id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.593 Rolnummer: A. 155281/XIV-20524 Zaak: Arrest 134593 - - 06/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-09-08 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 08:44 Fiche Arrest nr 134.593 van 6 september 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.593 van 6 september 2004 in de zaak A. 155.281/XIV-20.
- In zake : XXX die woonplaats kiest bij advocaat J.-P. JACQUES, kantoor houdende te 4020 LUIK, Rue de Pitteurs 41 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Guinese nationaliteit, op 3 september 2004 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing tot terugdrijving, met beslissing tot vasthouding in een welbepaalde aan de grens gelegen plaats van de minister van Binnenlandse Zaken van 1 september 2004 Gelet op de beschikking van 3 september 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 3 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op maandag 6 september 2004 om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaten J.-P. JACQUES en S. BREDAEL, die verschijnen voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de minister van Binnenlandse Zaken; XIV-06/09/2004-1/3 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat de verzoekende partij met betrekking tot de derde voorwaarde aanvoert dat de vennootschap, die haar in Guinee tewerkstelt, haar voor een marktprospectie naar Duitsland heeft gestuurd, dat de terugdrijving haar niet zal toelaten die taak uit te voeren met alle economische gevolgen van dien voor haar werkgever, dat het niet ondenkbaar is dat haar werkgever maatregelen tegen haar zal nemen of haar zelfs zal ontslaan, dat de verzoekende partij in ieder geval alle administratieve en diplomatieke stappen opnieuw zal moeten zetten om een visum te bekomen, zonder zeker te zijn van het resultaat, dat het financiële nadeel voor een Afrikaanse vennootschap wier werknemer terugkomt van een marktprospectie aanzienlijk is, dat de verzoekende partij niet het risico kan lopen om te worden ontslagen en dat de verzoekende partij aldus een risico op een persoonlijk moeilijk te herstellen ernstig nadeel loopt; Overwegende dat het aangevoerde nadeel met betrekking tot de vennootschap waarbij de verzoekende partij zou zijn tewerkgesteld, geen persoonlijk nadeel vormt in hoofde van de verzoekende partij en derhalve niet in aanmerking kan worden genomen; dat de verzoekende partij niet preciseert of de kosten voor een nieuw visum door haarzelf dan wel door die vennootschap zullen worden gedragen, daargelaten de vaststelling dat dergelijke kosten een pecuniair nadeel vormen dat niet moeilijk te herstellen is; dat de mogelijkheid van een ontslag van de verzoekende partij door haar werkgever een louter hypothetisch nadeel is; dat de verzoekende partij geen ander nadeel aanvoert; dat derhalve niet is voldaan aan de derde schorsingsvoorwaarde; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- XIV-06/09/2004-2/3 De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes september tweeduizend en vier, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-06/09/2004-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.593 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.127 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.