← België

Arrest 133645 - - 08/07/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juli 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.645 Rolnummer: A. 130690/XII-3721 Zaak: Arrest 133645 - - 08/07/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-08-06 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-07-04 08:04 Fiche Arrest nr 133.645 van 8 juli 2004 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.645 van 8 juli 2004 in de zaak A. 130.690/XII-

  1. In zake : Agnese ROSCIANO, die woonplaats kiest bij advocaat D. Arits, kantoor houdende te Dilsen-Stokkem, Borrehoefstraat 42 tegen : de BURGE M E E S T E R V AN DE GE ME E NT E MAASMECHELEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Agnese Rosciano op 18 december 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 29 oktober 2002 van de burgemeester van de gemeente Maasmechelen waarbij het openhouden van de openbare drankslijterij La Giostra aan de Oude Baan 360 te Maasmechelen verboden wordt gedurende een periode van twee jaar; Gelet op het arrest nr. 119.016 van 6 mei 2003 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt bevolen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 4 juni 2003 ingediend door de verwerende partij; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd F. De Buel; Gelet op de beschikking van 4 november 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; XII-3721-1/6 Gelet op de beschikking van 12 februari 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 mei 2004; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. Arits, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat R. Terwingen, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd F. De Buel; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat verzoekster aan de Oude Baan 360 te Maasmechelen het café La Giostra uitbaat; dat op 29 oktober 2002 de burgemeester van Maasmechelen besluit het openhouden van het café gedurende een periode van twee jaar te verbieden; dat het besluit aldus gemotiveerd is : “Gelet op het vertrouwelijk verslag van de lokale recherche d.d. 30.09.2002 dat overgemaakt werd aan de burgemeester en de zonechef; Gelet op het gerechtelijk verslag van de GDA Tongeren d.d. 11.10.2002; Gelet op de resultaten van het onderzoek ter plaatse hetgeen volgende bezwarende feiten aan het licht bracht : * wederrechtelijk bezit van verdovende middelen (cocaïne, ...) * wederrechtelijk bezit van een vuurwapen (+25 patronen) zonder vergunning * dat volgens verklaringen, afgelegd tijdens het onderzoek, 'La Giostra' een trefpunt is van criminele organisaties Gelet op het feit dat om hoger genoemde redenen de openbare orde, rust en veiligheid in het gedrang komen; Gelet op artikel 135 § 2 van de Nieuwe Gemeentewet”;
  3. Overwegende dat verwerende partij in de laatste memorie vraagt om met toepassing van artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang in hoofde van verzoekster vast te stellen omdat zij geen laatste memorie heeft ingediend; Overwegende dat luidens genoemd artikel 21, tweede lid, de afdeling (administratie) zonder verwijl uitspraak doet, waarbij het ontbreken van het vereiste belang wordt vastgesteld, “[w]anneer de verzoekende partij de termijnen XII-3721-2/6 voor het toesturen van de memorie van wederantwoord of van de aanvullende memorie niet eerbiedigt”; dat onder “aanvullende memorie” (“mémoire ampliatif”) te begrijpen is de in artikel 8 van het algemeen procedurereglement bedoelde “toelichtende memorie” (“mémoire ampliatif”); dat het artikel 21, tweede lid, geen gevolgen verbindt aan het verzuim van verzoekster om een laatste memorie in te dienen;
  4. Overwegende dat er evenmin reden is verzoekster zonder belang te verklaren om de enkele reden dat zij, naar verwerende partij in de memorie van antwoord stelt, “ondertussen haar handelsactiviteiten gewoonweg heeft overgedragen aan een nieuwe uitbater”; dat de beslissing haar, zoals in het arrest nr. 119.016 van 6 mei 2003 is geoordeeld, een moeilijk te herstellen ernstig nadeel deed lijden en zij gedurende meerdere maanden de uitwerking ervan heeft moeten ondergaan; 4.
  5. Overwegende dat verzoekster in een tweede middel onder meer aanvoert wat volgt : “Bovendien is de bestreden beslissing kennelijk onredelijk: de sluiting van een handelszaak gedurende 2 jaar vormt de facto een definitieve stopzetting, aangezien de handelszaak naar verloop van 2 jaar eigenlijk vanaf nul zou moeten worden opgebouwd. Dergelijke zware maatregel kan in redelijkheid niet worden genomen op grond van enkele verslagen en zogenaamde vaststellingen waarvan de juistheid niet kan worden nagegaan. Niet gespecificeerde verklaringen van niet gespecificeerde derden kunnen evenmin een voldoende motief vormen voor het nemen van dergelijke ingrijpende en strenge beslissing”; Overwegende dat verwerende partij daar in de memorie van antwoord op repliceert : “De genomen beslissing zou onredelijk zijn: Dit houd[t] in casu geen enkel relevant motief in: de opportuniteit van de kwestieuze beslissing maakt niet het voorwerp uit van huidige procedure en kan door uw Raad niet getoetst worden. De aard van de op te leggen maatregel kan soeverein binnen het wettelijke bestaande kader, door de burgemeester bepaald worden”; Overwegende dat verzoekster in de memorie van wederantwoord dupliceert dat de vage en algemene verwijzingen waarop de bestreden beslissing steunt in redelijkheid geen voldoende grondslag kunnen vormen om een zo zware sanctie als de sluiting gedurende twee jaar op te leggen; XII-3721-3/6 4.
