← België

Arrest 134382 - - 25/08/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 augustus 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.382 Rolnummer: A. 122168/X-10997 Zaak: Arrest 134382 - - 25/08/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-09-23 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-04 08:39 Fiche Arrest nr 134.382 van 25 augustus 2004 - Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 134.382 van 25 augustus 2004 in de zaak A. 122.168/X-10.

  1. In zake : Ignace VAN KEIRSBILCK, wonende te 8760 MEULEBEKE, Statiestraat 32 tegen :
  2. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat W. MULS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Antoine Dansaertstraat 92,
  3. de gemeente PITTEM. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Ignace VAN KEIRBILCK op 31 mei 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 27 maart 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Pittem waarbij de woning op een perceel gelegen te Pittem, Egemsdorpsplein 11, op de lijst van leegstaande en/of verwaarloosde woningen en/of gebouwen wordt ingeschreven op het einde van het eerste kwartaal 2002; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en de memories van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur- afdelingshoofd P. DE WOLF; Gelet op de beschikking van 17 juli 2003, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 29 augustus 2003; X-10.997-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 28 oktober 2003, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 24 november 2003, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 19 december 2003; Gehoord het verslag van Staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partij, die verschijnt in persoon, en van Advocaat L. VAN PARYS, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; X-10.997-2/3 Overwegende dat naar luid van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, binnen een termijn van 30 dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient; Overwegende dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift om te worden gehoord, aan de hand van een afgiftebewijs van een aangetekende zending van een brief van 24 september 2003 aan de diensten van de Post op 25 september 2003, aantoont dat zij haar verzoek tot voortzetting van de procedure binnen de vastgestelde termijn van dertig dagen aan de Raad van State heeft toegestuurd; dat zij terecht laat gelden dat dit verzoek binnen de vastgestelde termijn en op regelmatige wijze is ingediend; dat voormeld artikel 21, zesde lid, niet toepasselijk is, BESLUIT: Artikel
  4. De debatten worden heropend. Artikel
  5. De zaak wordt volgens de gewone procedure voortgezet. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig augustus 2004, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. C. ADAMS. X-10.997-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.382 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.658 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.