id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 juli 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.023 Rolnummer: A. 138198/IX-5495 Zaak: Arrest 134023 - - 19/07/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-29 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-07-04 09:03 Versie(s): Vertaling FR Fiche Arrest nr 134.023 van 19 juli 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.023 van 19 juli 2004 A. 138.198/g-74 In zake :
- BAUWENS Joan,
- PEETERS August,
- INGELS Ivan, die alle drie woonplaats kiezen bij Mr. M. STORME, advocaat, die kantoor houdt te 1000 Brussel, Verenigingstraat 28, tegen : de Kamer van volksvertegenwoordigers, die woonplaats kiest bij Mr. D. D'HOOGHE en Mr. F. VANDENDRIESSCHE, advocaten, die kantoor houden te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, ALGEMENE VERGADERING VAN DE AFDELING ADMINISTRATIE, Gezien het verzoekschrift van 23 juni 2003 waarin Joan Bauwens, August Peeters en Ivan Ingels de schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen van de beslissing van 2 april 2003 van het Bureau van de Kamer van volksvertegenwoordi- gers waarbij werd beslist: " Volgende personen te benoemen in de functies van niet-permanent (eerste) directieassistent N, voorzien op het kader van de dienst Integraal Verslag: - mevrouw Vera Bellemans wordt bevorderd tot de graad van niet-permanent revisor N; - mevrouw Godelieve Bloem wordt bevorderd tot de graad van niet-permanent revisor N; - mevrouw Ilse Daems wordt bevorderd tot de graad van niet-permanent revisor N. - mevrouw Annemarie Vindevogel wordt bevorderd tot de graad van niet- permanent revisor N."; AG - 74 - 1/16 Gezien de nota en het administratief dossier van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door de heer VAN NOTEN, eerste auditeur afdelingshoofd bij de Raad van State; Gelet op de beschikking van 27 januari 2004, waarvan aan de partijen kennis is gegeven en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 februari 2004 om 14.30 uur; Gehoord het verslag van de heer HELLIN, staatsraad; Gehoord de opmerkingen van Mr. M. STORME, advocaat, die voor de verzoekende partij verschijnt, en van Mr. D. D'HOOGHE, advocaat, die voor de tegenpartij verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van de heer VAN NOTEN, eerste auditeur afdelingshoofd; Gelet op de artikelen 17 en 18 en op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
- De verzoekende partijen zijn vastbenoemde personeelsleden van de dienst Parlementaire Handelingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers. Verzoekers hebben de graad van eerste assistent. 1.
- Bij beslissing van het Bureau van de Kamer van volksvertegenwoordigers van 13 juni 2001 wordt de dienst Parlementaire Handelingen omgevormd tot de dienst Integraal Verslag. Er wordt een personeelsformatie vastgesteld die onder meer zes betrekkingen van niet-permanente directieassistenten omvat. AG - 74 - 2/16 Op voornoemde datum worden ook een aantal wijzigingen aan het statuut van het personeel goedgekeurd. Zo wordt onder meer artikel 17 van het statuut betreffende de bevorderingen tot een leidinggevende of coördinerende functie vervangen. Het nieuw artikel 17, § 4, bepaalt dat "over de benoeming in een leidinggevende of coördinerende functie met een graad buiten de vlakke loopbaan wordt beslist door het Bureau, op voorstel van het College van quaestoren, en dit op grond van een gemotiveerd advies over de kandidaten, dat wordt geformuleerd door de betrokken hiërarchische meerderen en door de griffier". 1.
- Met een mededeling aan het personeel van 9 juli 2001 wordt een oproep gedaan tot de kandidaten voor, onder meer, vier functies van Nederlandstalig niet- permanent (eerste) directieassistent. Voor een bevordering in deze graad komen in aanmerking de personeelsleden met een graad in de vlakke loopbaan van assistent en van stenograaf. 1.
- Acht personeelsleden, onder wie Vera Bellemans, Godelieve Bloem, Ilse Daems, Anne-Marie Vindevogel en de verzoekers Joan Bauwens en August Peeters, zijn kandidaat voor die betrekkingen. Verzoeker Ivan Ingels deelt mee dat hij geen kandidaat is, omdat hij van mening is dat de oproep tot de kandidaten in strijd is met het statuut van het personeel. 1.
