id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 augustus 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.348 Rolnummer: A. 130798/XIV-13103 Zaak: Arrest 134348 - - 23/08/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-09-22 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-04 08:39 Fiche Arrest nr 134.348 van 23 augustus 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.348 van 23 augustus 2004 in de zaak A. 130.798/XIV-13.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat V. LURQUIN, kantoor houdende te 1060 BRUSSEL, Zwitserlandstraat 22 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Joegoslavische nationaliteit, op 21 december 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 22 november 2002 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 7 oktober 2002 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 22 november 2002; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 9 januari 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de beschikking van 26 januari 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 maart 2004; XIV-13.103-1/5 Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. GHYS, die loco advocaat V. LURQUIN verschijnt voor de verzoekende partij, van adjunct-adviseur L. VANDERVOORT, die verschijnt voor de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verzoekende partij België binnenkomt op 30 september 2002 en zich vluchteling verklaart op 1 oktober 2002; dat op 7 oktober 2002 de minister van Binnenlandse Zaken beslist tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; dat op 22 november 2002 de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing bevestigt; dat dit de thans bestreden beslissing is; 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij een enig middel aanvoert dat luidt als volgt: “Afgeleid uit de schending van de motiveringsplicht, meer bepaald de artikelen 2 en 3 van de uitdrukkelijke motiveringswet van 29 juli 1991, alsmede de schending van het artikel 62 van de wet van 15 december 1980, en van artikel 1, A 2 van het verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen. Overwegende dat de commissaris-generaal stelt dat verzoeker ‘geen feiten of elementen hebt aangebracht waaruit blijkt dat u uw land van herkomst hebt verlaten omwille van een gegronde vrees voor vervolging in de zin van de Vluchtelingenconventie of dat u alsnog bij een eventuele terugkeer naar Montenegro een dergelijke vrees zou dienen te koesteren. De weigering om deel te nemen aan de conflicten waarbij Joegoslavië de laatste tien jaar betrokken was, kan geen aanleiding meer geven tot vervolging aangezien in Joegoslavië sinds 3 maart 2001 een wet van kracht is die amnestie voorziet voor dienstweigeraars en deserteurs (voor 7 oktober 2000). U hebt niet waarschijnlijk gemaakt dat deze wet niet op u van toepassing zou zijn, temeer daar uit de informatie waarover het commissariaat beschikt en waarvan een kopie bij het administratief dossier werd gevoegd. Blijkt dat al verscheidene personen, ook behorende tot de etnische minderheden, werden vrijgelaten uit de gevangenis en dat ingeleide onderzoeken en processen werden gestaakt’. Overwegende dat het correct is te stellen dat er Joegoslavië een amnestiewet van kracht is voor deserteurs, voor feiten die dateren van voor 7 oktober
- Overwegende dat verzoeker echter een oproep heeft gekregen om te verschijnen voor het Hooggerechtshof van Bjelo Polje op 24 april
