer het vak wiskunde; dat het argument dat aan andere leerlingen enkel uitgestelde proeven werden toegestaan als zij het jaar voordien geen waarschuwing hadden gekregen voor de betrokken vakken niet kan stand houden; Overwegende tenslotte dat de overweging van de klassenraad over de tekorten voor wiskunde voor tweemaal dagelijks werk en het eerste examen niet antwoordt op het advies van de beroepscommissie dat verzoeker “voor wiskunde behoorlijk heeft ingehaald”, nu uit het rapport blijkt dat verzoeker bij het laatste examen wiskunde 66% behaalt tegenover een klasgemiddelde van 44%; dat ook geen antwoord voorhanden is op verzoekers grief dat precies het eenmalig karakter van zijn andere tekorten, het weze aan het einde van het schooljaar, een bijkomende proef had kunnen verantwoorden, net zoals dit eenmalig karakter blijkens de motieven van de klassenraad de verantwoording was om aan zijn medeleerlingen wél een bijkomende proef op te leggen; XII-3302-12/13 Overwegende dat al wat voorafgaat noopt tot het besluit dat niet rechtens is verantwoord waarom verzoeker, anders dan sommige medeleerlingen, geen uitgestelde proeven kan worden opgelegd; dat bijgevolg de middelen welke de schorsing van tenuitvoerlegging van de beslissing van de delibererende klassenraad vermochten te verantwoorden, thans betrokken op de beslissing van 23 oktober 2001, in de besproken mate gegrond zijn, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 23 oktober 2001 van de delibererende klassenraad van het zesde jaar informatica van het Koninklijk Technisch Atheneum ‘Handelschool’ te Aalst waarbij aan Jona De Smedt een oriënteringsattest C wordt toegekend. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig juni 2004, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3302-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.387 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.99.801 ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.119.574 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div