← België

Arrest 133953 - - 15/07/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juli 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.953 Rolnummer: A. 88075/IX-2091 Zaak: Arrest 133953 - - 15/07/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-08-17 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-07-04 08:24 Fiche Arrest nr 133.953 van 15 juli 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.953 van 15 juli 2004 in de zaak A. 88.075/IX-

  1. In zake :
  2. Pietro FACCHIN,
  3. Marina CICUTO,
  4. Eugène PAESMANS-FACCHIN,
  5. Antonio DAVID-FACCHIN, die woonplaats kiezen bij advocaat J.-L. VANRAES, kantoor houdende te BRUSSEL, Winston Churchilllaan 149 tegen : het Vlaams Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Pietro FACCHIN, Marina CICUTO, Eugène PAESMANS-FACCHIN, Antonio DAVID-FACCHIN hebben ingediend op 24 november 1999 om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 24 september 1999 van de gemachtigde ambtenaar van het Vlaams Gewest houdende verwerping van het bezwaar dat is ingediend tegen de aanslag inzake leegstand en/of verwaarlozing van bedrijfsruimten; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederant- woord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF; Gelet op de beschikking van 25 november 2002, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partijen op 16 december 2002; IX-2091-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partijen binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzet- ting van de procedure hebben ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te hunner aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  6. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  7. De kosten van het beroep, bepaald op 694,12 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een vierde. IX-2091-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien juli 2000 en vier, door : de H. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. L. HELLIN. IX-2091-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.953 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.