← België

Arrest 133801 - - 12/07/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 juli 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.801 Rolnummer: A. 128953/XII-3691 Zaak: Arrest 133801 - - 12/07/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-08-11 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 08:14 Fiche Arrest nr 133.801 van 12 juli 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.801 van 12 juli 2004 in de zaak A. 128.953/XII-

  1. In zake : André VROMAN, die woonplaats kiest bij advocaat C. Merry, kantoor houdende te Ronse, Charles Vandendoorenstraat 17 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen. ------------------------------------------------------------------------------------------------ --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat André Vroman op 5 november 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 11 september 2002 van de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen waarbij zijn vergunning tot het voorhanden hebben van een verweervuurwapen wordt ingetrokken; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur- afdelingshoofd P. De Wolf; Gelet op de beschikking van 9 september 2003, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan verzoeker op 22 september 2003; XII-3691-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan verzoeker, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij hij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoeker niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan verzoeker melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat verzoeker binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te zijnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. XII-3691-2/3 Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf juli 2004, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad F. BONTINCK, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-3691-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.801 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.