← België

Arrest 133952 - - 15/07/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juli 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.952 Rolnummer: A. 113823/IX-3145 Zaak: Arrest 133952 - - 15/07/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-08-16 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-07-04 08:24 Fiche Arrest nr 133.952 van 15 juli 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.952 van 15 juli 2004 in de zaak A. 113.823/IX-

  1. In zake : Patrick HEYNINCK, die woonplaats kiest bij advocaat R. VAN ROEYEN, kantoor houdende te BEVEREN, Grote Markt 34b tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, die woonplaats kiest bij advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te GENT, Kouter 71-
  2. tussenkomende partij : Walter VAN HOOMISSEN, die woonplaats kiest bij advocaten W. VAN DER GUCHT en F. DIEU, kantoor houdende te GENT, Sint-Denijslaan
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Patrick HEYNINCK heeft ingediend op 6 december 2001 om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 25 september 2001 van de directieraad van het ministerie van de Vlaamse gemeen- schap, departement Leefmilieu en Infrastructuur, afdeling personeel, waarbij Willy MAQUOY, Walter VAN HOOMISSEN en Jozef VAN LOOCK worden voor- gedragen voor bevordering door verhoging in graad tot de graad van hoofdtechnicus binnen het departement LIN en waarbij verzoeker niet is weerhouden; Gelet op het arrest nr. 105.490 van 15 april 2002 waarbij het verzoek tot tussenkomst van Walter VAN HOOMISSEN in het administratief kort geding wordt ingewilligd, de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld; IX-3145-1/3 Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 8 mei 2002 ingediend door de verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 24 juni 2002 van Walter VAN HOOMISSEN; Gelet op de beschikking van 3 juli 2002 die de tussenkomst van Walter VAN HOOMISSEN toelaat; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederant- woord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 10 maart 2003, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 28 maart 2003; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, IX-3145-2/3 zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzet- ting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  4. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  5. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 348,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure en de procedure ten gronde, bepaald op 248,95 euro, komen ten laste van de tussen- komende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien juli 2000 en vier, door : de H. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. L. HELLIN. IX-3145-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.952 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.105.490 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.