  6. Overwegende dat de verwerende partij zich vergist wanneer zij er blijkbaar van uitgaat dat haar beslissing volledig “soeverein” kan worden bepaald zonder enige toetsingsmoglijkheid door de Raad van State; dat één zaak de uitoefening van een discretionaire bevoegdheid of opportuniteitsbeoordeling is en een andere de controle of die uitoefening binnen de perken van het recht is gebleven; dat het in het laatste geval om een rechtmatigheidstoetsing gaat, die de Raad van State geenszins ontzegd is; Overwegende dat de vrijheid waarover de verwerende partij beschikt om de maatregel te kiezen die haar het meest geschikt lijkt met het oog op de openbare orde, rust en veiligheid, niet grenzeloos is; dat een van de wettigheidsgrenzen aan de beleidsvrijheid het redelijkheidsbeginsel is; dat het redelijkheidsbeginsel vereist dat de maatregel zich voordoet als het resultaat van een deugdelijke afweging, met zin voor maat en verhouding, van alle betrokken belangen; dat het in principe voor het bestuur zaak is van die afweging te doen blijken in de formele motieven van de beslissing; Overwegende dat, blijkens haar formele motivering, de bestreden beslissing steunt op een verslag van 30 september 2002 van de lokale politie Maasmechelen en op een verslag van 11 oktober 2002 van de federale politie, GDA Tongeren; dat het verslag van 30 september 2002 doet kennen dat bij een huiszoeking in het café van verzoekster en in de echtelijke woning, die op een ander adres gelegen is, verdovende middelen zijn gevonden, dat in de echtelijke woonst een niet-vergund pistool met patronen is aangetroffen en dat de echtgenoot van verzoekster na afloop van het verhoor heeft verklaard te weten dat het café “een trefpunt is van criminele organisaties”; dat het verslag van 11 oktober 2002 beperkt is tot de inlichting dat uit recent gevoerde gerechtelijke onderzoeken is gebleken dat het café La Giostra een gekende ontmoetingsplaats is voor criminelen, die “actief [zijn] in de domeinen die behoren tot de prioriteiten van de federale politie”; Overwegende dat op grond van die schaarse en summiere gegevens de burgemeester met het oog op de openbare orde, rust en veiligheid de sluiting van het café beveelt gedurende een periode van twee jaar; dat deze zeer langdurige maatregel voor verzoekster bijzonder ingrijpende gevolgen heeft; dat de verhouding tussen motieven en beslissing niet zodanig is dat zij zich uiteraard en spontaan als het resultaat van een deugdelijke, evenwichtige afweging laat kwalificeren; dat de verwerende partij ook niet uiteenzet op grond van welke afweging van het bij de XII-3721-4/6 handhaving van de openbare orde en rust betrokken algemeen belang en het belang van verzoekster, zij finaal bij een zo verstrekkend ingrijpen als een sluiting van twee jaar is uitgekomen; dat een verantwoording nochtans des te meer op haar plaats zou geweest zijn waar verzoekster naar aanleiding van haar verhoor had doen gelden dat zij ziek is, dat het inkomen uit het café haar enige inkomen is, dat de politiediensten eigenlijk de “gebroeders Aquino” viseren en dat een sluiting “in disproportie” zou staan “met enig aandeel in criminele activiteiten”; Overwegende dat in de gegeven omstandigheden de sluiting van verzoeksters café gedurende twee jaar geacht wordt niet in een voldoende redelijke verhouding te staan tot de “bezwarende” feiten waarop zij gebaseerd is - en waarvoor overigens verzoekster, blijkens de pleidooien ter terechtzitting, ook buiten vervolging is gesteld; dat het middel gegrond is, BESLUIT: Artikel
  7. Vernietigd wordt de beslissing van 29 oktober 2002 van de burgemeester van de gemeente Maasmechelen waarbij het openhouden van de openbare drankslijterij La Giostra aan de Oude Baan 360 te Maasmechelen verboden wordt gedurende een periode van twee jaar. Artikel
  8. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. XII-3721-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht juli 2004, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3721-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.645 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.119.016 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.