- Overwegende dat artikel 3 van de Joegoslavische amnestiewet bepaalt dat ‘wanneer tegen personen volgens artikel 1 van deze wet nog geen strafproces ingeleid werd, wordt ook geen proces ingeleid: voor zover het strafproces reeds aan de gang is, wordt het gestaakt’. Dat deze oproep een duidelijk teken is dat dit niet het geval is voor verzoeker. Dat deze motivering door de commissaris-generaal aldus niet weerhouden kan worden. Overwegende dat de commissaris-generaal tevens aanhaalt dat ‘De door u aangehaalde problemen omwille van uw lidmaatschap van de SDA (verhoren door de politie) dateren uit 1998 (en eerder). Het feit dat u nog tot september 2002 in Montenegro bent gebleven, is niet in overeenstemming te brengen met een gegronde vrees voor vervolging in de zin van de Vluchtelingenconventie’. XIV-13.103-2/5 Overwegende dat verzoeker heeft aangehaald dat de politiediensten in 1999 nog verschillende huiszoekingen hebben uitgevoerd in zijn woning. Overwegende dat het voorduren van de intimidatie vanwege de ordediensten de reden waren waarom verzoeker eind 1999 bij zijn oom is gaan wonen, in een bergdorpje waar de politie hem niet zou kunnen vinden. Overwegende dat verzoeker dacht dat, door een tijd uit het publieke leven terug te treden, de autoriteiten zijn zaak zou vergeten. Dat echter gedurende deze periode de politie nog meermaals bij zijn vader is geweest, met de vraag waar verzoeker was en waarom hij niet reageerde op de oproepingsbrieven van het leger. Overwegende dat het feit dat verzoeker een tijd in zijn land quasi ondergedoken heeft geleefd, zonder plannen te hebben naar het buitenland te gaan, aantoont dat hij vooreerst zijn problemen in Montenegro wou oplossen zonder een beroep te moeten doen op de asielprocedure. Overwegende dat verzoeker bij het verkrijgen van de oproep om voor het Hooggerechtshof te verschijnen, begreep dat zijn zaak niet werd vergeten, maar dat er zelfs gerechtelijk zou worden opgetreden. Overwegende dat aldus de gegeven motivering van de commissaris-generaal op dit punt niet overtuigt. Overwegende dat de beslissing omtrent de oproep voor het Hooggerechtshof vermeldt dat ‘Wat betreft de dagvaarding van april 2002 spreekt men louter van het feit dat u als beschuldigde wordt opgeroepen, zonder een wetsartikel of verdere motivatie te vermelden. Bovendien kan er getwijfeld worden aan de authenticiteit van deze dagvaarding, aangezien de datum van afgifte en uw adres niet ingevuld zijn. Daarnaast is er in de oproeping geen sprake van dat u voor een militaire rechtbank zou moeten verschijnen, hoewel u zelf verklaarde dat dit het geval zou zijn (gehoorverslag p. 5)’. Overwegende dat het commissariaat-generaal een twijfel inroept over de authenticiteit van deze dagvaarding. Overwegende dat het commissariaat-generaal over een gespecialiseerde dienst beschikt, het CEDOCA, alwaar men de authenticiteit van het document zou kunnen verifiëren door een ‘voorbeelddagvaarding’ te vragen, en deze aldus te vergelijken met het door verzoeker overhandigde document. Dat het commissariaat-generaal dit echter niet gevraagd heeft. Overwegende dat een twijfel over de authenticiteit van een document niet als voldoende beschouwd kan worden als een basis voor de motivatie van de bevestigende beslissing van weigering van verblijf. Overwegende dat, over het feit dat deze oproep voor de militaire rechtbank zou zijn, verzoeker dit gezegd vermits zijn niet gevolg geven aan de oproepen van het leger de duidelijke directe aanleiding voor de dagvaarding is. Overwegende dat het niet meer redelijk is, wanneer men geen gevolg geeft aan oproepen van het leger en de politie zich meermaals bij familie begeeft teneinde inlichtingen te winnen over zijn verblijfplaats en zijn niet reageren op de bewuste oproepen, dat iemand het voor zeker houdt dat de zitting over deze feiten zou gaan. Dat alle zaken in verband met de militaire dienst voor een militaire rechtbank voorkomen. Dat het vermelden van de militaire rechtbank aldus niet tegen verzoeker weerhouden kan worden. Overwegende dat de commissaris-generaal stelt dat ‘het attest dat u afgeleverd werd door uw partij, de SDA, tenslotte kan niet als objectieve bron worden beschouwd’. Overwegende dat echter het commissariaat-generaal niet vermeld waarom het dit attest niet als een objectieve bron wordt beschouwd. Dat het niet voldoende is om te stellen dat het document geen objectieve bron is maar dat de reden hiervoor tevens moet aangegeven worden. Dat het commissariaat-generaal zich vergenoegt met een stelling te poneren, zonder enige uitleg of motivatie te verstrekken. Overwegende dat om deze reden, dat argument niet kan weerhouden worden in