- Met een nota van 25 juli 2001 stelt de bestuursdirecteur van de dienst Integraal Verslag voor om Vera Bellemans, Godelieve Bloem, Ilse Daems en Anne- Marie Vindevogel voor te dragen voor een benoeming in de functie van niet- permanent directieassistent (N). Bij dat voorstel geeft hij het volgend advies over de kandidaten: " Bauwens Joan, eerste assistente: is in anciënniteit de jongste van de kandidaten. Haar beoordelingen zijn 'uitstekend' tot 'zeer goed'. Ze heeft een grote vakkennis. Ze heeft leidinggevende capaciteiten, maar stelt zich als assistente tot dusver ietwat te hard op om leiding te geven aan een groep die ook stenografen bevat. Haar verantwoordelijkheidszin moet nog groeien. Bellemans Vera, eerstaanwezend stenograaf-waarnemend revisor heeft de meeste anciënniteit en al haar beoordelingen kregen de vermelding 'uitstekend'. Naast haar grote vakkennis heeft zij een sterk ontwikkelde zin voor verantwoordelijkheid en een enorme werkkracht. Ze heeft in het verleden voldoende bewezen over de nodige kwaliteiten te beschikken om een leidinggevende functie uit te oefenen. AG - 74 - 3/16 Bloem Godelieve, eerste stenograaf-waarnemend revisor is in anciënniteit de vierde van de kandidaten. Al haar beoordelingen kregen de vermelding 'uitstekend'. Naast haar ruime vakkennis heeft zij een grote verantwoordelijkheidszin en werkkracht Ze beschikt over de nodige kwaliteiten om de functie van directieassistent uit te oefenen. Bruyninckx Patricia, eerste stenograaf: is in anciënniteit de zesde van de kandidaten. Al haar beoordelingen kregen de vermelding 'zeer goed' tot 'uitstekend'. Naast haar vakkennis heeft zij een sterk ontwikkelde zin voor verantwoordelijkheid en een grote inzet. Zij heeft echter voorlopig nog niet voldoende zelfvertrouwen om met succes leiding te kunnen geven. Daems Ilse, eerste stenograaf: is in anciënniteit de derde van de kandidaten. Al haar beoordelingen kregen de vermelding 'zeer goed'. Vakkennis en werkkracht zijn prima. Ze heeft in het verleden voldoende bewezen over de nodige verantwoordelijkheidszin te beschikken om een leidinggevende functie uit te oefenen. Vindevogel Anne-Marie, eerste stenograaf: is in anciënniteit de vijfde van de kandidaten. Al haar beoordelingen kregen de vermelding 'uitstekend' tot 'zeer goed'. Naast haar grote vakkennis heeft zij een sterk ontwikkelde zin voor verantwoordelijkheid en een enorme werkkracht. Ze is bijzonder sociaal voelend. Ze heeft in het verleden voldoende bewezen over de nodige kwaliteiten te beschikken om een leidinggevende functie uit te oefenen. Peeters August, eerste assistent: is in anciënniteit de op een na jongste van de kandidaten. Zijn beoordelingen waren 'goed' tot 'zeer goed'. Hij is voorlopig nog niet voldoende zelfzeker om met succes leiding te kunnen geven. Vrancken Godelieve, eerstaanwezend stenograaf: heeft op een na de meeste anciënniteit Ze werd in mei 1998 overgeplaatst naar de Commissiedienst, waar zij in 1999 een beoordeling 'zeer goed' kreeg. Haar laatste beoordelingen in de dienst Handelingen waren echter middelmatig. Ze negeert al jaren het bestaan van de leiding van de dienst en van een aantal redactie- en revisieleden en bewijst hiermee dat zij niet over de nodige sociale vaardigheden beschikt om zelf leiding te geven. Haar felle tegenstand tegen de net afgesloten herstructurering, waarvan deze bevorderingen het sluitstuk vormen, maakt haar kandidatuur bovendien weinig geloofwaardig". 1.
- De adjunct-griffier en de griffier sluiten zich bij dit voorstel aan. 1.
- Joan Bauwens en Godelieve Vrancken delen respectievelijk op 27 augustus 2001 en 30 augustus 2001 hun opmerkingen mee in verband met het voorstel van de bestuursdirecteur van de dienst Integraal Verslag. Hij antwoordt hierop in een nota aan de griffier van 24 september
- Godelieve Vrancken reageert hierop nogmaals bij brief van 8 oktober
- AG - 74 - 4/16 1.
- In zijn vergadering van 21 november 2001 beslist het College van quaestoren de benoeming van eerste directieassistenten te verdagen voor bijkomende inlichtingen. De directeur-generaal van de Quaestuurdiensten wordt ermee belast "aan de revisoren advies te vragen over de wijze van werken van die kandidaten waarmee zij samenwerken". 1.
