← België

Arrest 134224 - - 09/08/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 augustus 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.224 Rolnummer: A. 102322/IX-2772 Zaak: Arrest 134224 - - 09/08/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-08-24 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-04 08:34 Fiche Arrest nr 134.224 van 9 augustus 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.224 van 9 augustus 2004 in de zaak A. 102.322/IX-

  1. In zake : Filip DEWINTER, die woonplaats kiest bij advocaat R. VERREYCKEN, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan 174, bus 8 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaten D. D’HOOGHE en S. SOTTIAUX, kantoor houdende te BRUSSEL, Henri Wafelaertsstraat 47-51, bus
  2. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Filip DEWINTER op 26 maart 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de minister van Justitie, betekend op 25 januari 2001, waarbij geweigerd wordt hem inzage te verlenen in zijn persoonlijk dossier bij de Staatsveiligheid; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederant- woord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF; Gelet op de beschikking van 10 maart 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-2772-1/3 Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 18 april 2003; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzet- ting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. IX-2772-2/3 Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen augustus 2000 en vier, door : de H. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, Mevr. S. VAN AELST, griffier. De griffier, De voorzitter, S. VAN AELST. J. DE BRABANDERE. IX-2772-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.224 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.