← België

Arrest 134075 - - 20/07/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 juli 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.075 Rolnummer: A. 148449/XII-4078 Zaak: Arrest 134075 - - 20/07/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-28 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-04 08:28 Fiche Arrest nr 134.075 van 20 juli 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.075 van 20 juli 2004 in de zaak A. 148.449/XII-

  1. In zake : de VZW RADIO PALLIETER, die woonplaats kiest bij advocaat R. Wijnen, kantoor houdende te Antwerpen, Amerikalei 191 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Canadesen Hof, Bevrijdingslaan 4, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de vzw Radio Pallieter op 4 maart 2004 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het Vlaams ministerieel besluit van 19 december 2003 houdende erkenning als lokale radio-omroep van vzw Kiliaan voor de lokaliteit Lier met frequentie 106.4 MHz; Gezien het op dezelfde dag ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur S. De Taeye; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 1 juni 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 juni 2004; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-4078-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat R. Wijnen, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat B. Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. Haesbrouck; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij als lokale radio-omroep uitzendt in de stad Lier op frequentie 106.4 MHz. op grond van een voorlopige zendvergunning; dat zij en de vzw Kiliaan zich blijkens een ministerieel besluit van 17 oktober 2003 op ontvankelijk bevonden wijze kandidaat stellen voor erkenning als lokale radio-omroep voor de enig beschikbare frequentie in Lier; dat de Vlaamse minister van Wonen, Media en Sport bij het bestreden besluit van 19 december 2003 de vzw Kiliaan voor de duur van negen jaar erkent als lokale radio-omroep, voor de frequentie 106.4 MHz in de lokaliteit Lier; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat de verzoekende partij in het inleidend verzoekschrift onder de rubriek “moeilijk te herstellen nadeel” volgende uiteenzetting doet : “Verzoekende partij vordert de schorsing van de ten uitvoerlegging, aangezien de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen nadeel zal berokkenen. De reële in werking treding van het nieuwe frequentieplan was in principe voorzien voor 01.03.
  3. Hoewel één en ander enige vertraging heeft, duidt dit erop dat men toch spoedig kan verwachten dat de VZW Kiliaan op basis van de bestreden beslissing ook een daadwerkelijke zendvergunning kan krijgen voor de frequentie 106.4 MHz. Zoals aangehaald is dit tot op heden nog steeds de frequentie waaronder verzoekende partij uitzendt (stuk 4). XII-4078-2/4 In de mate er geen schorsing zou komen, betekent dit dat de radio van verzoekende partij uit de ether zou moeten gaan, aldus niet meer zou kunnen uitzenden, en aldus zou moeten stoppen. Het spreekt voor zich dat dit een moeilijk te herstellen nadeel met zich mee zou brengen”; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten “een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen”; dat uit die bepalingen volgt dat een verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hierover in beginsel geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat het enige concrete gegeven dat in verzoeksters uiteenzetting is te lezen, de feitelijke vaststelling is dat de bestreden beslissing -en de daaraan gekoppelde uitreiking van een zendvergunning aan vzw Kiliaan- tot gevolg zouden hebben dat “de radio van verzoekende partij uit de ether zou moeten gaan, aldus niet meer zou kunnen uitzenden, en aldus zou moeten stoppen”; dat, in tegenstelling tot wat verzoekster beweert, het moeilijk te herstellen en ernstig karakter van het door haar ingeroepen nadeel niet zo “voor zich” spreekt; dat zij vooreerst de Raad naar de aard van het nadeel -moreel? financieel?- het raden laat; dat de Raad niet spontaan ziet waarom het ingeroepen nadeel niet door een eventueel tussen te komen nietigverklaring herstelbaar is; dat verzoekende partij alleszins op geen enkele wijze verduidelijkt waarom toch niet op dat vernietigingsarrest gewacht kan worden en welk nadeel alsdan onherstelbaar zou zijn geleden; dat de Raad ook over de ernst van het nadeel -een even wezenlijk onderdeel van de besproken schorsingsvoorwaarde- door verzoekende partij met geen woord wijzer wordt gemaakt; dat de Raad bijgevolg verstoken blijft van enig concreet gegeven, dat hem in staat kan stellen te onderzoeken of het ingeroepen nadeel de vereiste ernst heeft opdat het de schorsing kan verantwoorden; dat het verzoekschrift aldus niet naar genoegen van recht het moeilijk te herstellen ernstig nadeel aantoont; dat bijgevolg XII-4078-3/4 niet voldaan is aan een van de voorwaarden van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel
  4. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  5. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig juli 2004, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4078-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.075 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.933 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.