- Op 26 november 2001 geeft een revisor bij de dienst Integraal Verslag, het volgend advies: " BAUWENS Joan De kwaliteit van haar werk is heel goed, zowel inzake redactie als procedurekennis. Zij zal ook bijzonder opgelegde taken tot een goed einde brengen. Van alle kandidaten heeft zij wel de minste anciënniteit. BELLEMANS Vera Geniet al mijn waardering voor haar vakkennis en haar inzet voor het werk. Haar werk is onberispelijk. Zij heeft meer dan 20 jaar ervaring in de dienst en is altijd even gemotiveerd om het werk tot een goed einde te brengen. BLOEM Godelieve De kwaliteit van haar werk is heel goed zowel inzake redactie, revisie als procedurekennis. Zij is ook een heel gemotiveerde collega en zet zich ten volle in om haar taak als waarnemend revisor stipt en nauwgezet uit te voeren.. BRUYNINCKX Patricia De kwaliteit van haar werk is heel goed. De procedurekennis kan iets beter, maar zij is heel gemotiveerd om deze kennis bij te werken. DAEMS Ilse De kwaliteit van haar werk is heel goed, zowel inzake redactie als revisie. Zij vervult de haar tijdelijk opgedragen taak (meehelpen voor de revisie) heel goed. Zij zet zich daarvoor ten volle in. PEETERS August De kwaliteit van het werk van de heer Peeters is wisselend; soms heel goed, soms minder goed. De kennis inzake de procedure kan zeker veel beter zijn. Hij zal opgedragen taken goed uitvoeren, maar zou mijns inziens meer zin voor initiatief aan de dag mogen leggen. Ik heb soms de indruk dat hij niet altijd gemotiveerd is. VINDEVOGEL Anne-Marie De kwaliteit van haar werk is heel goed, zowel inzake redactie als procedure. Af en toe wordt aan mevrouw Vindevogel gevraagd om mee te helpen bij het revisiewerk en ook deze taak voert zij nauwgezet uit. Zij is een heel gemotiveerde collega. VRANCKEN Godelieve De kwaliteit van het werk van mevrouw Vrancken ligt beduidend lager dan die van haar collega’s. Zowel inzake redactie als procedurekennis moet er bij het reviseren vrij veel worden verbeterd". AG - 74 - 5/16 1.
- Op 5 december 2001 delen de verzoekers August Peeters en Joan Bauwens hun opmerkingen mee bij dit verslag. 1.
- Met een nota van 13 december 2001 bevestigt de bestuursdirecteur van de dienst Integraal Verslag zijn voorstel van 25 juli
- 1.
- In zijn vergadering van 5 maart 2002 beslist het College van quaestoren aan het Bureau van de Kamer van volksvertegenwoordigers voor te stellen om Vera Bellemans, Godelieve Bloem, Ilse Daems en, Annemarie Vindevogel te benoemen in de functies van niet-permanent revisor. 1.
- Dit voorstel wordt op 30 april 2002 door het Bureau van de Kamer van volksvertegenwoordigers bekrachtigd. 1.
- Op dezelfde dag beslist het Bureau van de Kamer van volksvertegenwoordigers ook om twee Franstalige ambtenaren, te benoemen tot de graad van niet-permanent eerste directieassistent bij de dienst Integraal Verslag. 1.
- Op 1 augustus 2002 dienen de huidige verzoekers, samen met Godelieve Vrancken, een vordering tot schorsing en een vernietigingsberoep in tegen de benoeming van Vera Bellemans, Godelieve Bloem, Ilse Daems en Annemarie Vindevogel tot de graad van niet-permanent revisor (zaak A. 1 24.787/IX-3445). Die vordering tot schorsing wordt bij arrest nr. 114.270, van 6 januari 2003 verworpen, wegens gebrek aan het vereiste moeilijk te herstellen ernstig nadeel. 1.
- Eveneens op 1 augustus 2002 dient een Franstalige kandidaat, Carine Verheyden, een vordering tot schorsing en een vernietigingsberoep in tegen de benoeming van Elisabeth Everard de Harzir tot de graad van niet-permanent eerste directieassistent bij de dienst Integraal Verslag (zaak A. 124.80 /VIII-3155). Bij arrest nr. 115.425 van 4 februari 2003 wordt de schorsing bevolen van de tenuitvoerlegging van die benoeming. 1.
- Op 22 januari 2003 beslist het Bureau van de Kamer van volksvertegenwoordigers de procedure voor bevorderingen buiten de vlakke loopbaan te wijzigen door de kandidaten toe te laten opmerkingen te maken op het voorstel van het College van quaestoren en door die opmerkingen aan het Bureau te AG - 74 - 6/16 laten voorleggen. Ook zal de eindbeslissing van het Bureau ter kennis worden gebracht van de betrokkenen bij aangetekend schrijven of met ondertekening voor ontvangst. 1.
- Op 12 maart 2003 beslist het Bureau de bestreden beslissingen van 30 april 2002 in te trekken en het voorstel van het College van quaestoren van 5 maart 2002 opnieuw te onderzoeken, met inachtneming van de gewijzigde procedureregels en van de voorschriften van de motiveringswet. 1.
- Die beslissing van intrekking wordt bij brief van 20 maart 2003 samen met het voorstel van 5 maart 2002 van het College van quaestoren, aan de verzoekers ter kennis gebracht. Er wordt hen medegedeeld dat zij over een termijn van acht dagen beschikken om te reageren op dit voorstel. 1.
- De raadsman van verzoekers wijst hierop onder meer op het feit dat de verzoekers geen kennis hebben van de door het Bureau op 22 januari 2003 aangenomen procedureregels en dat zij niet akkoord gaan de thans gevolgde werkwijze. 1.
- Op 2 april 2003 beslist het Bureau van de Kamer van volksvertegenwoordigers om Vera Bellemans, Godelieve Bloem, Ilse Daems en Annemarie Vindevogel te bevorderen tot de graad van niet-permanent revisor. Dit is de bestreden beslissing. 1.
