id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 juli 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.744 Rolnummer: A. 148749/X-11806 Zaak: Arrest 133744 - - 09/07/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-16 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-04 08:12 Fiche Arrest nr 133.744 van 9 juli 2004 - Beslissing : Verwerping Verwerping dwangsom Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.744 van 9 juli 2004 in de zaak A. 148.749/X-11.
- In zake : Philippe VANDE CASTEELE, wonende te 2900 SCHOTEN, Klamperdreef 7 tegen : de gemeente SCHOTEN, die woonplaats kiest bij Advocaat M. BALLON, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Britselei
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Philip VANDE CASTEELE op 12 maart 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van: "- weigering om de stedenbouwkundige vergunning dd. 17 november 1999 (ref. 1999/171, Klamperdreef 9, 2900 Schoten) in te trekken - de stedenbouwkundige vergunning dd. 17 november 1999 (ref. 1999/171, Klamperdreef 9, 2900 Schoten) en de bevestigende beslissingen ervan dd. 13 januari 2004 en 24 februari 2004 i dit onder verbeurte van een dwangsom van 10.000 per kalenderdag dat het schorsingsarrest niet wordt uitgevoerd of nageleefd en dat er gebruik wordt gemaakt van werken die enkel gebouwd of aangelegd werden op grond van deze stedenbouwkundige vergunning."; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 3 juni 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 juni 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; X-11.806-1/5 Gehoord de opmerkingen van Advocaat D. VANDEN BULCKE, die verschijnt voor verzoeker en van Advocaat E. ROBBERECHTS die, loco Advocaat M. BALLON verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende, in zoverre verzoeker de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van de "weigering om de stedenbouwkundige vergunning dd. 17 november 1999 (ref. 1999/171, Klamperdreef 9, Schoten) in te trekken", dat dient te worden vastgesteld dat verzoeker in gebreke blijft een dergelijke beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schoten voor te leggen of aan te duiden; dat uit de gegevens van de zaak zoals door verzoeker uiteengezet blijkt dat de betrokken "weigering" het niet beantwoorden betreft door het college van burgemeester en schepenen van herhaalde vragen van verzoeker tot intrekking van genoemde vergunning, verwoord in verschillende brieven evenals in het bezwaarschrift ingediend tijdens het openbaar onderzoek van de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning die heeft geleid tot het in huidige vordering eveneens bestreden besluit van het college van burgemeester en schepenen van 13 januari 2004; Overwegende dat, in tegenstelling tot hetgeen verzoeker lijkt te beweren, het college van burgemeester en schepenen het bezwaarschrift op dat punt heeft beantwoord waar zij stelt wat volgt: "Het centrale thema in het bezwaarschrift is de 4de vergunning d.d. 17/11/1999 welke door de gemeente Schoten niet werd ingetrokken. Deze vergunning valt niet binnen de beoordeling van het huidig openbaar onderzoek."; dat, zonder uitspraak te doen over de vraag of het door verzoeker geformuleerde bezwaar verband houdt met de betrokken aanvraag en aldus door het college van burgemeester en schepenen inhoudelijk had dienen te worden onderzocht en beantwoord, dient te worden vastgesteld dat het college het bezwaar heeft beantwoord en dat verzoeker dit antwoord niet betwist; dat op het eerste gezicht aan de plicht de bezwaren te onderzoeken en te beantwoorden is voldaan; X-11.806-2/5 Overwegende, wat de overige door verzoeker aan het college van burgemeester en schepenen gerichte vragen tot intrekking betreft, dat artikel 14, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, bepaalt dat, wanneer administratieve overheden verplicht zijn te beschikken en na een betekende aanmaning geen beslissing is getroffen, het stilzwijgen van de overheid moet worden geacht een afwijzende beslissing te zijn waartegen beroep kan worden ingesteld; Overwegende dat ter zake de verwerende partij er niet toe verplicht is in te gaan op de vraag van verzoeker om de verleende vergunning in te trekken; dat de vordering ten aanzien van de bestreden "weigering om de stedenbouwkundige vergunning dd. 17 november 1999 (ref. 1999/171, Klamperdreef 9, 2900 Schoten) in te trekken", niet ontvankelijk is; Overwegende, in zoverre verzoeker de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van "de stedenbouwkundige vergunning dd. 17 november 1999 (ref. 1999/171, Klamperdreef 9, 2900 Schoten) en de bevestigende beslissingen ervan dd. 13 januari 2004 en 24 februari 2004), dat bij arresten nrs. 84.032 van 10 december 1999 en 88.191 van 22 juni 2000 de door verzoeker ingestelde vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid, respectievelijk vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging volgens de gewone procedure van voornoemd besluit van 17 november 1999 werden verworpen; dat hieruit alleen reeds blijkt dat de op 12 maart 2004 ingestelde vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van dit besluit manifest buiten termijn werd ingesteld en dus niet ontvankelijk is; dat, wat de samenhangende bestreden besluiten van 13 januari 2004 en 24 februari 2004 betreft, het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schoten bij eerstgenoemd besluit aan Ricardo HEERE de stedenbouwkundige vergunning heeft verleend "tot de regularisatie van -plaatsen van draadafsluiting, -inbuizing in plaats van gracht, -bouwen van 2 poortkolommen, - aanleg oprit" met betrekking tot een terrein gelegen te Schoten, Klamperdreef 9, kadastraal bekend Sectie A, nr. 111 d 4; dat hetzelfde college bij het besluit van 24 februari 2004 heeft beslist "Art. 1.- De stedenbouwkundige vergunning d.d. 13 januari 2004 houdende de vergunning (van regularisatie) voor het plaatsen van een draadafsluiting (plaatselijk meer dan 2 meter hoog), het bouwen van 2 poortkolommen en de aanleg van een oprit, te handhaven", en "Art. 2.- De stedenbouwkundige vergunning d.d. 13 januari 2004 houdende de vergunning (van regularisatie) van de ondergrondse rioleringsbuis van 65 meter in te trekken en hiervoor een weigering van stedenbouwkundige vergunning af te leveren"; dat X-11.806-3/5 hetzelfde college bij besluit van 27 april 2004 heeft beslist "Art. 1.- De stedenbouwkundige vergunning 2002/183 d.d. 24 februari 2004 voor de heer Heere in te trekken en een weigeringsbesluit op te maken" en "Art. 2.- De heer Heere uit te nodigen tot het indienen van nieuwe stedenbouwkundige vergunningsaanvragen voor de regularisatie van het plaatsen van een draadafsluiting, het inbuizen van de gracht, het bouwen van 2 poortkolommen, en het aanleggen van een oprit."; dat dit besluit niet blijkt te zijn aangevochten; dat het definitief is geworden; dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging wat de voornoemde bestreden besluiten van 13 januari 2004 en 24 februari 2004 betreft zonder voorwerp is geworden; Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schoten bij een afzonderlijk besluit van 13 januari 2004 aan Ricardo HEERE eveneens de stedenbouwkundige vergunning heeft verleend "tot het plaatsen van hek voor oprit (regularisatie)" op hetzelfde perceel; dat uit de omstandigheid dat het gaat om een vergunning tot regularisatie van reeds uitgevoerde handelingen en werken blijkt dat deze reeds volledig zijn gerealiseerd; dat dit door verzoeker overigens niet wordt betwist; dat de schorsing van de tenuitvoerlegging van dit besluit voor verzoeker zonder nut is; BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De vordering tot het opleggen van een dwangsom wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. X-11.806-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen juli 2004, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-11.806-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.744 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.697 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.