id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 augustus 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.298 Rolnummer: A. 154385/X-11982 Zaak: Arrest 134298 - - 13/08/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-08-18 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-04 08:37 Fiche Arrest nr 134.298 van 13 augustus 2004 - Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.298 van 13 augustus 2004 in de zaak A. 154.385/X-11.982 In zake :
(1877)werden eveneens opgesomd in de straatnota, alle naar ontwerp van F.H. Cox. Binnen het stadsgezicht zijn wij dan ook van mening dat het huis nr. 21 op zich niet als het meest beeldbepalend of als drager van het stadsgezicht kan beschouwd worden. Het pand werd opgenomen als behorende tot een deel van dit typisch stedelijk landschap omwille van de gelijkaardige ritmiek en balkon. Het betreft een donkerkleurige gevel, weinig versierd en zonder eigen monumentwaarde. Zij behoort evenwel tot het stadsgezicht als onderdeel van de totale perceptie, als bouwsteen voor het grotere geheel, als drager voor het perspectief naar de kerk. Een vervangingsbouw op deze plek van het beschermd stadsgezicht kan ons inziens verantwoord worden, indien de nieuwbouw zich inpast in de overheersende esthetische kenmerken van het stadsgezicht m.a.w. indien de gevel binnen dergelijk totaalzicht geen afbreuk doet aan de heersende ritmiek, percellering en kleurgebruik: een architectuur die de kwaliteiten van het stadsgezicht erkent en ondersteunt. In het kader van de nieuwe bestemmingswijziging van schoolgebouwen naar wooneenheden dringt een toegang voor gemotoriseerd vervoer naar het binnengebied zich op. De toegangmogelijkheid langs de Kerkstraat via de bestaande toegang tot de kloostertuin is wegens haar bouwhistorisch belang en haar nog authentiek karakter ons inziens niet ombouwbaar tot een functionele toegang voor auto's. - De aanvraag voorziet de sloping van de woning Sint-Gummarusstraat 21 en het bouwen van een nieuwe woning met een onderdoorgang. Het nieuw voorgesteld Binnen de omvang van het stadsgezicht hypothekeert deze ingreep op niveau van 1 bouwkavel de eigen waarden van dit straatgezicht niet, terwijl deze ingreep de herbestemming en het behoud van een ander historisch waardevol geheel garandeert. (...).”; Overwegende dat uit voormelde motivering blijkt dat de afbraak van de woning Sint-Gummarusstraat 21 verantwoord wordt door, luidens het advies van 9 september 2002, de kwaliteit van de gevel van de nieuwbouw enerzijds en de noodzaak van een toegang voor wagens voor het binnengebied anderzijds, de noodzaak van een parking voor het project, het feit dat een ingang langs de Sint- Gummarusstraat de enig mogelijke uitweg biedt, en dat de nieuwe voorgevel door zijn klassieke geledingen in het straatbeeld past; dat de “verduidelijking” van dit standpunt in het bijkomend advies van 3 november 2003 hieraan toevoegt dat het huis nr. 21 op zich niet als het meest beeldbepalend of als drager van het stadsgezicht kan worden beschouwd, dat het pand werd opgenomen omwille van de gelijkaardige ritmiek en balkon, dat het een donkerkleurige gevel betreft, weinig versierd en zonder eigen monumentwaarde, dat een vervangingsbouw kan worden verantwoord indien de nieuwbouw zich inpast in de overheersende esthetische kenmerken van het stadsgezicht, en met name geen afbreuk doet aan de heersende ritmiek, percellering en kleurgebruik, dat een toegang voor gemotoriseerd vervoer naar het binnengebied zich opdringt, dat de bestaande toegang langs de Kerkstraat wegens haar bouwhisto- risch belang en haar nog authentiek karakter niet ombouwbaar is tot een functionele X-11.982-10/13 toegang voor auto’s, en dat het nieuw voorgestelde ‘poortgebouw’ zich discreet opstelt en wil inpassen binnen het totale spel van de geritmeerde witte gevels van het homogeen straatbeeld; Overwegende dat het huis gelegen aan de Sint-Gummarusstraat nr. 21 behoort tot het stadsgezicht “Sint-Gummarusstraat 5-33 en 2-32" dat werd beschermd bij ministerieel besluit van 8 maart 1993 omwille van “het algemeen belang gevormd door de historische en artistieke waarde van deze eind 19e eeuw aangelegde straat met homogene bebouwing”, waarbij “het huidige uitzicht van de beide straatwanden (...) nog vrij gaaf (