- Eveneens op 2 april 2003 beslist het Bureau twee Franstalige ambtenaren, met name Murielle Delepierre en Elisabeth Everard de Harzir, te benoemen tot de graad van niet-permanent directieassistent. Tegen deze beslissing werd een vordering tot schorsing ingediend door Carine Verheyden (zaak A.138.196/g-73).
- Over het verzoek tot samenvoeging. Overwegende dat verzoekers vragen dat de zaak zou worden samengevoegd met de zaak A.l38.196/g-73; dat aangezien beide zaken tegelijkertijd AG - 74 - 7/16 zijn behandeld voor de algemene vergadering van de afdeling administratie van de Raad van State een samenvoeging zich niet opdringt;
- Over de ontvankelijkheid van de vordering tot schorsing in hoofde van verzoeker Ivan INGELS. 3.
- Overwegende dat de verwerende partij opwerpt dat, aangezien verzoeker Ivan INGELS zich geen kandidaat heeft gesteld, hij niet voor benoeming in de functie van niet-permanent directieassistent in aanmerking kan komen, tenzij ook de oproep tot de kandidaten onwettig wordt bevonden zodat enkel in dat geval tot een nieuwe oproep zal kunnen of moeten worden overgegaan; dat aangezien enkel een schorsing en vernietiging op grond van het tweede middel hiertoe kan leiden, die verzoeker geen belang heeft bij het eerste en derde aangevoerde middel; 3.
- Overwegende dat over die exceptie slechts uitspraak zou moeten worden gedaan indien aan de beide, cumulatieve voorwaarden om tot de schorsing van de tenuitvoerlegging over te gaan is voldaan, wat te dezen, zoals zal blijken, niet het geval is;
- Over de gegrondheid van de vordering tot schorsing. Overwegende dat luidens artikel 17, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het reglement een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 4.
- Overwegende dat wat de tweede door artikel 17, § 2, van de voormelde gecoördineerde wetten, vereiste voorwaarden betreft, verzoekers het volgende betogen: " De bestreden beslissing betekent voor verzoekers een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Met name levert de bestreden beslissing, inbegrepen de wijze van benoeming, evenals de werksfeer die in de bestreden beslissing wordt bestendigd, enorme frustraties op voor alle verzoekers. Het is ook zo dat t.a.v. verzoekers minachting (en verdachtmaking) bestaat. Men licht hen niet in over het feit dat er zittingen zijn om hen vervolgens tegen hen een tuchtdossier wegens afwezigheid AG - 74 - 8/16 te kunnen openen. Het zijn diezelfde personen die advies geven omtrent de vacatures. Een laatste wapenfeit in deze strategie van een aantal personen, die kost wat kost alle kansen voor promotie aan verzoekers willen ontnemen, is het opleggen van een tuchtsanctie, op verzoek van de heer MEES, waarbij de tuchtprocedure wordt gebruikt om een overzicht van feiten te geven die soms meerdere jaren oud zijn, dit zonder enig oog voor de voor deze sancties bepaalde verjaringstermijn van 6 maanden. Dergelijke kunstgrepen worden trouwens ook geconcretiseerd in de adviezen; bv. tegen mevrouw BAUWENS werd geopperd dat zij het minste anciënniteit heeft, terwijl dat helemaal geen criterium ter beoordeling mag zijn - zie ook de verwijten in de motivering omtrent haar beweerd gebrek aan verantwoordelijkheidszin; in de parallelle Franstalige benoemingen werd dan weer geen beroep gedaan op de anciënniteit omdat de heer MEES dan verplicht zou geweest zijn mevrouw VERHEYDEN te bevorderen (men stelde in die procedure een rangschikking op). De wijze waarop verzoekers gedeclasseerd (op basis van nietige beoordelingen, op grond van adviezen die indruisen tegen beoordelingen van ongeveer hetzelfde tijdstip, op grond van nepcriteria zoals anciënniteit, enz.) werden, is reeds op zich een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel (zie ook R.v.St. nr. 41.079 van 19 november 1992). Tevens missen verzoekers, opnieuw, door onwettig handelen de mogelijkheid tot promotie (zie ook procedure tegen mevrouw VAN LANDEGHEM- Voetnoot : Het dient te worden onderstreept dat dit de tweede opeenvolgende benoeming is die duidelijk op subjectieve en partijdige wijze gebeurt.) en wordt hun verdere loopbaan gehypothekeerd. Door de bestreden bevorderingen missen zij de specifieke ervaring die revisoren opdoen. Waar de taak van verzoekers er heden in bestaat het gesproken woord om te zetten in geschreven taal, houdt een revisor zich bezig met het corrigeren hiervan evenals met het controleren of de procedure wel degelijk (correct) gevolgd werd (bv. de reglementering inzake amendementen). Daarnaast geeft een revisor uiteraard ook leiding. Het is ook zo dat het net die ervaring is als revisor die werd ingeroepen door verwerende partij om mevrouw VAN LANDEGHEM van waarnemend revisor te promoveren tot permanent revisor, zodat verwerende partij niet kan stellen dat het revisorschap geen ervaring oplevert. Tenslotte dient tevens te worden gewezen op het verband tussen de aard van de onwettigheid en het moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Er dient te worden gewezen op het ontbreken van elke motivering, het ontbreken van een objectief advies, het volgen van de verkeerde