id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juli 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.941 Rolnummer: A. 123514/IX-3416 Zaak: Arrest 133941 - - 15/07/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-08-24 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-07-04 08:22 Fiche Arrest nr 133.941 van 15 juli 2004 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.941 van 15 juli 2004 in de zaak A. 123.514/IX-
- In zake : Frank VANHECKE, die woonplaats kiest bij advocaat R. VERREYCKEN, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan 174, bus 8 tegen : de POST, die woonplaats kiest bij advocaat P. PEETERS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Graanmarkt
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Frank VANHECKE op 18 juli 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het dienstorder van 28 mei 2002 inzake "richtlijnen betreffende niet-geadresseerde zendingen met meldingen die aanzetten tot discriminatie", uitgevaardigd door De Post; Gelet op het arrest nr.116.818 van 10 maart 2003 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt bevolen in de mate dat zij ook van toepassing is op verkiezingsdrukwerk in de zin van artikel 41 van het koninklijk besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst, de vordering tot schorsing voor het overige wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verwerende partij op 19 maart 2003 en aan de verzoekende partij op 10 juli 2003; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; IX-3416-1/4 Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 15bis, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen over de vernietiging van de beslissing waarvan de schorsing is bevolen en dat zij met ingang van de kennisgeving over een termijn van vijftien dagen beschikken om te vragen gehoord te worden; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4bis, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, de Raad van State de akte of het reglement kan nietig verklaren waarvan de schorsing gevorderd wordt indien, binnen dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing wordt bevolen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging is ingediend door de verwerende partij of degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil; Overwegende dat de verwerende partij binnen de termijn van dertig dagen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend; dat er reden is om de beslissing waarvan de schorsing van de tenuitvoerlegging is bevolen nietig te verklaren; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; IX-3416-2/4 Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoer- legging van de bestreden beslissing is verworpen; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het dienstorder van 28 mei 2002 inzake "richtlijnen betreffende niet-geadresseerde zendingen met meldingen die aanzetten tot discriminatie", uitgevaardigd door De Post, in de mate dat het ook van toepassing is op verkiezingsdrukwerk in de zin van artikel 41 van het koninklijk besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst. Artikel
- Het beroep wordt voor het overige verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-3416-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien juli 2000 en vier, door : de H. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. L. HELLIN. IX-3416-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.941 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.116.818 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.