← België

Arrest 133937 - - 15/07/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juli 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.937 Rolnummer: A. 90765/IX-2309 Zaak: Arrest 133937 - - 15/07/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-08-17 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-07-04 08:22 Fiche Arrest nr 133.937 van 15 juli 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.937 van 15 juli 2004 in de zaak A. 90.765/IX-

  1. In zake : Jos BOECKX, wonende te RANST, Zevenbergenlaan 10 tegen : de POST. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jos BOECKX heeft ingediend op 5 april 2000 om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van de Raad van Bestuur dd. 1.12.1999 tot wijziging van het administratief statuut en het geldelijk statuut van de postambtenaren, het reglement betreffende de hiërarchische indeling van de graden die de ambtenaren kunnen bekleden en betreffende hun loopbaan, het reglement betreffende de verloven en de organieke personeelsformatie van De Post, meer bepaald de poolvorming opstellers/onderpostontvangers - aanpassing statuut en praktische richtlijnen zoals medegedeeld bij wege van Do 67 7/2/2000 3.2.3.1.2”; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederant- woord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 6 mei 2002, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 5 juni 2002; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; IX-2309-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzet- ting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-2309-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien juli 2000 en vier, door : de H. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. L. HELLIN. IX-2309-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.937 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.