procedure en het arbitraire karakter van de benoeming(sprocedure). Hoewel de schorsing van de eerste beslissing van het Bureau van 30 april 2002 tot benoeming van de vier voormelde personen niet werd toegestaan, werd naar analogie met de Franstalige procedure VERHEYDEN (nr. 115.425), waar de schorsing wel werd toegestaan, door het Bureau op 20 maart 2003 beslist ook de beslissing van 30 april 2002 inzake de benoeming van de vier voormelde personen in te trekken. Het Bureau legde trouwens in de bij dit verzoekschrift bestreden beslissing van 2 april 2003 nogmaals de nadruk op de parallelliteit en de gelijke behandeling van het dossier van mevrouw VERHEYDEN en onderhavig dossier. Hoewel dus de beslissing van 30 april 2002 door de intrekking per 20 maart 2003 als onbestaande dient te worden beschouwd kan niet worden aangenomen dat de herbenoemde personen geen voordeel hebben genoten bij de ingetrokken beslissing. Zij hebben de functie uitgeoefend gedurende meer dan een jaar, hebben ervaring kunnen opdoen en hebben zelfs ook de facto deze functie uitgeoefend na de intrekking van hun benoeming. AG - 74 - 9/16 Daarentegen, omwille van de weigering van tegenpartij om de benoemingsproce- dure te herbeginnen van bij het begin, dat wil zeggen een oproeping van kandida- ten met een beoordeling op basis van recente gegevens, hebben verzoekers niet de mogelijkheid gehad om hun recente arbeidsprestaties en opgedane ervaring sinds de nota*s uit 2001 in te brengen in de benoemingsprocedure. Indien de schorsing wordt geweigerd, en dus wordt toegestaan dat verzoekers voor een benoeming in 2003 worden beoordeeld op basis van gegevens uit 2001 (zie stuk 0), terwijl de herbenoemden blijvend hun functie uitoefenen, en dit zonder onderbreking sedert 30 april 2002, zal het verschil in ervaring ten tijde van een eventueel vernietigingsarrest zodanig zijn dat niet meer ernstig kan worden aangenomen dat deze opgedane ervaring niet meer meetelt bij een daarop volgen- de vacature. In het schorsingsarrest nr. 115.245 stelde Uw Raad trouwens zeer duidelijk: ' Considérant qu'en principe, l'autorité investie du pouvoir de nomination, si elle est amenée à recommencer ou à reprendre une procédure de nomination après un arrêt d’annulation, ne peut pas tenir compte, dans l'appréciation des titres et mérites des candidats, de l'expérience acquise par ceux-ci dans l'exercice des fonctions inhérentes à la nomination annulée; qu'il n’en reste pas moins que c’est par l'effet d'une fiction que l'agent dont la nomination est annulée est censé n'avoir pas exercé ses fonctions, mais que c’est tout à fait concrètement que le candidat évincé a été privé de la possibilité de les exercer; que, même lorsqu'il n'est pas explicitement fait état des fonctions exercées dans le cadre de la nomination annulée, il paraît difficile que ceux qui sont à nouveau amenés à apprécier les titres et mérites des mêmes candidats fassent totalement abstracti- on de l'expérience des uns et de l'absence d'expérience des autres dans la fonction considérée; que cette éventualité, qui n'est pas purement hypothétique, ou irrationnelle, constitue un risque de préjudice grave qui, par nature, présente un caractère difficilement réparable'; Ten overvloede heeft Uw Raad in haar arrest nr. 85.746 van 1 maart 2000 beslist dat het feit dat verzoeker na de vernietiging van de bevordering waarvoor hij kandidaat was, genoodzaakt wordt een nieuw vernietigingsberoep in te stellen om de correcte uitvoering te verkrijgen van het vernietigingsarrest, naar redelijkheid kan beschouwd worden als een ernstig moreel nadeel dat niet kan hersteld worden door een vernietigingsarrest. Per analogiam kan gesteld worden dat, wanneer na intrekking van een beslissing als gevolg van een schorsingsarrest, een nieuwe schorsingsprocedure en vernieti- gingsprocedure moet begonnen worden om de correcte uitvoering te krijgen van het schorsingsarrest, zoals hierna zal aangetoond worden, tevens een ernstig moreel nadeel inhoudt dat niet kan hersteld worden door een vernietigingsarrest. Bovendien besliste Uw Raad bij arrest nr. 91.880 dat bij de concrete inschatting van het nadeel, dat de onmiddellijke uitvoering van de aangevochten handeling met zich meebrengt, moet worden rekening gehouden met het feit dat deze handeling volgt op een eerste beslissing die door de Raad van State werd vernie- tigd. Daar waar de handeling die aangevochten werd een gedestabiliseerde situatie nog verzwaart, maakt deze handeling in belangrijke mate het risico op moeilijk te herstellen ernstig nadeel groter. Wanneer nu na schorsing gevolgd door intrekking van de geschorste handeling en een daarmee door de overheid gelijkgestelde handeling een tweede handeling volgt die dezelfde rechtsgevolgen teweegbrengt AG - 74 - 10/16 op een onrechtmatige wijze, zodat de situatie nog meer destabiliseert dan voor de schorsing, dan is het moeilijk te herstellen nadeel, ook ten aanzien van verzoekers, die het voordeel van de intrekking genoten, minstens even groot dan dat nadeel dat werd erkend door Uw Raad in haar schorsingsarrest nr. 115.425."; 4.