de motivering van de vermelde beslissing. Overwegende dat de motivering van de beslissing in casu verzoeker niet in staat stelt om de redenen van deze weigeringsbeslissing te begrijpen.”; 2.2 Overwegende dat de commissaris-generaal tot de conclusie komt dat de asielaanvraag van de verzoekende partij kennelijk ongegrond is, nadat hij heeft vastgesteld dat “(...) De weigering om deel te nemen aan de conflicten waarbij Joegoslavië de laatste tien jaar betrokken was, kan geen aanleiding meer geven tot een gegronde vrees voor vervolging XIV-13.103-3/5 aangezien in Joegoslavië sinds 3 maart 2001 een wet van kracht is die amnestie voorziet voor dienstweigeraars en deserteurs (voor 7 oktober 2000). U hebt niet aannemelijk gemaakt dat deze wet niet op u van toepassing zou zijn, temeer daar uit de informatie waarover het commissariaat-generaal beschikt en waarvan een kopie bij het administratief dossier werd gevoegd, blijkt dat al verscheidene personen, ook behorende tot etnische minderheden, werden vrijgelaten uit de gevangenis en dat ingeleide onderzoeken en processen werden gestaakt. De door u aangehaalde problemen omwille van uw lidmaatschap van de SDA (verhoren door de politie) dateren uit 1998 (en eerder). Het feit dat u nog tot september 2002 in Montenegro gebleven bent, is niet in overeenstemming te brengen met een gegronde vrees voor vervolging in de zin van de Vluchtelingenconventie. De door u neergelegde documenten zijn bovendien niet van die aard bovenstaande vaststellingen te wijzigen. Wat betreft de dagvaarding van april 2002 spreekt men louter van het feit dat u als beschuldigde wordt opgeroepen, zonder een wetsartikel of verdere motivatie te vermelden. Bovendien kan er getwijfeld worden aan de authenticiteit van deze dagvaarding, aangezien de datum van afgifte en uw adres niet ingevuld zijn. Daarnaast is er in de oproeping geen sprake van dat u voor een militaire rechtbank zou moeten verschijnen, hoewel u zelf verklaarde dat dit het geval zou zijn (gehoorverslag p. 5). De twee door u neergelegde krantenartikels beschrijven enkele incidenten die niet rechtstreeks betrekking hebben op uw persoonlijke situatie. Het attest dat u afgeleverd werd door uw partij, de SDA, ten slotte kan niet als objectieve bron worden beschouwd.”’; Overwegende dat de verzoekende partij hier in essentie tegen inbrengt dat de twijfel die de commissaris-generaal heeft bij de authenticiteit van de neergelegde dagvaarding “niet als voldoende beschouwd kan worden” en dat hij de authenticiteit van het document had moeten verifiëren “door een ‘voorbeelddagvaarding’ te vragen, en aldus te vergelijken met het aldus door verzoeker overhandigde document”; dat de commissaris- generaal de authenticiteit betwist omdat de dagvaarding van april 2002 geen wetsartikel of verdere motivatie vermeldt, doch louter spreekt van een oproeping van de verzoekende partij als beschuldigde, dat de datum van afgifte en adres niet zijn ingevuld en dat er in de oproeping geen sprake is van een verschijning voor een militaire rechtbank, in tegenstelling tot wat de verzoekende partij heeft verklaard; dat, gelet op deze vaststellingen, niet valt in te zien waarom de commissaris-generaal een ‘voorbeelddagvaarding’ had moeten opvragen; dat de commissaris-generaal op basis van dit determinerende motief alleen reeds in alle redelijkheid kon overwegen dat de aanvraag van de verzoekende partij kennelijk ongegrond is; dat immers dit gegeven zo pertinent is dat een onderzoek naar de overige grieven niet vereist is daar dit onderzoek niet kan leiden tot de onwettigheid van de bestreden beslissing; dat het middel ongegrond is;
- Overwegende dat de verzoekende partij geen gegrond middel tot nietigverklaring heeft aangevoerd; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: XIV-13.103-4/5 Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig augustus tweeduizend en vier, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-13.103-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.348 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.