← België

Arrest 134469 - - 31/08/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 augustus 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.469 Rolnummer: A. 141737/XIV-16800 Zaak: Arrest 134469 - - 31/08/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-04 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-04 08:42 Fiche Arrest nr 134.469 van 31 augustus 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.469 van 31 augustus 2004 in de zaak A. 141.737/XIV-16.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat M.-Ch. WARLOP, kantoor houdende te 1200 WOLUWE-SAINT-LAMBERT, Avenue Slegers 167 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Libanese nationaliteit, op 21 augustus 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 16 juli 2003 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 15 april 2003 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 18 juli 2003; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 30 september 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de beschikking van 6 april 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 mei 2004; XIV-16.800-1/5 Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. DUPONT, die loco advocaat M.-Ch. WARLOP verschijnt voor de verzoekende partij, van adjunct-adviseur Ch. LECHT, die verschijnt voor de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de verzoekende partij België binnenkomt op 7 april 2003 en zich vluchteling verklaart op 10 april 2003; dat op 15 april 2003 de minister van Binnenlandse Zaken beslist tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; dat op 16 juli 2003 de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing bevestigt; dat dit de thans bestreden beslissing is, die als volgt is gemotiveerd: "A. Vluchtrelaas U, die de Libanese nationaliteit bezit en afkomstig bent van Beyrouth, zou nooit politiek actief zijn geweest. U zou een teleboetiek hebben uitgebaat. Sinds maart 2002 zou Mohammed Hassan, een klant, regelmatig uw teleboetiek hebben bezocht. U zou drie à vier keer met hem iets zijn gaan drinken en niet op de hoogte zijn geweest van zijn politieke activiteiten. In juni 2002 zou u, vermoedelijk door leden van de islamitische verzetsbeweging ‘Hezbollah’ zijn meegenomen naar een onbekende plaats en er zijn ondervraagd over de schuilplaats van Mohammed Hassan. U zou hen verteld hebben al een tijdje een informatie meer te hebben over Mohammed Hassan. U zou na vier dagen detentie zijn vrijgelaten. Ongeveer twee maanden later zou u door leden van de ‘Hezbollah’ zijn aangevallen en beschuldigd zijn van collaboratie met Israël. U zou klacht hebben ingediend bij de lokale autoriteiten. Deze zouden niets hebben ondernomen omdat ze zouden samenwerken met ‘Hezbollah’ in het opsporen van collaborateurs met Israël. Op 5 maart 2003 zouden twee leden van de ‘Hezbollah’ naar uw teleboetiek zijn gekomen. U zou zijn meegenomen naar een onbekende plaats en er vijf dagen zijn gedetineerd op beschuldiging van collaboratie met Israël. U zou zijn vrijgelaten na bemiddeling van de echtgenoot van de vriendin van uw zus die ‘Hezbollah’-lid zou zijn. Deze zou u hebben laten weten niet meer te kunnen bemiddelen bij een volgende arrestatie door ‘Hezbollah’. Hierdoor zou u zijn ondergedoken bij uw zus in Beyrouth tot uw vlucht uit Libanon op 7 april
  3. U zou vanuit de luchthaven van Beyrouth een vlucht naar Frankfurt met eindbestemming België hebben genomen teneinde er zich vluchteling te verklaren. B. Motivering Er dient opgemerkt dat u voor het commissariaat-generaal (CGVS) bedrieglijke verklaringen heeft afgelegd die de geloofwaardigheid van uw asielrelaas ondergraven. Zo blijkt uit informatie waarover het CGVS beschikt en waarvan een kopie in het administratief dossier is gevoegd dat er twee jaar na de terugtrekking van het Israëlisch leger uit Zuid-Libanon (mei 2000), slechts sporadisch nog gevallen van personen zijn die worden gearresteerd door de Libanese politie- en veiligheidsdiensten op beschuldiging van collaboratie met Israël. Ook blijkt uit diezelfde informatie dat de ‘Hezbollah’ er geen belang bij heeft om op eigen initiatief, zo veel tijd na de terugtrekking van Israël, zomaar personen van collaboratie te beschuldigen. Dit berhoort niet tot de politiek noch tot de competentie van ‘Hezbollah’, en kan in voorkomend geval enkel toegeschreven worden aan de overijver van plaatselijke militanten van de lokale ‘Hezbolah’-vertegenwoordiging (lokale ‘Hezbollah’-cel) die ontlopen kunnen worden door zich elders in het land te vestigen. Onterecht optreden door leden van de ‘Hezbollah’ wordt door de partij gesanctioneerd. Het beschuldigen van collaboratie is een staatszaak en vermeende collaborateurs worden onderworpen aan de jurisdictie van de Militaire Rechtbank. XIV-16.800-2/5 ‘Hezbollah’ kan wat dit betreft niet zomaar een eigen rechtspraak toepassen. De verzetsbeweging beschikt over een eigen ‘inlichtingen-eenheid’ of ‘onderzoeksbureau’ dat voormalige collaborateurs met Israël opspoort. Hiertoe werkt ‘Hezbollah’ nauw samen met