- Overwegende dat de verwerende partij hierop als volgt antwoordt: " De uiteenzetting van het beweerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel is kenmer- kend voor de houding van de verzoekende partijen. De grieven van de verzoekende partijen zijn niet zozeer gericht tegen de bestreden beslissing, doch wel tegen de slechte werksfeer op de dienst Integraal Verslag. Het is deze werksfeer die 'enorme frustraties' met zich zou meebrengen. De grieven van verzoekende partijen liegen er dan ook niet om. Ze zijn hoofdzakelijk gericht op feiten die geen betrekking hebben op de benoemingsprocedure of die dateren van voor de bestreden benoemingsprocedure. Dergelijk nadeel is geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel (A. Coolsaet, 'Het kort geding bij de Raad van State inzake benoemingen en bevorderingen', in I. Opdebeek (ed.), Benoemingen, bevorderingen en de Raad van State, Brugge, Die Keure, 1997, 74). Bovendien is het nadeel dat de verzoekende partijen inroepen (enorme frustraties, slechte werksfeer, verdachtmaking, enz.) van morele aard. Naar vaste rechtspraak van de Raad van State is een moreel nadeel evenwel geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Een moreel nadeel wordt, in voorkomend geval, volledig hersteld door de vernietiging van de bestreden beslissing. Terzake heeft de Raad van State in zijn arrest nr. 114.270 van 6 januari 2003 trouwens geoordeeld: ' dat de andere grieven van de verzoekende partijen betrekking hebben op hun 'frustraties' die voor zover zij een verband zouden hebben met de bestreden beslissing, vooral betrekking hebben op het tot stand komen van de bestreden beslissing en op de noodzaak 'om aan deze praktijken een einde te maken'; dat die beschouwingen evenwel bezwaarlijk te maken kunnen hebben met de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, met andere woorden met de toepassing ervan vooraleer de Raad van State ten gronde over het ertegen ingestelde annulatieberoep uitspraak heeft kunnen doen; dat overigens het aangevoerde nadeel veeleer van morele aard is en dat dergelijk nadeel in beginsel steeds kan worden hersteld door de morele genoegdoening van een in voorkomend geval tussen te komen vernietigingsarrest'. Wat betreft de beweerde partijdigheid en het gebrek aan objectiviteit van de heer Mees en mevrouw Van Landeghem, werd reeds aangetoond dat deze — volstrekt ongestaafde — beweringen ongegrond zijn (cf. supra, randnr. 31). Deze beweringen hebben bovendien geen enkel verband met het beweerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat de uitvoering van de bestreden beslissing met zich mee zou brengen (cf. Raad van State, 6 januari 2003, Vrancken e.a., nr. 114.270, stuk 19). Terzake verwarren de verzoekende partijen de middelen en het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, terwijl de Raad van State meemiaals heeft benadrukt dat de middelen en het moeilijk te herstellen ernstig nadeel twee te onderscheiden voorwaarden uitmaken van de vordering tot schorsing (b.v. R.v.St., 10 november 1992, Belgische Staat, nr. 67.290). AG - 74 - 11/16 Inzoverre de verzoekende partijen beweren dat zij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel lijden wegens het verliezen van een kans op benoeming en het moeten ontberen van de ervaring die de benoemde kandidaten hangende het annulatieberoep wel kunnen opdoen, is vast te stellen dat de verzoekende partijen zich beperken tot een theoretische uitwerking, zonder dit beweerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel concreet en nauwkeurig in te vullen. Bovendien dient te worden benadrukt dat de verzoekende partijen - noch de andere kandidaten - aanspraak kunnen maken op een recht tot benoeming in de betrokken functie. Noch de schorsing noch de nietigverklaring van de bestreden beslissing zullen, in voorkomend geval, tot gevolg hebben dat de Kamer de verzoe- kende partijen tot de betrokken functie zou moeten benoemen. Het verlies van een kans op benoeming maakt dan ook geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel uit (R.v.St., 30 mei 1996, De Keyser, nr. 59.822). Wat betreft de ervaring die de benoemde kandidaten hebben opgedaan op basis van de bestreden beslissing heeft de Raad van State geoordeeld dat de overheid geen rekening mag houden met deze ervaring indien de benoeming vernie- tigd zou worden (R.v.St., 11 september 1992, Goose, nr. 40.297; R.v.St., 26 juni 2001, Van Ginderachter, nr. 96.967). Het feit dat de benoemde kandidaten ervaring opdoen in de loop van de annulatieprocedure is bijgevolg niet terzake en maakt in casu geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel uit. Dit heeft de Raad van State trouwens bevestigd in zijn arrest