id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juli 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.171 Rolnummer: A. 154177/XIV-20251 Zaak: Arrest 134171 - - 28/07/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-30 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 08:31 Fiche Arrest nr 134.171 van 28 juli 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.171 van 28 juli 2004 in de zaak A. 154.177/XIV-20.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat M. DUPONT, kantoor houdende te 1090 BRUSSEL, Avenue Notre Dame de Lourdes 19, bus 5 tegen :
- de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen,
- de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnen- landse Zaken. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van XXX nationaliteit, op 28 juli 2004 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 15 juli 2004 tot bevestiging van de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken van 2 juli 2004 tot weigering van toegang tot het grondgebied, met terugdrijving en beslissing tot vasthouding in een welbepaalde aan de grens gelegen plaats; Gelet op de beschikking van 28 juli 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota's van de verwerende partijen; Gelet op de beschikking van 28 juli 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 juli 2004 om 15.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; XIV-20.251-1/4 Gehoord de opmerkingen van Advocaat M. DUPONT, die verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat G. COOLSAET die, loco Advocaat C. DECORDIER verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de feitelijke gegevens als volgt kunnen worden samengevat: 1.
- Verzoeker komt België binnen op 1 juli 2004 en verklaart zich naar aanleiding van de grenscontrole politiek vluchteling. 1.
- Op 2 juli 2004 neemt de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van toegang tot het grondgebied, met terugdrijving en beslissing tot vasthouding in een welbepaalde aan de grens gelegen plaats. 1.
- Op 15 juli 2004 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchte- lingen en de staatlozen deze beslissing. Dit is de bestreden beslissing.
- Over de ontvankelijkheid van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijk- heid. Overwegende dat verzoeker reeds op 26 juli 2004 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid indiende tegen dezelfde beslissing; dat dit dossier werd vastgesteld op de terechtzitting van 27 juli 2004 en dat alle partijen hiervan op de hoogte werden gesteld; dat verzoeker op die terechtzitting niet is verschenen noch vertegenwoordigd was, zodat de vordering overeenkomstig artikel 37, § 1, van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdeling- en, verworpen is met het arrest nr. 134.160 van 27 juli 2004; dat de verzoekende partij thans tegen deze beslissing een verzoekschrift indient dat, behoudens enkele minimale aanpassingen en doorhalingen met de hand, volledig identiek is aan het verzoekschrift dat zij reeds op 26 juli 2004 indiende; dat met het arrest nr. 134.160 van 27 juli 2004 de Raad zich derhalve reeds uitgesproken heeft over de vordering; XIV-20.251-2/4 Overwegende dat de raadsvrouw van verzoeker ter terechtzitting betoogt dat zij niet op de terechtzitting van 27 juli 2004 verschenen is omdat zij in de daar behandelde zaak niet optrad als raadsvrouw van verzoeker, die het verzoekschrift persoonlijk ondertekend had, en dat verzoeker zelf niet kan verschijnen omdat hij in een gesloten instelling verbleef; dat evenwel uit de stukken van het dossier G/A. 154.097/XIV-20.é blijkt dat het verzoekschrift naar de Raad van State opgestuurd is met haar telefax, dat zij ook deugdelijk verwittigd is van datum en uur van de terechtzitting en dat zij aan de Raad van State niet medegedeeld heeft dat haar aanwijzing als raadsvrouw door de diensten van de Raad van State op een vergissing berustte; dat er derhalve geen reden is om voorbij te gaan aan de vastgestelde afwezigheid van de vertegenwoordiger van verzoeker ter terechtzitting en hem aldus de kans te geven zijn nalatigheid recht te zetten; Overwegende dat de Koning met het invoeren van het voormeld artikel 37, §1, een welbepaald doel voor ogen had, met name het sanctioneren van het niet verschijnen noch vertegenwoordigd zijn van een verzoekende partij ter terechtzitting; dat zo verzoeker thans zou worden toegelaten om een bij uiterst dringende noodzakelijkheid een tweede vordering in te dienen die qua voorwerp, doel en draagwijdte volledig identiek is aan de vordering waarover de Raad van State reeds een arrest wees met toepassing van dit artikel 37, dit de draagwijdte van deze bepaling volledig zou uithollen; dat de vordering niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XIV-20.251-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwin- tig juli tweeduizend en vier, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE staatsraad, wnd. kamervoorzitter, C. VERHAERT, toegevoegd griffier. De griffier, De wnd. voorzitter, C. VERHAERT. A. VANDENDRIESSCHE. XIV-20.251-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.171 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.