de Syrische en Libanese inlichtingendiensten in het opsporen van voormalige of nieuwe collaborateurs. Zo kunnen afdelingen van ‘Hezbollah’ een opdracht tot huiszoeking of tot arrestatie van personen krijgen om deze daarna voor het gerecht te leiden. ‘Hezbollah’ mag niet zelf overgaan tot berechting. De verdachte moet steeds uitgeleverd worden aan de officiële instanties. In de praktijk houdt ‘Hezbollah’ zich strikt aan deze regel. Uit bovengaande vaststelling dient besloten te worden dat er geen geloof kan gehecht worden aan uw bewering, louter op verdenking van collaboratie met Israël, geviseerd, mishandeld en meermaals vasthouden te zijn geweest door ‘Hezbollah’. Bovendien kan u geen begin van bewijs voorleggen van uw ingeroepen problemen, ook niet van uw ingediende klacht bij de autoriteiten. Uw kieskaart en medisch attest vermag in het bovengaande vaststellingen uw asielrelaas niet in positieve zin om te buigen. C. Conclusie Op basis van de elementen uit uw dossier, bevestig ik de beslissing van de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken waarbij u het verblijf op het grondgebied werd geweigerd. Steunend op artikel 52 van de Vreemdelingenwet meen ik dat uw asielaanvraag bedrieglijk is. Ik meen bovendien dat u in de huidige omstandigheden mag worden teruggeleid naar de grens van het land dat u ontvlucht bent, en waar volgens uw verklaring, uw leven, uw fysieke integriteit of uw vrijheid in gevaar zou verkeren. Behoudens een andere beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken of zijn gemachtigde dient u binnen de 5 dag(en), ingaand op de datum van de kennisgeving van deze beslissing het grondgebied te verlaten (koninklijk besluit van 19/05/1993; artikel 17, par. 2, al. 2).”; 2.
  4. Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel de schending aanvoert van artikel 62 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet), van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, van de rechtszekerheidsnorm, de billijkheid en de rechten van de verdediging als algemene beginselen van behoorlijk bestuur en machtsoverschrijding; dat de verzoekende partij verwijst naar de motivering van de bestreden beslissing en aanvoert dat zij geen bewijslast draagt van de vervolging in het kader van de het Internationaal verdrag betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951, dat haar asielrelaas geen tegenstrijdigheden bevat, dat zij onheus werd behandeld in Libanon en er het voorwerp is geweest van willekeurige arrestaties door Hezbollah, dat zij de bescherming van de Libanese autoriteiten niet kon inroepen omwille van haar vroegere samenwerking met Israël en dat zij niet zonder gevaar voor haar leven naar Libanon kan terugkeren, dat Hezbollah zich niet steeds aan de regels houdt en dat de commissaris-generaal zelf erkent dat ongecontroleerde splintergroepen van Hezbollah Libanon blijven teisteren; 2.
  5. Overwegende dat uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 6 mei 1993, die artikel 52 van de Vreemdelingenwet heeft gewijzigd, blijkt dat de asielaanvrager zijn aanvraag moet kunnen staven met een coherent en geloofwaardig verhaal, dus dat hij in zijn land van herkomst verdrukt wordt en bloot staat aan vervolging of foltering (Parl. St., Kamer, 1992-93, nr. 903/5,8); dat de asielaanvrager derhalve altijd moet aantonen dat hij vervolgd wordt; dat dit geen omkering van de bewijslast betekent, maar een afwijzing als de aanvrager geen gegeven aanbrengt dat er, wat hem betreft, XIV-16.800-3/5 ernstige aanwijzingen zijn voor vervolging (Parl. St., Senaat, 1992-93, nr. 555-2, 83); dat louter de afwezigheid van tegenstrijdigheden in het asielrelaas niet betekent dat een asielaanvraag niet bedrieglijk of kennelijk ongegrond kan zijn; Overwegende dat de verzoekende partij verder haar eigen standpunt bevestigt doch daarmee de juistheid van de informatie van de commissaris-generaal, waarnaar in de bestreden beslissing wordt verwezen, niet weerlegt; dat de verzoekende partij derhalve niet aannemelijk maakt dat de commissaris-generaal de bestreden beslissing heeft genomen op grond van onjuiste feitelijke gegevens, op kennelijk onredelijke wijze of met overschrijding van de ruime appreciatiebevoegdheid die door de artikelen 63 en 63/3 juncto 52 van de Vreemdelingenwet aan de commissaris-generaal is toegekend; dat de verzoekende partij niet uiteenzet hoe de overige door haar aangehaalde beginselen met de bestreden beslissing zouden zijn geschonden; dat het enige middel ongegrond is;
  6. Overwegende dat de verzoekende partij geen gegrond middel tot nietigverklaring heeft aangevoerd; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  7. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
  8. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XIV-16.800-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op éénendertig augustus tweeduizend en vier, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-16.800-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.469 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.