nr. 114.270 van 6 januari 2003 (stuk 19): ' dat voorts met betrekking tot de door de verzoekende partijen ingeroepen nadeel dat steunt op het feit dat de benoemde ervaring kan opdoen als revisor en zij niet, wat hen in een nadelige positie brengt voor hun verdere loopbaan, geen rekening mag gehouden worden met de ervaring die op grond van een vernietigde beslis- sing verworven is; dat dit door de verzoekende partijen ingeroepen nadeel derhalve niet moeilijk te herstellen is indien de bestreden beslissing vernietigd wordt'. Inzoverre de verzoekende partijen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel pogen af te leiden uit het feit dat zij niet de mogelijkheid zouden hebben gehad om hun recente arbeidsprestaties en opgedane ervaring sinds de nota*s uit 2001 in te brengen in de benoemingsprocedure, houdt dit beweerde nadeel geen verband met de bestreden beslissing, doch wel met de beslissing van 12 maart 2003 (cf. supra, randnr. 19). Tenslotte is er in casu geen sprake van het instellen van een nieuwe schorsings- en vernietigingsprocedure om uitvoering te geven aan een schorsingsar- rest, vermits de schorsingsprocedure die de verzoekende partijen hebben ingesteld tegen de benoemingsbeslissing van 30 april 2002 werd verworpen (zie Raad van State, 6 januari 2003, Vrancken e.a., nr. 114.270, stuk 19). Ten overvloede is er bovendien op te wijzen dat de bestreden beslissing evenmin de draagkracht van het schorsingsarrest nr. 115.425 van 4 februari 2003 schendt, nu dit schorsingsarrest de ingetrokken beslissing van 30 april 2002 enkel heeft geschorst omwille van een schending van de formele motiveringsplicht. Welnu, het is precies om tegemoet te komen aan dit schorsingsarrest van 30 april 2002 dat de beslissing d.d. 30 april 2002 werd ingetrokken en een nieuwe, formeel gemotiveerde beslissing werd genomen. De bestreden beslissing miskent dan ook geenszins de draagkracht van het schorsingsarrest van 4 februari
- AG - 74 - 12/16 Uit het bovenstaande moet dan ook worden besloten dat de verzoekende partijen in gebreke blijven het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan te tonen."; 4.
- Overwegende dat eensdeels de grieven van verzoekers betrekking hebben op hun "frustraties" die voor zover zij een verband zouden hebben met de bestreden beslissing, vooral betrekking hebben op de werksfeer; dat die beschou- wingen evenwel bezwaarlijk te maken kunnen hebben met de onmiddellijke tenuit- voerlegging van de bestreden beslissing, met andere woorden met de toepassing ervan vooraleer de Raad van State ten gronde over het ertegen ingestelde annulatie- beroep uitspraak heeft kunnen doen; dat dit ook het geval is voor de feitelijkeheden waarvan verzoekers gewag maken en die betrekking hebben op tuchtaangelegenhe- den; dat overigens indien dat aangevoerde nadeel als een moreel nadeel zou worden beschouwd, dergelijk nadeel in beginsel steeds kan worden hersteld door de morele genoegdoening van een gebeurlijk vernietigingsarrest; dat voorts de ontgoocheling die een niet-benoemde kandidaat oploopt inherent is aan een benoemingsronde en de kandidaat reeds vanaf zijn kandidaatstelling rekening moet houden, zodat ook dit niet als een nadeel kan worden beschouwd; 4.
- Overwegende dat anderdeels het door verzoekers ingeroepen nadeel steunt op het feit dat de benoemden ervaring kunnen opdoen als revisor; 4.
- Overwegende dat de in de procedure ten gronde eventueel uit te spreken nietigverklaring van de bestreden benoeming tot gevolg heeft dat die benoeming geacht moet worden nooit te zijn verleend, zodat de aangestelde geacht moet worden de betrekking nooit te hebben uitgeoefend en er geen ervaring in te hebben opgedaan; dat de benoemende overheid na zulk vernietigingsarrest ertoe gebracht kan worden de benoemingsprocedure over te doen of te hervatten; dat zij dan evenwel, op straffe van het miskennen van het gezag van gewijsde van het vernietigingsarrest, bij de beoordeling van de titels en verdiensten van de gegadigden in rechte geen rekening mag houden met de ervaring die door hen verworven is bij de uitoefening van de functies die inherent zijn aan de vernietigde benoeming; 4.
- Overwegende dat vermoed moet worden dat het bestuur in beginsel het gezag van gewijsde zal respecteren bij zijn nieuw te nemen beslissing door bij het vergelijken van de titels en verdiensten geen rekening te houden met de onwettig verkregen ervaring; dat hieruit volgt, dat de omstandigheid dat de onwettig aang- estelde dergelijke ervaring heeft opgedaan, ook wanneer de niet-aangestelde hangen- AG - 74 - 13/16 de de annulatieprocedure van vergelijkbare ervaring verstoken is gebleven, in beginsel geen nadeel in de zin van de wet kan veroorzaken; 4.
