← België

Arrest 133641 - - 08/07/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juli 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.641 Rolnummer: A. 130919/XII-3727 Zaak: Arrest 133641 - - 08/07/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-08-05 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-04 08:04 Fiche Arrest nr 133.641 van 8 juli 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.641 van 8 juli 2004 in de zaak A. 130.919/XII-

  1. In zake : Alphonse WIJNANTS, die woonplaats kiest bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Canadesen Hof, Bevrijdingslaan 4, bus 1 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Alphonse Wijnants op 23 december 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van “het Gemeenschapsonderwijs dd. 17 oktober 2002, ter kennis gebracht bij schrijven dd. 21 oktober 2002, waarbij besloten werd dat het modulecertificaat voor module III niet kon toegekend worden en, waarbij impliciet maar zeker geweigerd wordt het bekwaamheidsattest voor de functie van algemeen directeur toe te kennen”; Gelet op het arrest nr. 119.019 van 6 mei 2003 waarbij de schorsing wordt bevolen van de tenuitvoerlegging van het besluit van het Gemeenschapsonderwijs, meegedeeld in een brief van 17 oktober 2002, dat aan Alphonse Wijnants “het modulecertificaat voor module 3 niet kan toegekend worden” en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gezien het verzoek van de verwerende partij tot voortzetting van de procedure; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; XII-3727-1/6 Gelet op de beschikking van 25 november 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 13 mei 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 juni 2004; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. Staelens, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat M. Stommels, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het, behoudens wat de kosten betreft, eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat verzoeker deelneemt aan de proef voor het behalen van het bekwaamheidsattest voor het ambt van directeur secundair onderwijs van het Gemeenschapsonderwijs; Overwegende dat de voorzitter van de jury op 15 juli 2002 aan verzoeker meedeelt dat de jury beslist heeft dat hij “niet voldoet voor het geheel van de vorming en proeven”, dat hij voldoet voor de modules 1, 2, 4 en 5, dat de jury voor elk van de modules waarvoor verzoeker geslaagd is een modulecertificaat zal toekennen en dat verzoeker niet voldoet voor module 3 “personeelsbeleid”; dat in diezelfde brief informatie wordt opgenomen met betrekking tot de mogelijkheden van inzagerecht, bezwaar en beroep; Overwegende dat verzoeker vervolgens vraagt gebruik te mogen maken van het inzagerecht; XII-3727-2/6 Overwegende dat de voorzitter van de jury antwoordt dat het inzagerecht “omvat de individuele fiches van iedere module afzonderlijk, alsook inzage in het persoonlijk examendocument in geval van een schriftelijke proef”; dat zij schrijft dat deze fiches “zijn opgesteld door de respectieve examencommissies en bevatten de weergave van de observaties die geleid hebben tot de beslissing en vormen daardoor de motivering ervan”; dat zij een afschrift bijvoegt van de individuele evaluatiefiche voor module 3; Overwegende dat verzoeker daarna gebruik maakt van de geboden mogelijkheid om een bezwaarschrift in te dienen; Overwegende dat de voorzitter van de jury met een 17 oktober 2002 gedateerde brief aan verzoeker laat weten dat het bezwaar “in de vergadering van de jury van 16 oktober 2002 werd besproken” en zij er ten gronde als volgt op antwoordt : “Aan de kandidaten werd uitdrukkelijk meegedeeld dat aan de paper geen evaluatiewaarde werd toegekend. De paper diende enkel als aanhef tot het groepsgesprek. Daarom werd het groepsgesprek ook in groepjes van een vijftal kandidaten, die elk hetzelfde paperonderwerp hadden, zodat iedereen ongeveer op dezelfde golflengte zat, gevoerd. Er werd enkel aan de individuele inbreng van de kandidaten in het groeps- interview een evaluatiewaarde toegekend, zoals ook duidelijk blijkt uit de evaluatiefiche die hiervan de resultante is. Nergens wordt daarin immers een waarde gegeven aan de paper of het groepsgeheel, doch enkel individuele vaststellingen betreffende de kandidaat werden hierop genoteerd. De beoordelingscommissie kon echter niet anders dan vaststellen, zoals weergegeven in de evaluatiefiche, dat wat betreft de inbreng in de eigen thema's 'de inbreng van de kandidaat onvoldoende onderbouwd was' en, wat betreft de inbreng bij de thema's gericht aan de andere kandidaten 'de kandidaat onvoldoende blijk heeft gegeven van het vereiste inzicht met betrekking tot personeelsbeleid'. Tijdens de groepssessie waaraan U deelnam is inderdaad een lesgever, de heer Carlos Bekaert, binnengekomen, doch niet in de hoedanigheid van jurylid maar als waarnemer. Er was immers afgesproken met de heer Bekaert, directeur POC, dat hij als jurylid zou deelnemen aan de sessies van de CLB-personeelsleden en dat hij, om voorafgaandelijk het verloop van een dergelijk interview in te kunnen schatten, enige sessies als waarnemer zou volgen. Derhalve