id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.392 Rolnummer: A. 75396/X-7619 Zaak: Arrest 133392 - - 30/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-16 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-04 07:55 Fiche Arrest nr 133.392 van 30 juni 2004 - Beslissing : Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.392 van dertig juni 2004 in de zaak A. 75.396/X-
- In zake :
- Aubin DE TURCK,
- Jules DE TURCK, die woonplaats kiezen bij Advocaat M. DENYS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Grotehertstraat 12 tegen : het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat M. UYTTENDAELE, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Kapitein Crespelstraat 2-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Aubin DE TURCK en Jules DE TURCK op 20 augustus 1997 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 5 juni 1997 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot bescherming als landschap van het moerasgebied van de Melkerijstraat te Anderlecht, kadastraal bekend Sectie B, nrs. 1c, 1d (deel), 1a, 17q5 (deel), 17v9 (deel), 17w9 (deel), 3d (deel); Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de beschikking van 6 oktober 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; X-7619-1/4 Gelet op de beschikking van 15 maart 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 mei 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. JONGBLOET die, loco Advocaat M. DENYS verschijnt voor verzoekers, en van Advocaat N. WEINSTOCK die, loco Advocaat M. UYTTENDAELE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij het bestreden besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 5 juni 1997 als landschap wordt beschermd het Moerasgebied van de Melkerijstraat, bekend ten kadaster te Anderlecht, Sectie B, percelen 1c, 1d (deel), 1a, 17q5 (deel), 17v9 (deel), 17w9 (deel) en 3d (deel), wegens zijn wetenschappelijke, esthetische en historische waarde, zoals nader bepaald in bijlage I gevoegd bij het bestreden besluit; dat de afbakening van het geheel wordt aangeduid op het plan gevoegd bij bijlage II van het bestreden besluit; dat voorts de vrijwaringszone met betrekking tot het voornoemde landschap het geheel omvat van de percelen en de wegen, evenals gedeelten van de percelen en de wegen opgenomen in de omtrek, zoals die afgebakend wordt op het plan dat toegevoegd is in bijlage II van het bestreden besluit; Overwegende dat bij een ter post aangetekende brief van 2 oktober 1997, de griffie van de Raad van State aan de raadsman van de verzoekende partijen het volgende vraagt : "Bij verzoekschrift van 20 augustus 1997 hebt U de nietigverklaring gevorderd van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 5 juni 1997 tot bescherming van het moerasgebied aan de Melkerijstraat te Anderlecht als landschap. Indien dit besluit op het kantoor van bewaring der hypotheken door de zorgen van de minister, tot wiens bevoegdheid deze materie behoort, werd overgeschreven, verzoek ik U mij te laten weten of uw eis, strekkende tot vernietiging van voormeld besluit werd ingeschreven op de kant van de X-7619-2/4 overschrijving van dit besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. Dit ter voldoening aan de voorschriften van artikel 3 van de hypotheekwet van 16 december
- Ook verzoek ik U mij eventueel nadere gegevens hierom- trent en de stukken tot staving te willen mededelen."; Overwegende dat dit schrijven onbeantwoord is gebleven; Overwegende dat, krachtens artikel 3 van de Hypotheekwet, geen eis strekkende tot vernietiging of tot herroeping van rechten voortvloeiende uit akten aan overschrijving onderworpen door de rechter wordt ontvangen dan na te zijn ingeschreven op de kant der overschrijving van de titel van verkrijging waarvan de vernietiging of herroeping gevorderd wordt en, in voorkomend geval, op de kant der overschrijving van de laatste overgeschreven titel; dat deze wetsbepaling de openbare orde raakt; dat derhalve de rechter, voor wie dergelijke eis aanhangig is, moet nagaan of de eis waarover hij te oordelen heeft, ingeschreven is op de kant van de overschrijving van de titel van verkrijging; Overwegende dat uit de bedoeling van de wetgever om de derden die door een overschrijving zouden kunnen worden misleid, te beschermen, voortvloeit dat de verplichting tot inschrijving slechts geldt in zoverre de in het voornoemd artikel bedoelde akten effectief werden overgeschreven of vatbaar waren voor een overschrijving; Overwegende dat artikel 25 van de ordonnantie van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1993 inzake het behoud van het onroerende erfgoed, dat de beschermingsbesluiten betreft, bepaalt dat "het beschermingsbesluit (...) tegelijk (wordt) gezonden naar het Belgisch Staatsblad en aan het Kantoor van Bewaring der hypotheken"; dat het niet duidelijk is met welk ander doel dan de overschrijving ervan in het daartoe bestemd register de beschermingsbesluiten aan het kantoor van de hypotheekbewaarder dienen te worden toegezonden; dat men niet kan aannemen dat de ordonnantie zou voorzien in een nutteloze formaliteit; dat derhalve het thans bestreden beschermingsbesluit een voor overschrijving vatbare akte is derwijze dat het voorschrift van artikel 3 van de Hypotheekwet er op van toepassing is; Overwegende dat uit het voorgaande blijkt dat, alhoewel hiertoe uitgenodigd door de griffie van de Raad van State, de verzoekende partijen verzuimd hebben aan te tonen dat zij voldaan hebben aan de voorschriften van artikel 3 van de X-7619-3/4 Hypotheekwet; dat ambtshalve wordt vastgesteld dat op het ogenblik van het sluiten van de debatten niet is voldaan aan de door artikel 3 van de Hypotheekwet opgelegde inschrijving; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het bestreden besluit. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig juni 2004, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-7619-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.392 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.