id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juli 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.926 Rolnummer: A. 153589/X-11955 Zaak: Arrest 133926 - - 14/07/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-19 Raadplegingen: 47 - laatst gezien 2026-07-04 08:21 Fiche Arrest nr 133.926 van 14 juli 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.926 van 14 juli 2004 in de zaak A. 153.589/X-11.
- In zake : Lucas VAN DEN BRANDE, die woonplaats kiest bij Advocaat C. DE MUNCK, kantoor houdende te ANTWERPEN, Britselei 39 tegen : de gemeente ZANDHOVEN, die woonplaats kiest bij Advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 33 tussenkomende partij : de n.v. Stoeterij JEBO die woonplaats kiest bij Advocaten S. VERNAILLEN en Y. LOIX, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het verzoekschrift dat Lucas VAN DEN BRANDE op 9 juli 2004 heeft ingediend om de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te vorderen van het besluit van 23 juni 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zandhoven houdende afgifte van een stedenbouwkundi- ge vergunning aan de n.v. JEBO STOETERIJ tot verbouwing en uitbreiding van een paardenstoeterij op een terrein gelegen te zandhoven, Boshuisweg nr. 50, kadastraal bekend afdeling 1, sectie A, nr. 19v,b ; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 12 juli 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 juli 2004; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; X-11.955-1/4 Gehoord de opmerkingen van Advocaat M. WENDRICKX die, loco Advocaat C. DE MUNCK verschijnt voor verzoeker, van Advocaat N. ANSOMS die, loco Advocaat H. SEBREGHTS verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat Y. LOIX, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat met een ter terechtzitting neergelegd verzoek- schrift de n.v. Stoeterij JEBO, begunstigde van de bestreden stedenbouwkundige vergunning, vraagt om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat haar verzoek kan worden ingewilligd;
- Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
- Overwegende dat, wat de eerste voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij aanvoert wat volgt : "Als stoeterij en in feite recreatieve paardenmanège is het van commercieel belang om de uitbating in volle zomer te kunnen exploiteren. In bovenstaande uiteenzettingen werd reeds aangehaald dat de bouwvergun- ning dateert van 23 juni en de werken één week later reeds in volle gang waren. Arbeiders werken elke weekdag en soms op het week-end zodat de 65 paarden in de zomer in de stallen kunnen worden ondergebracht. Uit foto’s, genomen op 2 juli jl., blijkt dat ook de graafwerken (foto 12) op het terrein al zijn gestart. Verder staan dagelijks arbeiders de grond te bewerken (foto 11). De ruimte waar de loods zal worden ingeplant werd reeds afgepaald en opgehoopt met lichtbruine aarde (foto 6) waarrond de aanlegging van een nieuwe weg (in donkere aarde) in volle uitvoering is. (foto’s 5 t/m 8) Uit de snelle aanvang van de vergunde uitbreidingswerken die met de dag sneller en sneller worden uitgevoerd blijkt de bedoeling van de bouwheer, namelijk de werken in een dermate gevorderd stadium te krijgen dat de situatie zo goed als onomkeerbaar wordt. X-11.955-2/4 Een gewone schorsing zal de verwezenlijking van de bouwwerken en dan voornamelijk de loods niet kunnen verhinderen. Gelet op het feit dat de werken spoedig werden aangevat kan enkel een uiterst dringende schorsing het onderstaand ingeroepen moeilijk en ernstig te herstellen nadeel ongedaan maken. Er is uiterst dringende noodzakelijkheid.”; 2.
- Overwegende dat de verwerende en de tussenkomende partij op afdoende wijze aantonen dat de volgens de verzoekende partij aangevatte werken, die naar haar oordeel de procedure van de uiterst dringende noodzakelijkheid verantwoorden, geen uitstaans hebben met de thans in het geding zijnde stedenbouw- kundige vergunning van 23 juni 2004, die zelfs nog niet eens ter kennis blijkt te zijn gebracht van de tussenkomende partij; dat uit geen enkel gegeven kan worden afgeleid dat de met de thans bestreden beslissing vergunde werken in een nabije toekomst een aanvang zullen nemen, laat staan binnen een zo kort tijdsbestek kunnen voltooid worden dat een gewone schorsingsprocedure te laat zou komen; 2.
- Overwegende dat niet is voldaan aan de eerste krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State gestelde voorwaarde; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te verwerpen zonder dat de door de verwerende en tussenkomende partij opgeworpen exceptie van onontvankelijkheid van de vordering moet worden onderzocht, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. Stoeterij JEBO in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. X-11.955-3/4 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien juli tweeduizend en vier, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. X-11.955-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.926 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.085 ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.157 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.