heeft de heer Bekaert zich bij de sessies die hij als waarnemer volgde ook onthouden van de beraadslaging en de evaluatie. Hierbij was hij zelfs niet aanwezig. Overigens werden alle kandidaten SO door drie personen geëvalueerd. Dit werd ook duidelijk gecommuniceerd met de aanwezige waarnemers van de erkende vakorganisaties. In concreto betekent dit dat u het modulecertificaat voor module 3 niet kan toegekend worden”; XII-3727-3/6 Overwegende dat de Raad van State bij arrest nr. 119.019 van 6 mei 2003 de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing schorst; Overwegende dat met een 2 juli 2003 gedateerd schrijven aan verzoeker een nieuwe evaluatiefiche van zijn interview van 13 mei 2002 wordt bezorgd; dat hem in die brief wordt meegedeeld wat volgt : “Na kennisname van het arrest van de Raad van State nr. 19.019 dd. 6 mei 2003, waarbij de schorsing bevolen werd van de tenuitvoerlegging van het besluit van het Gemeenschapsonderwijs waarbij U het modulecertificaat voor module 3 niet toegekend werd, heeft de jury het dossier opnieuw bestudeerd. De jury beslist op 02.07.2003 : '- zijn besluit van het Gemeenschapsonderwijs dd. 17.10.2002, waarbij aan de heer Alphonse Wijnants het modulecertificaat voor module 3 niet toegekend werd, in te trekken'. Aangezien het besluit dd. 17.10.2002 wordt ingetrokken, wordt deze geacht niet bestaan te hebben. 'De intrekking van een administratieve rechtshandeling is mogelijk binnen de termijn van 60 dagen, bepaald voor het instellen van een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State. Ingeval een dergelijk beroep is ingesteld, kan de intrekking gebeuren tot aan de sluiting van de debatten'. (Mast, A., Dujardin, J., Van Damme, M., Vande Lanotte, J., Overzicht van het Belgisch administratief recht, Antwerpen, Kluwer, 1999, 681) - Gelet op het schorsingsarrest nr. 119.019 dd. 6 mei 2003; - Gelet op het gezag van gewijsde van het schorsingsarrest dat de overheid verplicht bij het overwegen van de zaak acht te slaan op de motieven die tot het schorsingsbesluit hebben geleid; - Gelet op het feit dat de Raad van State oordeelde dat de evaluatiefiche niet deugdelijk gemotiveerd was; - Gelet op het feit dat de beoordelingscommissie opnieuw werd samen- geroepen; - Gelet op het feit dat de beoordelingscommissie, na opnieuw het dossier te onderzoeken, tot de conclusie komt dat de kandidaat, op basis van de elementen die zijn vastgesteld tijdens het interview en na afweging van de sterke en zwakke punten, niet voldoet voor module 3, Personeelsbeleid; - Overwegende dat uit de beoordelingsfiche blijkt [dat] de kandidaat een te beperkt inzicht heeft in de personeelsmaterie en hierdoor geen correcte toepassing van de regelgeving kan maken zoals vereist voor het ambt van directeur; - Overwegende dat de jury zich aansluit bij de motivering zoals vervat in de evaluatiefiche Na heroverweging van de zaak beslist de jury unaniem het module- certificaat III niet toe te kennen aan de heer Alphonse Wijnants. Bijgevolg voldoet de heer Alphonse Wijnants niet voor het geheel van de vorming en proeven voor het ambt van directeur waarvoor hij de opleiding volgde tijdens het schooljaar 2001-2002'. In bijlage vindt U de evaluatiefiche (na nieuw onderzoek van de beoordelingscommissie) die integraal deel uitmaakt van de bovengeciteerde beslissing. Tegen deze beslissing kunt u een annulatieberoep of een verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij de Raad van State indienen. Dit moet gebeuren binnen een termijn van 60 kalenderdagen nadat u kennis nam van de beslissing, overeenkomstig de artikelen 84, 85 en 86 van het Besluit van de XII-3727-4/6 Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State”; Over de ontvankelijkheid van het beroep. Overwegende dat de verwerende partij in de laatste memorie betoogt dat verzoeker op 13 november 2003 opnieuw heeft deelgenomen aan de proeven, dat de resultaten hiervan worden verwacht medio juni 2004 en dat verzoeker elk belang bij de voorliggende procedure verliest indien hij in 2004 het bekwaamheidsattest effectief behaalt; Overwegende dat verzoeker ter terechtzitting meedeelt dat de jury hem met ingang van 25 maart 2004 het bekwaamheidsattest heeft toegekend voor het ambt van directeur secundair onderwijs en dat hij dientengevolge afstand doet van het beroep behoudens wat de kosten betreft; Overwegende, wat de kosten betreft, dat het niet zonder belang is dat de initieel bestreden beslissing in haar tenuitvoerlegging is geschorst en vervolgens, zoals uit het voorafgaand feitenrelaas blijkt, door de verwerende partij na kennisname van het arrest nr. 119.019 op 2 juli 2003 expliciet is ingetrokken; dat dit verantwoordt om de kosten te leggen bij de verwerende partij, BESLUIT: Artikel
  2. De afstand van het beroep wordt vastgesteld. Artikel
  3. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. XII-3727-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht juli 2004, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3727-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.641 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.119.019 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.