id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juli 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.172 Rolnummer: A. 154172/VII-32751 Zaak: Arrest 134172 - - 29/07/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-08-02 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-04 08:31 Fiche Arrest nr 134.172 van 29 juli 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.172 van 29 juli 2004 in de zaak A. 154.172/XIV-20.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat R. VERHELST, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Lange Herentalsestraat 122 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Kameroense nationaliteit, op 27 juli 2004 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken van 20 april 2004 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partij betekend per bode op 28 juni 2004; Gelet op de beschikking van 29 juli 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 28 juli 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 juli 2004 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; XIV-20.254-1/4 Gehoord de opmerkingen van Advocaten R. VERHELST en A. THOMAS, die verschijnen voor de verzoekende partij en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de feitelijke gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt: 1.
- Verzoeker is België binnengekomen op 24 september 2002 en heeft zich op 26 september 2002 vluchteling verklaard. 1.
- Op 5 maart 2004 beslist de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen tot weigering van erkenning van de hoedanigheid van vluchteling. Tegen deze beslissing stelde verzoeker een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad van State. Deze zaak is gekend onder het nr. G/A.151.443/XIV-19.
- 1.
- Op 20 april 2004 neemt de Minister van Binnenlandse Zaken ten aanzien van verzoeker een bevel om het grondgebied te verlaten. Deze beslissing werd aan verzoeker per bode betekend op 28 juni
- Dit is de bestreden beslissing.
- Over de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat er ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
- Overwegende dat artikel 8, § 1, eerste lid van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen bepaalt dat, indien de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd, XIV-20.254-2/4 de vordering tot schorsing een uiteenzetting dient te bevatten van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen; 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij de uiterst dringende noodzake- lijkheid met concrete gegevens dient aan te tonen; dat dit impliceert dat de rechtvaardiging tweeledig is; dat enerzijds dient te worden aangetoond dat de schorsing van de tenuitvoer- legging volgens de gewone schorsingsprocedure te laat zal komen; dat anderzijds de verzoekende partij dient aan te tonen dat zij niet onredelijk lang met het indienen van haar verzoekschrift heeft gewacht; 2.
- Overwegende dat de bestreden beslissing aan verzoeker per bode werd betekend op 28 juni 2004; dat het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijk- heid bij de Raad van State werd ingediend op 28 juli 2004; 2.
- Overwegende dat verzoeker niet aantoont waarom hij pas een maand na de kennisname van het bestreden besluit de vordering heeft ingediend; dat, door die termijn te laten verstrijken, hij zelf het hoogdringend karakter van zijn zaak negeert; dat de omstandigheid dat blijkens het bestreden besluit, verzoeker over 30 dagen beschikte om het grondgebied te verlaten hem, niet toeliet het verstrijken van die termijn af te wachten; dat bijgevolg dient te worden vastgesteld dat verzoeker met zijn verzoekschrift niet op alerte en diligente wijze gehandeld heeft;
- Overwegende dat niet is voldaan aan de eerste van de door artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden; dat deze vaststelling volstaat om het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijk- heid af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten worden voorbehouden. XIV-20.254-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenen- twintig juli tweeduizend en vier, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, C. VERHAERT, toegevoegd griffier. De griffier, De wnd. voorzitter, C. VERHAERT. A. VANDENDRIESSCHE. XIV-20.254-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.172 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.