← België

Arrest 133437 - - 01/07/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juli 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.437 Rolnummer: A. 136511/XIV-15054 Zaak: Arrest 133437 - - 01/07/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-12 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-04 07:58 Fiche Arrest nr 133.437 van 1 juli 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.437 van 1 juli 2004 in de zaak A. 136.511/XIV-15.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat K. GOVAERTS, kantoor houdende te 3800 SINT-TRUIDEN, Beekstraat 9 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Ethiopische nationaliteit, op 28 april 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 25 maart 2003 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Tweede Nederlandse Kamer, waarbij haar beroep tegen de weigering van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen om haar als vluchteling te erkennen onontvankelijk wordt verklaard; Gelet op de beschikking van 20 mei 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 6 april 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 juni 2004; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; XIV-15.054-1/3 Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. HAEGEMAN die, loco Advocaat K. GOVAERTS verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Over de gegrondheid van het beroep. 1.
  3. Overwegende dat in een enig middel, afgeleid uit de schending van het koninklijk besluit van 19 mei 1993 tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen en van de motiveringsplicht, verzoekster laat gelden dat niet wordt aangetoond dat de aangetekende brief waarbij de kennisgeving werd gedaan, haar daadwerkelijk heeft bereikt, dat het dossier geen bewijs van ontvangst bevat, dat de bestreden beslissing in dit opzicht dan ook onvoldoende is gemotiveerd; 1.
  4. Overwegende dat niet wordt toegelicht welke bepaling van voornoemd koninklijk besluit van 19 mei 1993 geschonden wordt geacht; dat de kennisgeving, welke de beroepstermijn doet ingaan, niet geschiedt op het ogenblik dat de zending met de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen effectief door de vreemdeling in ontvangst wordt genomen, doch wel -zoals terecht in de bestreden beslissing gesteld- “op het ogenblik waarop de brief op diens gekozen woonplaats wordt aangeboden”; dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen dan ook niet diende vast te stellen dat de brief van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen daadwerkelijk door betrokkene in ontvangst was genomen; dat het enig middel, in de mate dat het ontvankelijk is, niet gegrond is;
  5. Overwegende dat er is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  6. Het beroep wordt verworpen. XIV-15.054-2/3 Artikel
  7. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een juli tweeduizend en vier, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-15.054-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.437 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.