id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.409 Rolnummer: A. 137446/X-11436 Zaak: Arrest 133409 - - 30/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-19 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 07:56 Fiche Arrest nr 133.409 van 30 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.409 van 30 juni 2004 in de zaak A. 137.446/X-11.
- In zake : de n.v. FROM UN, die woonplaats kiest bij Advocaat R. DE ROUCK, kantoor houdende te 9400 NINOVE, Leopoldlaan 17 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van VLAAMS- BRABANT, die woonplaats kiest bij Advocaat A. CELIS, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, Vital Decosterstraat 46, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. FROM UN op 2 juni 2003 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 25 maart 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams- Brabant waarbij haar beroep ingesteld tegen de beslissing van 10 oktober 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Liedekerke houdende weigering van de vergunning tot het regulariseren van kelderbergplaatsen op een perceel gelegen te Liedekerke, Gravenbosstraat, kadastraal bekend sectie E, nr. 2d, niet wordt ingewilligd; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 23 juli 2003 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 september 2003; Gehoord het verslag van Staatsraad C. ADAMS; X-11.436-1/5 Gehoord de opmerkingen van Advocaat R. DE ROUCK, die verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat K. VANCORENLAND die, loco Advocaat A. CELIS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten Overwegende dat de verzoekende partij op 23 december 1993 een stedenbouwkundige vergunning vraagt met als voorwerp het regulariseren van kelderbergplaatsen op een perceel gelegen te Liedekerke, Gravenbosstraat 99, kadastraal bekend sectie E, nummer 2d; dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Liedekerke op 2 februari 1995, de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant op 7 november 1995 en de Vlaamse minister bevoegd voor Ruimtelijke Ordening op 2 april 1996 de gevraagde vergunning weigeren; dat de verzoekende partij tegen deze laatste beslissing annulatieberoep heeft ingesteld dat bij de Raad van State is gekend onder het nummer A. 69.312/X-6643; Overwegende dat de verzoekende partij op 4 augustus 2000 een nieuwe aanvraag voor het regulariseren van voormelde kelderbergplaatsen indient; dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Liedekerke op 13 december 2000 en de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams- Brabant op 23 augustus 2001 de gevraagde vergunning weigeren; dat de verzoekende partij tegen deze laatste beslissing annulatieberoep heeft ingesteld; dat de Raad, bij arrest nr. 132.051, van 4 juni 2004 het beroep heeft verworpen; Overwegende dat de verzoekende partij op 27 mei 2002 een derde aanvraag voor het regulariseren van voormelde kelderbergplaatsen indient; dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Liedekerke op 10 oktober 2002 de gevraagde vergunning weigert; dat de verzoekende partij tegen die weigering beroep aantekent en dat de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant met het thans bestreden besluit van 25 maart 2003 dat beroep verwerpt; X-11.436-2/5
- De ontvankelijkheid Overwegende dat de verwerende partij in twee excepties het belang en de procesbekwaamheid en -bevoegdheid van de verzoekende partij betwist; dat vooralsnog geen noodzaak bestaat om over deze excepties uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over de excepties zich slechts zou opdringen indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing van de bestreden beslissing vervuld zijn, hetgeen, zoals hierna zal blijken, te dezen niet het geval is;
- Beoordeling 3.
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.
- Overwegende dat de verzoekende partij wat de tweede voorwaarde betreft het volgende aanvoert: "Verzoekster wordt aldus geconfronteerd met een procedure ingeleid bij dagvaarding dd/ 23/07/2001 voor de Rechtbank van Eerste Aanleg, en strekkende tot betaling aan de Gewestelijke Stedebouwkundige Inspecteur in naam van het Vlaamse Gewest, voor een bedrag van 4.423.200 BF. of i 109.648,26 , waarbij conclusietermijnen bepaald werden en conform het vaststellingsbericht een pleitdatum vastgesteld zal worden vanaf 01/09/
- Deze procedure zal leiden tot een definitieve beslissing en een eventuele veroordeling welke bij kracht van gewijsde van de tussenkomende beslissing, een onherroepelijk karakter zal verwerven. Hoewel in principe een financieel nadeel herstelbaar is, dit door deze omstandigheid geenszins het geval is. Dat bovendien in geval van veroordeling door de Rechtbank van Eerste Aanleg, en zelfs met de mogelijkheid van hoger beroep, de uitvoerbaarheid bij voorraad zeker niet ondenkbeeldig is en deze betaling aanleiding zal kunnen geven tot solvabiliteitsproblemen die het bestaan van de vennootschap in gevaar kunnen brengen. Dat de nv From Un verschillende personen te werk stelt en vermoedelijke herstelmaatregelen zouden kunnen leiden tot ontslag van één van de personeelsleden. Aangezien het volstaat dat het MTHEN zich kan voordoen (...) (...) Dat het dus volstaat dat de verzoekende partij het risico loopt een nadeel te ondergaan, vanzelfsprekend vermits dat risico niet al te reëel (sic) is."; X-11.436-3/5 3.
- Overwegende dat de verzoekende partij niet betwist dat met het bestreden besluit de regularisatie wordt geweigerd van een constructie waarvoor zij niet over de vereiste voorafgaandelijke stedenbouwkundige vergunning beschikte; dat het door de verzoekende partij ingeroepen nadeel zijn oorzaak vindt in het eigengereide en onwettige handelen van de verzoekende partij zelf en niet in de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing; Overwegende, ten overvloede, dat uit de gegevens van de zaak blijkt dat de verzoekende partij niet de schorsing van de tenuitvoerlegging heeft gevorderd van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 23 augustus 2001, waarmee de regularisatie van de kwestieuze kelderbergplaatsen nochtans ook werd geweigerd; dat op dat ogenblik reeds de dagvaarding van 23 juli 2001 voor de burgerlijke rechter ten verzoeke van het Vlaamse Gewest in betaling van 109.648,26 euro aan de verzoekende partij was uitgereikt; dat dit stilzitten van de verzoekende partij erop wijst dat de thans door haar als een gevolg van de weigering van de regularisatie aangevoerde nadelen, die ook toen reeds bestonden of dreigden zich te realiseren, alsdan niet als dermate ernstig en moeilijk te herstellen werden aanzien dat de schorsing van de tenuitvoerlegging van de weigering van de regularisatie moest worden gevorderd; dat de verzoekende partij thans geen concrete gegevens bijbrengt waaruit kan blijken dat de aangevoerde nadelen nu dermate ernstig en moeilijk te herstellen zijn geworden dat alleen een schorsing van de tenuitvoerlegging nog uitkomst kan brengen zonder dat het verloop van de annulatieprocedure kan worden afgewacht; Overwegende dat uit de uiteenzetting van de verzoekende partij niet blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
- Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, X-11.436-4/5 BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig juni 2004, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. C. ADAMS. X-11.436-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.409 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.343 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.