← België

Arrest 134186 - - 30/07/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juli 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.186 Rolnummer: A. 154166/XIV-20253 Zaak: Arrest 134186 - - 30/07/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-08-03 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-04 08:32 Fiche Arrest nr 134.186 van 30 juli 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.186 van 30 juli 2004 in de zaak A. 154.166/XIV-20.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat B. AYAYA, kantoor houdende te 1190 BRUSSEL, Van Goidtsnovenstraat 97 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Congolese nationaliteit, op 28 juli 2004 heeft ingediend enerzijds, om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken tot weigering van een toeristenvisum, volgens verzoekster aan haar betekend op 12 juli 2004, en, anderzijds, lastens de verwerende partij een dwangsom op te leggen van 100 euro per dag vertraging; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 28 juli 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 juli 2004 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat B. AYAYA, die verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; XIV-20.253-1/4 Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  3. Verzoekster, die in Congo verblijft, dient op 24 mei 2004 bij de Belgische ambassade in Kinshasa een aanvraag in voor toeristisch visum, voor een verblijf van 30 dagen in België, met het oog op een vakantie in België. 1.
  4. Op 12 juli 2004 wordt aan verzoekster een weigeringsbeslissing betekend, op grond van de volgende motieven: “Hotelreservatie: geen bewijs betaling voorschot Doel van de reis onduidelijk. Geen bewijs voldoende persoonlijke en regelmatige bestaansmiddelen, levert dus geen waarborg op terugkeer naar haar land van origine. Geen enkel bewijs van de gegrondheid van haar aanvraag. Geen verifieerbare referentie in België Beslissing genomen conform artikelen 15 en 5 van de uitvoeringsovereenkomst van de Schengen akkoorden Pas de moyens financiers personnels et réguliers suffisants et donc pas de garantie de retour au pays d’origine”;
  5. Over de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
  6. Overwegende, wat de voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, dat verzoekster aanvoert dat zij, na jarenlang werk zonder rustpauze, nu een vakantiereis naar België, waar de temperaturen draaglijk zijn, aan zich ziet voorbijgaan, dat zij een moreel nadeel lijdt doordat de Belgische autoriteiten haar beschouwen als iemand die wil immigreren en hier het aantal asielzoekers en clandestiene vreemdelingen zal vergroten, doordat haar persoonlijke waardigheid tegenover vrienden en collega’s aangetast XIV-20.253-2/4 wordt en doordat de weigeringsbeslissing haar aanvragen voor een visum in de toekomst hypothekeert, zowel bij de dienst Vreemdelingenzaken als bij de ambassades van de Schengen-landen in Kinshasa; dat zij ook nog wijst op de kosten en de moeilijkheden die verbonden zijn met de aanvraag van een visum op de Belgisch ambassade in Kinshasa; 2.
  7. Overwegende dat de verwerende partij betoogt dat een schorsingsbesluit de situatie van verzoekster ongewijzigd laat, dat het verlies van de mogelijkheid om een vakantie in België door te brengen bezwaarlijk als moeilijk te herstellen kan worden aangemerkt en dat verzoekster een nieuwe visumaanvraag kan indienen; 2.
  8. Overwegende dat met het bestreden besluit niet definitief een toeristenvisum aan verzoekster geweigerd wordt, maar dat er alleen beslist is over het aanvraagdossier dat zij op 26 mei 2004 aan het bestuur had overgelegd om voor dertig dagen als toerist naar België te komen; dat het uitstellen van vakantieplannen -inzonderheid naar een land waarvan de toegang afhankelijk is van het bezit van een visum waarop de aanvrager geen recht heeft- op zich geen nadeel vormt dat ernstig genoeg is om de schorsing van het bestreden besluit te verantwoorden; dat daargelaten de vaststelling dat moreel nadeel in de regel hersteld wordt door een vernietigingsarrest, te dezen bijkomend opgemerkt wordt dat verzoekster niet aantoont dat het aantasten van haar waardigheid -bij het bestuur, bij haar vrienden en collega’s- wel degelijk gekoppeld kan worden aan het bestreden besluit en het aldus meer is dan een zeer persoonlijke perceptie, aangezien dat besluit geen enkele denigrerende bemerking bevat over verzoekster of het dossier dat zij met haar aanvraag heeft ingediend, maar enkel de gegevens beoordeelt die zij zelf heeft voorgelegd; dat het een blote bewering is te stellen dat de bevoegde overheden die zullen moeten oordelen over haar toekomstige visumaanvragen op enige wijze bevooroordeeld zullen zijn; dat de kosten die zij zal moeten maken om een nieuw toeristenvisum te verkrijgen een financieel nadeel vormt dat hersteld kan worden na een vernietiging; dat tenslotte verzoekster niet duidelijk maakt welke moeilijkheden zij ondervindt bij de benaarstiging van een visumaanvraag; 2.
  9. Overwegende dat verzoekster niet duidelijk maakt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit haar een nadeel berokkent dat de schorsing van tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verantwoordt; dat een van de grondvoorwaarden voor het bevelen van de schorsing van tenuitvoerlegging niet vervuld is, XIV-20.253-3/4 BESLUIT: Artikel
  10. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  11. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig juli tweeduizend en vier, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, C. VERHAERT, toegevoegd griffier. De griffier, De wnd. voorzitter, C. VERHAERT. A. VANDENDRIESSCHE. XIV-20.253-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.186 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.