id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.604 Rolnummer: A. 136428/XII-3856 Zaak: Arrest 134604 - - 07/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-09-14 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-07-04 08:46 Fiche Arrest nr 134.604 van 7 september 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.604 van 7 september 2004 in de zaak A. 136.428/XII-
- In zake : de NV REDERIJKERSKAMER DE LELIE, met zetel te Diest, Grote Markt 23 tegen : de STAD DIEST, die woonplaats kiest bij advocaat H.-K. Carême, kantoor houdende te Heverlee, IJzerenmolenstraat
- ------------------------------------------------------------------------------------------------ --- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Rederijkerskamer op 8 mei 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van de Stad Diest dd. 10 maart 2003 houdende gunning van de concessie voor de levering, over een periode van 10 jaar, van eetwaren en dranken in het Cultureel Centrum Begijnhof Diest, met inbegrip van de cafetaria 'de Kapel'”; Gelet op het arrest nr. 125.028 van 4 november 2003 waarbij de vordering tot schorsing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan verzoekende partij op 10 december 2003; XII-3856-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 125.028 van 4 november 2003 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing heeft verworpen; Overwegende dat verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, XII-3856-2/3 BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven september 2004, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3856-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.604 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.125.028 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.