← België

Arrest 134740 - - 09/09/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.740 Rolnummer: A. 83581/VII-18204 Zaak: Arrest 134740 - - 09/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-09-17 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-04 08:50 Fiche Arrest nr 134.740 van 9 september 2004 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.740 van 9 september 2004 in de zaak A. 83.581/VII-18.204 In zake : de b.v.b.a. EDMOND PENSAERT, die woonplaats kiest bij Advocaat R. MARTENS, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan 106 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat J. NIJS, kantoor houdende te DENDERMONDE, Noordlaan 82-

  1. tussenkomende partij : Willy VERLEE, die woonplaats kiest bij Advocaat M. LIPPENS, kantoor houdende te GENT, Twaalfkameren
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. EDMOND PENSAERT op 18 april 1999 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van 19 februari 1999 van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling houdende uitspraak over het beroep aangetekend tegen de beslissing van 13 augustus 1998 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen houdende het verlenen van de vergunning aan de verzoekende partij om een leghennenbedrijf gelegen te 9240 Zele, Lokerenbaan 219, uit te breiden; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 16 juni 1999; Gelet op de beschikking van 24 juni 1999 die de tussenkomst van Willy VERLEE toelaat; VII-18.204-1/3 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. PROVOOST; Gelet op de beschikking van 17 juni 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 26 juli 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 september 2004; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij in haar laatste memorie aan de Raad van State mededeelt dat zij afstand doet van haar beroep, om de volgende reden : "Verzoekende partij neemt akte van het Auditoraatsverslag van 9 juni 2004 waarbij tot de onontvankelijkheid van het verzoekschrift tot nietigverklaring wordt geadviseerd. In het Auditoraatsverslag wordt er opgeworpen dat inmiddels, op 2 oktober 2001, de basisvergunning reeds is verstreken, waardoor verzoekende partij bij huidige vordering niet meer over het rechtens vereiste belang beschikt. Weliswaar merkt verzoekster hierbij op dat het verlies aan belang te wijten is aan de langdurige procedure. Gezien het beroep van verzoekende partij niet kennelijk onontvankelijk, noch kennelijk ongegrond kan worden bevonden (cfr. R.v.St., nr. 115.906, 13 februari 2003), dienen de kosten dan ook ten laste worden gelegd van de verwerende partij. Verzoekende partij besluit derhalve afstand te doen van huidig geding". VII-18.204-2/3 Overwegende dat kan worden ingegaan op aanvraag van de verzoekende partij om de kosten ten laste te leggen van de verwerende partij, om de door haar aangehaalde redenen, BESLUIT: Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen september tweeduizend en vier, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-18.204-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.740 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.