id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 juli 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.532 Rolnummer: A. 81634/X-8607 Zaak: Arrest 133532 - - 05/07/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-19 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 08:00 Fiche Arrest nr 133.532 van 5 juli 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.532 van 5 juli 2004 in de zaak A. 81.634/X-
- In zake :
- Pierre DE RYCKE,
- Christine DE RYCKE,
- Anne DE RYCKE,
- André DE RYCKE, wier rechtsgeding hervat wenst te worden door : André MOORTGAT, die woonplaats kiest bij Advocaat L. WALLEYN, kantoor houdende te 1030 BRUSSEL, Paleizenstraat 154 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat M. VAN BEVER, kantoor houdende te 1850 GRIMBERGEN, Pastoor Woutersstraat 32/
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Pierre DE RYCKE, Christine DE RYCKE, Anne DE RYCKE en André DE RYCKE op 18 december 1998 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 26 oktober 1998 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening houdende verwerping van het beroep tegen de beslissing van 8 september 1994 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant, waarbij de vergunning wordt geweigerd voor het wijzigen van het gebruik van een gebouw op een perceel, gelegen te Overijse, Koedalstraat, kadastraal bekend Sectie L, nr. 118 f; Gezien de memories van antwoord van wederantwoord; Gelet op de "akte van gedinghervatting" op 18 juni 1999 ingediend door André MOORTGAT; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur T. DE WAELE; X-8607-1/4 Gelet op de beschikking van 5 december 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 10 maart 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 mei 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat André MOORTGAT in zijn "akte van gedinghervatting" stelt wat volgt : "Verzoeker is op datum van 24.2.1999 eigenaar geworden van het onroerend goed dat het voorwerp uitmaakt van de vergunningsaanvraag waarvan de weigering aanleiding gaf tot de vordering ingeleid door de consoorten DE RYCKE. De betwisting rond deze vergunningsaanvraag is uiteraard zo nauw verbonden met het eigendomsrecht dat alleen de eigenaar van het pand nog verder belang heeft bij de verdere procedure. Dat dit dan ook rechtvaardigt dat verzoeker de vordering ingeleid door de oorspronkelijke verzoekers overneemt"; Overwegende dat hervatting van het geding uitdrukkelijk wordt voorgeschreven bij de artikelen 55 tot 58 het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State wanneer een partij overlijdt, alsook in "andere gevallen"; dat, wil men niet dat het begrip "hervatting van het geding" wordt uitgehold, de toepassing ervan moet worden beperkt tot de gevallen waarin een natuurlijke persoon overlijdt of een rechtspersoon ophoudt te bestaan en zijn rechten en plichten door een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon worden overgenomen, en tot de gevallen waarin de staat of de hoedanigheid waarin de natuurlijke persoon of rechtspersoon optreedt verandert of wordt gewijzigd; X-8607-2/4 Overwegende dat de oorspronkelijke verzoekende partijen volgens de niet betwiste gegevens van de zaak op 24 februari 1999 het onroerend goed dat het voorwerp uitmaakt van de vergunningsaanvraag hebben verkocht aan André MOORTGAT; dat deze laatste zich niet met goed gevolg enkel en alleen op zijn hoedanigheid van nieuwe eigenaar kan steunen om te doen blijken van het rechtens vereiste belang bij het beroep; dat dit belang immers persoonlijk moet zijn en moet bestaan op het ogenblik van het instellen van het beroep, en geen accessorium vormt van het verkochte onroerend goed; dat de voorwaarden voor de ontvankelijkheid van een beroep tot nietigverklaring, dat een objectief beroep is, van openbare orde zijn; dat, desnoods ambtshalve, dient te worden onderzocht of aan deze voorwaarden is voldaan; Overwegende dat André MOORTGAT geen toestemming kan worden verleend om het geding ingesteld door Pierre DE RYCKE, Christine DE RYCKE, Anne DE RYCKE en André DE RYCKE te hervatten; dat, aangezien deze laatsten hun eigendom hebben verkocht, zij niet meer doen blijken van het vereiste actueel belang; dat ambtshalve dient te worden vastgesteld dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 694,12 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een vierde. X-8607-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf juli 2004, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. BOVIN. X-8607-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.532 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.