id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.605 Rolnummer: A. 143090/XII-3970 Zaak: Arrest 134605 - - 07/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-09-14 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-04 08:46 Fiche Arrest nr 134.605 van 7 september 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.605 van 7 september 2004 in de zaak A. 143.090/XII-
- In zake : de BVBA VANHOEYVELD B&M, die woonplaats kiest bij advocaat J. Buyse, kantoor houdende te Herent, Rijweg 86a tegen : de GEMEENTE UKKEL. ------------------------------------------------------------------------------------------------ --- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA Vanhoeyveld B&M op 24 oktober 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “Het besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Ukkel van 24.06.2003 waarbij werd beslist om de inschrijving en de bieding van verzoekster in het kader van de openbare aanbesteding voor de overheidsopdracht met betrekking tot de werken voor de ‘Aanleg van een speelplein in het Wolvendaelpark’ te weren en de opdracht toe te wijzen aan de N.V. ARBEL uit 5100 Nannine”; Gelet op het arrest nr. 126.717 van 22 december 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 20 januari 2004; XII-3970-1/4 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 126.717 van 22 december 2003 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing heeft verworpen; Overwegende dat op 20 januari 2004 aan de verzoekende partij kennis is gegeven van het arrest nr. 126.717 van 22 december 2003 tot verwerping van haar vordering tot schorsing; dat in een begeleidend schrijven wordt meegedeeld dat zij beschikt over een termijn van dertig dagen om eventueel een verzoek tot voortzetting in te dienen en dat dit verzoek vergezeld dient te zijn onder meer van fiscale plakzegels ter waarde van 175 EUR; dat de brief expliciet haar aandacht vestigt op het voormelde artikel 17, § 4ter, waarvan de tekst wordt aangehaald; XII-3970-2/4 Overwegende dat de verzoekende partij op 10 februari 2004 de voortzetting van de procedure vraagt; dat het verzoek niét vergezeld is van de uitdrukkelijk gevraagde, en door het artikel 70, § 1, eerste lid, 2/, juncto artikel 70, § 1, tweede lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State vereiste, fiscale zegels; dat, bijgevolg, met het verzoek geen rekening gehouden kan worden; dat het onontvankelijk is; Overwegende dat de verzoekende partij geen ontvankelijk verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XII-3970-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven september 2004, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3970-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.605 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.126.717 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.