id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 juli 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.000 Rolnummer: A. 81666/IX-1595 Zaak: Arrest 134000 - - 19/07/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-08-19 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 08:27 Fiche Arrest nr 134.000 van 19 juli 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.000 van 19 juli 2004 in de zaak A. 81.666/IX-
- In zake : de KONINKLIJKE FEDERATIE DER GARAGEHOUDERS VAN BELGIË, die woonplaats kiest bij advocaat D. SOCQUET, kantoor houdende te TERVUREN, Merenstraat 28 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Midden- stand en Landbouw. tussenkomende partij : de VZW BELGISCHE CONFEDERATIE VAN DE AUTO- HANDEL EN REPARATIE EN VAN DE AANVERWANTE SECTOREN (FEDERAUTO), die woonplaats kiest bij advocaat S. VAN GEETERUYEN, kantoor houdende te BRUSSEL, Leopold II-laan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de KONINKLIJKE FEDERATIE DER GARAGEHOUDERS VAN BELGIË heeft ingediend op 21 december 1998 om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 3 juni 1998 van de minister van Landbouw en Kleine en Middelgrote Ondernemingen waarbij FEDERAUTO officieel erkend wordt als nationale beroepsfederatie; Gelet op het arrest nr. 80.533 van 31 mei 1999 waarbij het verzoek tot tussenkomst van de BELGISCHE CONFEDERATIE VAN DE AUTOHANDEL EN REPARATIE EN VAN DE AANVERWANTE SECTOREN in het admini- stratief kort geding wordt ingewilligd, de vordering tot schorsing van de tenuit- voerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen, en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld; IX-1595-1/3 Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 8 juli 1999 ingediend door de verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 4 juni 1999 van de BELGISCHE CONFEDERATIE VAN DE AUTOHANDEL EN REPARATIE EN VAN DE AANVERWANTE SECTOREN; Gelet op de beschikking van 16 augustus 1999 die de tussenkomst van de BELGISCHE CONFEDERATIE VAN DE AUTOHANDEL EN REPARATIE EN VAN DE AANVERWANTE SECTOREN toelaat; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederant- woord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur L. VERMEIRE; Gelet op de beschikking van 16 oktober 2003, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 6 november 2003; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, IX-1595-2/3 zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzet- ting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 247,90 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien juli 2000 en vier, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-1595-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.000 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.80.533 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.