- Overwegende dat zulks evenwel niet wegneemt dat het ten gevolge van een juridische fictie is dat het personeelslid wiens benoeming vernietigd is, geacht wordt zijn functie niet te hebben uitgeoefend, en deze juridische fictie in bepaalde omstandigheden niet kan uitsluiten dat een bestuur bij de vergelijking van de titels en verdiensten in feite niet anders kan dan rekening houden met de ervaring die door de onwettig benoemde is verworven, bij voorbeeld wegens de specifieke en unieke aard van de functie en de erin verworven ervaring, in voorkomend geval in samenhang met de aard van de gevolgde selectieprocedure; dat het evenwel aan de verzoeker toekomt om concreet aan te tonen dat het voor het bestuur dat opnieuw over de titels en verdiensten van dezelfde gegadigden moet oordelen, onmogelijk zou zijn om de in de bewuste functie onwettig verworven ervaring van de ene en het veronderstelde gebrek aan ervaring van de andere volledig buiten beschouwing te laten; 4.
- Overwegende dat, indien een verzoeker erin slaagt zulks aan te tonen, het risico op een moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet meer louter hypothetisch is; dat de Raad van State door in dat geval met die mogelijkheid rekening te houden, zich niet bezondigt aan een intentieproces, maar oog heeft voor een waarschijnlijk gevolg van de juridische fictie van de terugwerkende kracht van een vernietigingsar- rest; 4.
- Overwegende dat de vraag naar de waarschijnlijkheid dat het geschetste nadeel zich voordoet in concreto moet worden onderzocht, in het licht van de specifieke omstandigheden van de zaak; dat te dezen verzoekers aanvoeren dat hun huidige opdracht erin bestaat het gesproken woord om te zetten in geschreven taal, terwijl een revisor "zich bezig [houdt] met het corrigeren hiervan evenals met het controleren of de procedure wel degelijk (correct) gevolgd werd" en "uiteraard ook leiding [geeft]"; dat, vooreerst, uit de beslissing van 2 april 2003 blijkt dat niet zozeer de leidinggevende kwaliteiten van de kandidaten aan bod zijn gekomen maar veeleer de inzet, de kwaliteit zelf van het werk en de zin voor verantwoordelijkheid van de kandidaten; dat zin voor verantwoordelijkheid niet zo maar gelijk te stellen is met leidinggevende kwaliteiten doch een positief vermoeden doet ontstaan dat wie zin voor verantwoordelijkheid vertoont kwaliteiten in zich heeft om leiding te geven; dat de Raad van State in die omstandigheden niet inziet op welke wijze de feitelijke ervaring die de begunstigden van de bestreden beslissing, gelet op de aard van de AG - 74 - 14/16 uitgeoefende functies, zouden kunnen opdoen, voor de benoeming enig substantieel voordeel zou kunnen opleveren ingeval er naar aanleiding van een eventueel vernieti- gingsarrest nieuwe bevorderingprocedures zouden worden doorlopen; dat, hoe dan ook, verwerende partij repliceert dat verzoekers zich beperken tot een theoretische uitwerking, zonder dit beweerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel concreet en nauwkeurig in te vullen terwijl een overheid geen rekening mag houden met deze ervaring indien de benoeming vernietigd zou worden; dat verwerende partij wordt bijgevallen; dat verzoekers immers slechts in het algemeen de taken en verantwoorde- lijkheden van een revisor in herinnering brengen; dat ze geen specifieke redenen of bijzondere omstandigheden aanvoeren en de Raad er spontaan geen ziet, op grond waarvan moet worden verondersteld dat de verwerende partij de door de benoemde gegadigden in die functie onregelmatig verworven ervaring niet buiten beschouwing kan en zal laten bij een eventuele nieuwe vergelijking van titels en verdiensten; dat het gevaar voor een moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet is aangetoond; 4.
- Overwegende dat aldus niet is voldaan aan een van de voorwaarden van artikel 17, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, dat die vaststelling volstaat om verzoekers vordering af te wijzen, BESLUIT : Artikel
- De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt afgewezen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van de algeme- ne vergadering van de afdeling Administratie van de Raad van State, op negentien juli tweeduizend vier door: de HH. R. ANDERSEN, voorzitter van de Raad van State, J.-Cl. GEUS, kamervoorzitter, Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, AG - 74 - 15/16 de HH. M. HANOTIAU, kamervoorzitter, R. STEVENS, staatsraad, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, P. LEWALLE, staatsraad, Mevr. S. GEHLEN, staatsraad, de HH. J. VANHAEVERBEEK, staatsraad, J. LUST, staatsraad, G. VANHAEGENDOREN, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, F. DAOUT, staatsraad, Mevr. D. LANGBEEN, hoofdgriffier. De Hoofdgriffier, De Voorzitter van de Raad van State, D. LANGBEEN. R. ANDERSEN. AG - 74 - 16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.023 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.450 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.