← België

Arrest 133640 - - 08/07/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juli 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.640 Rolnummer: A. 48788/XII-1164 Zaak: Arrest 133640 - - 08/07/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-08-06 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 08:03 Fiche Arrest nr 133.640 van 8 juli 2004 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.640 van 8 juli 2004 in de zaak A. 48.788/XII-1164. In zake : de NV HAROL, die woonplaats kiest bij advocaat bij het Hof van Cassatie Ph. Gérard, kantoor houdende te Brussel, Louizalaan 523, bus 28 tegen : de STAD DIEST, die woonplaats kiest bij advocaat K. Van Attenhoven, kantoor houdende te Scherpenheuvel, Kloosterstraat 26. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV Harol op 26 oktober 1992 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 27 augustus 1992 van de gemeenteraad van de stad Diest houdende de vaststelling van een jaarlijkse algemene belasting voor de periode van 1 januari 1992 tot 31 december 1994; Gelet op het arrest nr. 118.349 van 15 april 2003 waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met het verder onderzoek van de zaak; Gezien het aanvullend verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de beschikking van 9 december 2003 die de neerlegging ter griffie van het aanvullend verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; XII-1164-1/5 Gelet op de beschikking van 18 maart 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 mei 2004; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat V. Petitat, die loco advocaat Ph. Gérard verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat K. Van Attenhoven, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak in het voornoemde arrest nr. 118.349 zijn samengevat als volgt : “1.1. Op 4 juni 1992 besluit de gemeenteraad van de stad Diest een jaarlijkse 'algemene belasting' te heffen met ingang van 1 januari 1992 en eindigend op 31 december 1994. Door het reglement wordt een belasting ingevoerd ten laste van de exploitanten van een nijverheids-, landbouw- of handelsbedrijf, de beoefenaars van een vrij beroep, zelfstandig vertegenwoordigers, makelaars, reizigers, geranten en de uitbaters van studentenhuizen, logementshuizen, hotels en rusthuizen (artikel 2). Blijkens het eerste lid van zijn aanhef beoogt het gemeenteraadsbesluit de uitvoering van de financiële meerjarenplanning die in de invoering van 'een rendabele belasting' voorziet. In het tweede lid van de aanhef wordt verklaard waarom het reglement de in artikel 2 vermelde belastingplichtigen viseert. Er wordt verwezen naar het 'bijzonder voordeel' dat zij halen 'uit de algemene inspanning van de stad ter bevordering van de aantrekkingskracht en de uitstraling van de stad'. Dit reglement wordt op 11 augustus 1992 door de vice-gouverneur van de provincie Brabant in zijn uitvoering geschorst. 1.2. Ter zitting van 27 augustus 1992 wordt de voornoemde belasting van 4 juni 1992 door de gemeenteraad gedeeltelijk gehandhaafd en gedeeltelijk gewijzigd. Het oorspronkelijke artikel 5, waarin onderscheid werd gemaakt tussen natuurlijke personen en rechtspersonen of feitelijke verenigingen, wordt door een nieuwe tekst vervangen. Deze luidt als volgt : 'De belasting voor de belastingplichtigen zoals omschreven in artikel 2 wordt als volgt vastgesteld : Gebruikswaarde Belasting

  1. a)van 01 t/m 30.000 2.000
  2. b)van 30.001 t/m 50.000 4.000 XII-1164-2/5
  3. c)van 50.001 t/m 60.000 6.000
  4. d)van 60.001 t/m 70.000 7.000
  5. e)van 70.001 t/m 80.000 9.000
  6. f)van 80.001 t/m 90.000 12.000
  7. g)van 90.001 t/m 100.000 15.000
  8. h)van 100.001 t/m 110.000 20.000
  9. i)van 110.001 t/m 120.000 25.000
  10. j)van 120.001 t/m 130.000 30.000
  11. k)van 130.001 t/m 140.000 40.000
  12. l)van 140.001 t/m 150.000 50.000
