id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 augustus 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.295 Rolnummer: A. 136045/X-11396 Zaak: Arrest 134295 - - 13/08/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-08-19 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 08:37 Fiche Arrest nr 134.295 van 13 augustus 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.295 van 13 augustus 2004 in de zaak A. 136.045/X-11.
- In zake : Ben CELIS, die woonplaats kiest bij Advocaat E. PISON, kantoor houdende te 1853 STROMBEEK-BEVER, Lakensestraat 41, bus 6 tegen :
- de bestendige deputatie van de provincieraad van VLAAMS-BRABANT, die woonplaats kiest bij Advocaat M. VAN BEVER, kantoor houdende te 1850 GRIMBERGEN, Pastoor Woutersstraat 32, bus 7,
- het Vlaamse Gewest. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Ben CELIS op 29 april 2003 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van "de beslissing van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad van Vlaams-Brabant dd. 19 december 2002, waarbij de voetweg nr. 158 van de atlas van buurtwegen Diest (deelgemeente Molenstede) gedeeltelijk wordt verplaatst"; Gezien de nota van de eerste verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 6 augustus 2003 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 september 2003; Gehoord het verslag van Staatsraad C. ADAMS; X-11.396-1/4 Gehoord de opmerkingen van Advocaat I. DURNEZ die, loco Advocaat M. VAN BEVER verschijnt voor de eerste verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten Overwegende dat Marc Vanstraelen op 1 maart 2001 aan de gemeenteraad van de stad Diest de gedeeltelijke verlegging van de voetweg nr. 158 vraagt; dat die gemeenteraad op 27 mei 2002 beslist om de gevraagde verlegging voor te stellen aan de eerste verwerende partij; Overwegende dat de eerste verwerende partij op 19 december 2002 beslist om de voetweg nr. 158 niet gedeeltelijk te verplaatsen en dit met een schrijven van 15 januari 2003 ter kennis brengt aan het college van burgemeester en schepenen van de stad Diest, met het verzoek om tot aanplakking over te gaan; dat het provinciebestuur op 22 januari 2003 de stad Diest verzoekt om voormeld besluit van 19 december 2002 terug te sturen omdat bij de notulering een fout zou zijn gebeurd; dat de stad Diest op 10 februari 2003 gevolg geeft aan dit verzoek; Overwegende dat het provinciebestuur met een schrijven van 18 februari 2003 aan het college van burgemeester en schepenen van de stad Diest het verbeterde besluit van de eerste verwerende partij van 19 december 2002 ter kennis brengt waarbij wordt beslist om de voetweg nr. 158 gedeeltelijk te verleggen; dat dit het thans bestreden besluit is;
- Omtrent de ontvankelijkheid 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij in het verzoekschrift tot schorsing aanvoert dat zij geen administratief beroep als voorzien door artikel 28 van de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen heeft ingesteld bij de Vlaamse regering omdat het gemeentebestuur met een brief van de eerste verwerende partij van 15 januari 2003 op de hoogte was gesteld van een besluit waarbij de verlegging van de X-11.396-2/4 voetweg nr. 158 werd afgewezen, dat zij meende dat aldus de zaak voor haar in gunstige zin was afgehandeld, dat achteraf bleek dat een nieuwe en de facto tegenovergestelde beslissing van de eerste verwerende partij werd aangeplakt, dat de verzoekende partij zulks toevallig heeft vernomen door de handelingen van haar buurman, die de verlegging van de voetweg had aangevraagd, dat de verzoekende partij aldus pas lange tijd na het verstrijken van de beroepstermijn van 15 dagen kennis heeft genomen van de thans bestreden beslissing, dat die beslissing recht- streeks en op individuele wijze de rechtspositie van de verzoekende partij bepaalt en wijzigt zodat zij ter kennis van de verzoekende partij had moeten worden gebracht, dat door de handelwijze van de eerste verwerende partij alleszins het vertrouwen van de verzoekende partij werd verschalkt en dat het beroep bij de Raad van State derhalve tijdig en ontvankelijk moet worden verklaard; 2.
- Overwegende dat de eerste verwerende partij in haar nota antwoordt dat overeenkomstig artikel 28 van de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen enkel beroep tegen de bestreden beslissing mogelijk is bij de Vlaamse regering zodat het huidige beroep bij de Raad van State onontvankelijk is, temeer daar de bestreden beslissing uitdrukkelijk de beroepsinstantie en -termijn vermeldt, dat in ieder geval niet tijdig beroep is aangetekend na de aanplakking van de bestreden beslissing vanaf 28 februari 2003 gedurende acht dagen, dat de bestreden beslissing niet individueel ter kennis moest worden gebracht daar het niet om een individuele rechtshandeling gaat en dat de verzoekende partij niet kan voorhouden dat de zaak was opgelost door de voor haar gunstige eerste beslissing van de eerste verwerende partij omdat daartegen nog beroep mogelijk was door de gemeente of een derde-belanghebbende; 2.
- Overwegende dat de bestreden beslissing geen individuele strekking heeft en niet op individuele wijze de rechtspositie van de verzoekende partij wijzigt; dat de verzoekende partij zich niet kan beroepen op een gebrek aan individuele kennisgeving van de bestreden beslissing; Overwegende dat naar luid van artikel 28 van de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen de beslissingen van de bestendige deputatie worden bekendgemaakt door de colleges van burgemeester en schepenen door aanplakking gedurende acht dagen vanaf de zondag na de ontvangst ervan en dat beroep mogelijk is bij de Koning (thans de Vlaamse regering) binnen de vijftien dagen die volgen op de bekendmaking; X-11.396-3/4 Overwegende dat de bestreden beslissing blijkens de niet betwiste gegevens van de zaak werd aangeplakt op 27 februari 2003; dat er voordien geen aanplakking was gebeurd van de foutief opgestelde beslissing van de eerste verwerende partij; Overwegende dat de verzoekende partij uit het louter toesturen van de oorspronkelijke versie van het besluit van de eerste verwerende partij aan de stad Diest niet zonder meer vermocht af te leiden dat een einde aan de zaak was gekomen, precies omdat de beroepstermijn voor onder meer de aanvrager van de verlegging van de buurtweg pas zou beginnen te lopen na aanplakking van die beslissing; dat de verzoekende partij geen overmacht aantoont waardoor het haar niet mogelijk zou zijn geweest om kennis te nemen van de op 27 februari 2003 aangeplakte beslissing en om tijdig administratief beroep tegen die beslissing in te stellen; dat de vordering tot schorsing niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien augustus 2004, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. C. ADAMS. X-11.396-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.295 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.093 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.