← België

Arrest 134466 - - 31/08/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 augustus 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.466 Rolnummer: A. 126944/XIV-11763 Zaak: Arrest 134466 - - 31/08/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-04 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-04 08:42 Fiche Arrest nr 134.466 van 31 augustus 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.466 van 31 augustus 2004 in de zaak A. 126.944/XIV-11.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat X. VAN DER AUWERA, kantoor houdende te 2110 WIJNEGEM, Marktplein 22 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Nepalese nationaliteit, op 18 september 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 20 augustus 2002 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 3 december 2001 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 20 augustus 2002; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 24 september 2002 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de beschikking van 6 april 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 mei 2004; XIV-11.763-1/3 Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. GOOSSENS, die loco advocaat X. VAN DER AUWERA verschijnt voor de verzoekende partij en van adjunct- adviseur Ch. LECHAT, die verschijnt voor de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende, wat de ontvankelijkheid van de vordering betreft, dat een verzoekende partij die haar belang bij het ingestelde beroep wil bewaren, een voortdurende en ononderbroken belangstelling voor haar proces moet vertonen; dat zij, wanneer haar belang in vraag wordt gesteld, daarover standpunt dient in te nemen en het actuele karakter van haar belang dient aan te tonen; Overwegende dat de raadsman van de verzoekende partij met een schrijven van 14 mei 2004 onder meer het volgende meedeelt: “Gelet op het feit dat ik sinds het indienen van de verzoekschriften tot nietigverklaring en tot schorsing geen enkel bericht meer mocht ontvangen van de Heer XXX, weet ik niet of hij ondertussen de Belgische nationaliteit verwierf”; dat de raadsman van de verzoekende partij ter terechtzitting op de vraag of de verzoekende partij nog belang heeft bij de vordering, antwoordt dat de verzoekende partij hem niet meer heeft gecontacteerd en dat zij “spoorloos” is; Overwegende dat de verzoekende partij aldus niet aantoont dat zij nog een actueel belang bij de vordering heeft; dat de vordering derhalve onontvankelijk is,
  2. Overwegende dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: XIV-11.763-2/3 Artikel
  3. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op éénendertig augustus tweeduizend en vier, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-11.763-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.466 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.