  13. m)van 150.001 t/m 200.000 60.000
  14. n)van 200.001 t/m 300.000 80.000
  15. o)van 300.001 t/m 500.000 100.000
  16. p)van 500.001 t/m 1.000.000 150.000
  17. q)van 1.000.001 t/m 1.500.000 250.000
  18. r)van 1.500.001 t/m 2.000.000 350.000
  19. s)van 2.000.001 t/m 3.000.000 500.000
  20. t)van 3.000.001 t/m 5.000.000 700.000
  21. u)van 5.000.001 t/m 10.000.000 900.000
  22. v)vanaf 10.000.001 1.200.000 [frank]'; Luidens het nieuwe artikel 4 van het belastingreglement is de gebruikswaarde gelijk aan het kadastraal inkomen van het onroerend goed, dat door de belastingplichtige gebruikt wordt of tot zijn gebruik wordt voorbehouden”; 2. Ten gronde. Overwegende dat, gelet op de berekeningsgrondslag van het bestreden belastingsreglement, ambtshalve wordt onderzocht of de gemeenteraad van de verwerende partij gerechtigd was de in het reglement vervatte belasting te heffen; dat immers artikel 464 W.I.B. 1992 luidt als volgt : “De provincies, de agglomeraties en gemeenten zijn niet gemachtigd tot het heffen van : 1/ de opcentiemen op de personenbelasting, op de vennootschapsbelasting, op de rechtspersonenbelasting, en op de belasting van niet-inwoners of van gelijkaardige belastingen op de grondslag of op het bedrag van die belastingen, uitgezonderd evenwel wat de onroerende voorheffing betreft; 2/ belastingen op het vee”; Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie betoogt dat het aangehaalde artikel 464 niet van toepassing is op het bestreden belastingsreglement “bij gebrek aan enige gelijkaardigheid met de inkomsten- belastingen”; dat zij nader toelicht dat de betrokken belasting “geenszins de eigenaar van een onroerend goed [treft] omwille van diens juridische hoedanigheid van eigenaar”; XII-1164-3/5 Overwegende dat de Raad van State, algemene vergadering van de afdeling administratie, in het arrest nr. 117.154 van 18 maart 2003 heeft geoordeeld dat het de bedoeling van de wetgever was om met artikel 464, 1/, W.I.B. 1992, een belasting te verbieden, die het gegeven van het kadastraal inkomen als berekeningsgrondslag neemt; dat het bestreden belastingsreglement een jaarlijkse algemene belasting invoert waarbij het tarief van de belasting verschilt naar gelang de hoogte van de gebruikswaarde van het onroerend goed dat door de belastingplichtige gebruikt wordt of tot zijn gebruik wordt voorbehouden; dat voorts de voormelde gebruikswaarde wordt gelijkgesteld met het kadastraal inkomen van dat onroerend goed; dat aldus het gegeven van het kadastraal inkomen als berekeningsgrondslag wordt gebruikt hetgeen het voormelde artikel 464 uitsluit; dat het daarbij, in tegenstelling tot hetgeen de verwerende partij betoogt, er niet toe doet dat -formeel- niet de eigenaar van een onroerend goed wordt getroffen, hoewel die frequent ook de gebruiker van het goed zal zijn; dat evenmin de uitzondering waarin artikel 464 voorziet van toepassing is; dat te dezen het bestreden belastingsreglement immers geen opcentiemen op de onroerende voorheffing invoert; Overwegende dat uit hetgeen voorafgaat volgt dat de gemeenteraad van de verwerende partij niet bevoegd was om een belasting te heffen zoals ingevoerd met de bestreden beslissing; dat die beslissing dienvolgens dient te worden nietigverklaard, BESLUIT: Artikel 1. Vernietigd wordt het besluit van 27 augustus 1992 van de gemeenteraad van de stad Diest houdende de vaststelling van een jaarlijkse algemene belasting voor de periode van 1 januari 1992 tot 31 december 1994. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. XII-1164-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht juli 2004, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-1164-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.640 Gerelateerde publicatie(
  23. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.118.349 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.