- is)bewaard en (...) het typisch homogeen uitzicht (heeft) van een nieuw getrokken straat, die in een korte periode verkaveld en bebouwd werd” en waarbij “de straatwanden worden bepaald door een reeks van bepleisterde en witgeschilderde lijstgevels, met de voor deze straat karakteristieke balkons.”; Overwegende dat krachtens artikel 9 van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en van stads- en dorpsgezichten de beschermingsbesluiten “verordenende”, (lees: bindende kracht) bezitten, dat er alleen van mag worden afgeweken in de door dit decreet bepaalde gevallen en vormen, en dat de Koning (thans de Vlaamse regering), de Koninklijke Commissie gehoord, besluit tot het opheffen of wijzigen van het besluit tot bescherming van een monument of stads- of dorpsgezicht; dat de gevel en het dak van het huis Sint- Gummarusstraat nr. 21 deel uitmaakt van het als stadsgezicht beschermde “geheel van gevels en daken” waarop krachtens artikel 11, § 1, van hetzelfde decreet voor de eigenaars en vruchtgebruikers de verplichting geldt “door de nodige instandhoudings- en onderhoudswerken, het in goede staat te behouden en het niet te ontsieren, te beschadigen of te vernielen.”; Overwegende dat de in het bestreden besluit vermelde overweging- en om de afbraak van het huis Sint-Gummarusstraat nr. 21 en nieuwbouw toch toe te staan, de negatie zelf zijn van de redenen waarom onder meer het pand gelegen Sint-Gummarusstraat nr. 21 als stadsgezicht werd beschermd, met name de “historische” en “artistieke waarde” van deze eind 19e eeuw aangelegde straat met “homogene bebouwing”, waarbij “de straatwanden worden bepaald door een reeks van bepleisterde en witgeschilderde lijstgevels, met de voor deze straat karakteristie- ke balkons”; dat het toelaten het beschermde te slopen en te vervangen door een nieuwbouw, in wezen de negatie is van het beschermingsbesluit; dat hiervoor een X-11.982-11/13 opheffing of wijziging van het beschermingsbesluit nodig lijkt; dat de overwegingen dat in het kader van de nieuwe bestemmingswijziging van schoolgebouwen naar wooneenheden een toegang voor gemotoriseerd vervoer naar het binnengebied zich opdringt en de bestaande toegang langs de Kerkstraat wegens het bouwhistorisch belang en het nog authentiek karakter ervan niet ombouwbaar is tot een functionele toegang voor auto’s, en dat de “het nieuwe voorgesteld ‘poortgebouw’ (...) zich discreet op(stelt) en (...) zich (wil) inpassen binnen het totale spel van de geritmeerde witte gevels en het homogeen straatbeeld” uiteraard geen afdoende en rechtens aanvaardbare motivering kunnen uitmaken om een beschermingsbesluit impliciet doch zeker op te heffen of te wijzigen; dat het middel in zoverre ernstig is; Overwegende dat voormeld arrest nr. 118.490 van 18 april 2003 heeft overwogen dat wat de alsdan bestreden beslissing betreft, de vordering voldeed aan voormelde voorwaarde dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; dat te dezen onder meer dezelfde verzoekende partijen hetzelfde moeilijk te herstellen ernstig nadeel aanvoeren tegen de beslissing tot het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning voor dezelfde werken en handelingen; dat er geen reden is om thans over het door verzoekende partijen aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel anders te oordelen; dat verzoekende partijen voldoende concrete en precieze gegevens bijbrengen die aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; BESLUIT: Artikel 1. Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. BOUWBEDRIJF VAN POPPEL en de n.v. D’HULST OMNICONSTRUCT in de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd. Artikel 2. Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van 1 juli 2004 van de bestendige X-11.982-12/13 deputatie van de provincieraad van Antwerpen waarbij “het beroep van de nv. BOUWBEDRIJF VAN POPPEL en D’HULST-VAN POPPEL voor de n.v. D’HULST OMNICONSTRUCT, tegen de weigering van de vergunning tot het uitvoeren van het verbouwings- en nieuwbouwproject ‘t Kranske op een terrein, gelegen Kerkstraat- St.-Gummarusstraat, sectie H, nrs. 49 A2, 49 B2, 49 C2, 48 N en 74 W 5, voorvloeiend uit de ontstentenis van een binnen de wettelijke termijn genotificeerde beslissing van het college van burgemeester en schepenen van Lier, wordt ingewilligd en vergunning wordt verleend overeenkomstig de voorgebrachte plannen en onder de (daarna) volgende voorwaarden.”. Artikel 3. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenk- omende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien augustus 2004, door : de H.. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr.. A. DE SMET, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. J. BOVIN. X-11.982-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.298 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.399 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div