id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.586 Rolnummer: A. 155231/XIV-20511 Zaak: Arrest 134586 - - 06/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-09-09 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-04 08:44 Fiche Arrest nr 134.586 van 6 september 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.586 van 6 september 2004 in de zaak A. 155.231/XIV-20.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat A. NAVASARTIAN kantoor houdende te 2030 BRUSSELS Jenatzystraat 13 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Armeense nationaliteit, op 1 september 2004 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken van 20 augustus 2004, waarbij het verzoek, ingediend op basis van artikel 9, lid 3 van de wet van 15 december1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) onontvankelijk werd verklaard, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 28 augustus 2004; Gelet op de beschikking van 2 september 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 2 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 september 2004 om 11 uur; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; XIV-20.5111/3 Gehoord de opmerkingen van advocaat A. NAVASARTIAN, die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de minister van Binnenlandse Zaken; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat de verzoekende partij met betrekking tot het moeilijk te herstellen ernstig nadeel doet gelden dat het bevel om het grondgebied te verlaten op de eerste plaats de stopzetting van de medische hulp betekent, dat de medische zorgen niet optimaal verleend en evenmin gegarandeerd kunnen worden wanneer de algemene situatie van het land in aanmerking wordt genomen, waar ook op medisch vlak de zwarte markt welig tiert en dat het stopzetten van dringende medische hulp aan een ernstige zieke, die driemaal per week een nierdialyse nodig heeft alsook verschillende andere medicijnen, zijn leven in gevaar brengt, hetgeen ontegensprekelijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel is; dat de verzoekende partij ter staving van haar betoog een aantal medische attesten bij het verzoekschrift voegt; Overwegende dat uit de gegevens van het administratief dossier, waarnaar in de bestreden beslissing uitdrukkelijk wordt verwezen, blijkt dat de ziekte van de verzoekende partij haar niet verhindert om te reizen en dat de noodzakelijke zorgen in het land van herkomst beschikbaar zijn; dat zelfs de centra worden opgegeven waar de verzoekende partij die zorgen kan genieten; dat de verzoekende partij met een algemene verwijzing naar de toestand in Armenië en met de door haar bijgebrachte medische attesten het voorgaande niet weerlegt; dat de verzoekende partij aldus niet in concreto aantoont het voorgehouden nadeel te zullen lijden; Overwegende dat niet is voldaan aan de derde van de door artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden; dat XIV-20.5112/3 deze vaststelling volstaat om het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijk- heid af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes september tweeduizend en vier, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-20.5113/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.586 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.