id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 augustus 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.216 Rolnummer: A. 154399/XII-4217 Zaak: Arrest 134216 - - 06/08/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-08-11 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 08:33 Fiche Arrest nr 134.216 van 6 augustus 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.216 van 6 augustus 2004 in de zaak A. 154.399/XII-
- In zake : de NV NOKURNA, die woonplaats kiest bij Advocaat P. MARTENS, kantoor houdende te SINT-MICHIELS, Walakker 26 tegen : de stad OOSTENDE, die woonplaats kiest bij Advocaten E. LARMUSEAU, P. DE SMEDT en B. ROELANDTS, kantoor houdende te GENT, Visserij 157 A. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV NOKURNA op 3 augustus 2004 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit genomen door de burgemeester van de stad Oostende op 30 juli 2004 waarbij aan de verzoekende partij de verplichting wordt opgelegd haar drankgelegenheid “Triton” gevestigd aan de Langestraat 42/44 te Oostende te sluiten voor de periode van één maand, met ingang van vrijdag 30 juli 2004 om 14 uur, een sluitend voorstel tot aanpak van de geluidsoverlast voor te leggen en de richtlijnen van de lokale politie te volgen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 4 augustus 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 augustus 2004, om 15 uur; XII-4217-1/5 Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. MARTENS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat P. DE SMEDT, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verzoekende partij de uitbating van een dancing - karaoke bar verzekert in de Langestraat te Oostende; dat in het verleden de politie herhaaldelijk is opgetreden naar aanleiding van vechtpartijen in en in de buurt van de inrichting; dat ook tijdens het weekend van 24 en 25 juli 2004 zich ernstige incidenten zouden hebben voorgedaan; dat bij faxbericht verzonden op 29 juli 2004 om 13 uur de afgevaardigd bestuurder van de verzoekende partij werd uitgenodigd voor een gesprek dat zou plaatsvinden op 30 juli 2004 om 10 uur, waarbij de noodzakelijk te nemen maatregelen aan bod zouden komen; dat noch de afgevaardigd bestuurder noch de feitelijke uitbater HAUTMAN aanwezig waren; dat op 30 juli 2004 de burgemeester van de stad Oostende dan het thans bestreden bevel tot sluiting heeft genomen, hetwelk gesteund is op artikel 134quater van de nieuwe gemeentewet; dat die beslissing intussen, zoals voorgeschreven door de voormelde wetsbepaling, op 2 augustus 2004 door het college van burgemeester en schepenen werd bevestigd;
- Overwegende dat de verwerende partij als ontvankelijkheidsexcep- ties opwerpt dat niet blijkt dat het bevoegde orgaan van de verzoekende partij de beslissing heeft genomen om de onderhavige vordering in te stellen en dat niet kan worden uitgemaakt of de verzoekende partij eveneens een verzoekschrift tot nietigverklaring heeft ingediend; XII-4217-2/5 Overwegende dat op die excepties enkel dient te worden ingegaan indien de voorwaarden voor schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid vervuld zijn wat, zoals hierna blijkt, niet het geval is;
- Overwegende dat luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.
- Overwegende dat de verzoekende partij als moeilijk te herstellen ernstig nadeel het volgende aanvoert : “De onmiddellijke uitvoering van de beslissing tot sluiting levert een moeilijk te herstellen ernstig nadeel op. De beslissing is immers onmiddellijk in werking getreden, en betekent een belangrijk inkomstenverlies. Tien personeelsleden zijn tijdelijk werkloos. Daarbij mag het feit dat het vakantieperiode is, en er dus vele toeristen verblijven aan de Kust, niet uit het oog verloren worden. Als de maatregel niet wordt geschorst, moet verzoekster de bestreden maatregel ondergaan. Het daaruit voortvloeiende nadeel (dat zich vooral op financieel vlak voordoet) kan onmogelijk (of zeer moeilijk) nog worden hersteld.”; 3.
- Overwegende dat de verwerende partij daarop antwoordt dat wijl het ingeroepen moeilijk te herstellen ernstig nadeel zich vooral op financieel vlak voordoet, de verzoekende partij meteen ook aangeeft dat de overige ingeroepen nadelen voor haar eigenlijk van weinig belang zijn en dus niet als ernstige nadelen te kwalificeren, dat volgens de vaste rechtspraak van de Raad van State een financieel nadeel in principe herstelbaar is omdat na een vernietigingsarrest in beginsel een schadevordering kan worden ingesteld bij de burgerlijke rechter, dat in dezen verzoekende partij niet aantoont dat het financieel nadeel dermate omvangrijk is dat het voortbestaan van de vennootschap in het gedrang komt en dat ook indien zou XII-4217-3/5 worden aanvaard dat dit louter financieel nadeel moeilijk herstelbaar zou zijn, dan nog niet aannemelijk wordt gemaakt dat haar inkomstenverlies als gevolg van de sluiting van één maand, in het licht van de totale jaaromzet en winstneming van de inrichting ernstig is, ook al vindt die sluiting plaats in de vakantieperiode; dat verwerende partij verder betoogt dat in zoverre de verzoekende partij ook de werkloosheid van haar personeel inroept als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel, het niet persoonlijk is, terwijl zelfs niet wordt aangetoond dat de verzoekende partij daadwerkelijk ook op regelmatige wijze personeel tewerkstelt en dat, ook al is dat zo, het louter hypothetisch is dat de personeelsleden van de verzoekende partij door werkloosheid zouden worden getroffen, nu het een vaststaand feit is dat tijdens de vakantieperiode horecapersoneel overal inzetbaar is aan de kust; 3.
- Overwegende dat, ofschoon bij de beoordeling van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel rekening kan worden gehouden met het feit dat de vordering werd ingesteld bij uiterst dringende noodzakelijkheid, waarvan het bestaan te dezen moeilijk kan worden betwist, samen met de verwerende partij moet worden vastgesteld dat het aangevoerde nadeel vooral van financiële aard is en dat de verzoekende partij geen enkel cijfer of ander concreet gegeven voorlegt om aan te tonen dat de uitvoering van de bestreden maatregel, zo niet haar voortbestaan bedreigt, dan toch een belangrijk verlies mee dreigt te brengen; dat weliswaar algemeen bekend is dat horecabedrijven aan de kust een groot deel van hun omzet tijdens de zomermaanden realiseren en een verwijzing naar dat gegeven zou kunnen doen besluiten dat het inkomensverlies ingevolge de sluiting gedurende de volledige duur van één van de twee topmaanden een ernstig financieel nadeel oplevert; dat in dezen zulks evenwel niet volstaat om te besluiten dat dit nadeel ook moeilijk te herstellen is, aangezien, zoals onder meer blijkt uit de voorgelegde processen-verbaal, de Triton ook buiten die maanden druk beklant blijkt te zijn; dat de aangevoerde werkloosheid van het personeel vooral dat personeel zelf treft; dat dit gegeven wellicht mede een zeker ongerief kan meebrengen voor de werkgever, maar zulks zonder nadere gegevens niet volstaat om er het predikaat ernstig en moeilijk te herstellen aan te verbinden; dat de voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet is vervuld; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij XII-4217-4/5 uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes augustus 2004, door : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. DE BRABANDERE. XII-4217-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.216 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.