← België

Arrest 134602 - - 07/09/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.602 Rolnummer: A. 113940/XII-3374 Zaak: Arrest 134602 - - 07/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-09-14 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-07-04 08:46 Fiche Arrest nr 134.602 van 7 september 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.602 van 7 september 2004 in de zaak A. 113.940/XII-

  1. In zake : de NV PROFESSIONELE INNOVATIE TECHNIEKEN (P.I.T.), die woonplaats kiest bij advocaat Ch. Lenders, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg 33 tegen : de GEMEENTE SCHAARBEEK, die woonplaats kiest bij advocaat K. van Alsenoy, kantoor houdende te Brussel, A. Dansaertstraat 92 --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Professionele Innovatie Technieken op 10 december 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van "de beslissing van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Schaarbeek d.d. 19.12.2000 nopens de openbare aanbesteding d.d. 28.09.2000 [...] betreffende de renovatie van de gevels en ramen van de school nr. 10 [...] en van de afdeling Dailly van het Lyceum E. Max [...], en waabij de kandidatuur van de nv PIT Antwerpen werd geweerd"; Gelet op het arrest nr. 104.136 van 28 februari 2002 waarbij de vordering tot schorsing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 14 maart 2002; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; XII-3374-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 104.136 van 28 februari 2002 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing heeft verworpen; Overwegende dat op 14 maart 2002 aan de verzoekende partij kennis is gegeven van het arrest nr. 104.136 van 28 februari 2002 tot verwerping van haar vordering tot schorsing; dat in een begeleidend schrijven wordt meegedeeld dat zij beschikt over een termijn van dertig dagen om eventueel een verzoek tot voortzetting in te dienen en dat dit verzoek vergezeld dient te zijn onder meer van fiscale plakzegels ter waarde van 175 EUR; dat de brief expliciet haar aandacht vestigt op het voormelde artikel 17, § 4ter, waarvan de tekst wordt aangehaald; Overwegende dat de verzoekende partij op 19 maart 2002 de voortzetting van de procedure vraagt; dat het verzoek niet vergezeld is van de uitdrukkelijk gevraagde, en door het artikel 70, § 1, eerste lid, 2/, juncto artikel 70, § 1, tweede lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State vereiste, fiscale zegels; dat, bijgevolg, met het verzoek geen rekening gehouden kan worden; dat het onontvankelijk is; XII-3374-2/3 Overwegende dat de verzoekende partij geen ontvankelijk verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  3. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven september 2004, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3374-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.602 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.104.136 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.