id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.835 Rolnummer: A. 152086/X-11908 Zaak: Arrest 134835 - - 10/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-02-13 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-07-04 08:52 Fiche Arrest nr 134.835 van 10 september 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.835 van 10 september 2004 in de zaak A. 152.086/X-11.
- In zake : de n.v. FORTIS BANK, die woonplaats kiest bij Advocaat J. DE CONINCK, kantoor houdende te 9308 GIJZEGEM, Pachthofstraat 145 tegen :
- de stad HERENTALS,
- het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. FORTIS BANK op 24 mei 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 1 maart 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Herentals waarbij aan de b.v.b.a. GARROUSSE en ZOON de stedenbouwkun- dige vergunning wordt verleend voor het bouwen van appartementen te Herentals, Koppelandstraat (HRT) 21-23, op een perceel kadastraal bekend Sectie G, nrs. 288/D, 286/S, 286/R, 285/T, 285/B2 en 285/C2; Gezien de nota Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur J. CLEMENT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 5 augustus 2004 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 3 september 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; X-11.908-1/5 Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. DE CONINCK, die verschijnt voor de verzoekende partij, van Bestuurssecretaris P. VAN DE PERRE, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van Advocaat J. CLAES, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur J. CLEMENT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de eerste verwerende partij de ontvankelijkheid van het beroep betwist; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen; dat een onderzoek van en uitspraak over deze exceptie alleen nodig is indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaar- den voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat X-11.908-2/5 met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat, wat de tweede door voornoemd artikel 17, § 2, opgelegde voorwaarde betreft, de verzoekende partij in de vordering tot schorsing, na te hebben betoogd dat de omvang en de aard van het bouwwerk maken dat een herstel in de vroegere toestand waarbij haar rechten zouden geëerbiedigd worden, bijzonder moeilijk, zelfs onmogelijk zal blijken, doet gelden dat wat de ernst van het nadeel betreft, zij "niet voor niets in haar verschillende akten (heeft) bedongen dat zij een recht van overgang zou bekomen met de voorhanden zijnde modaliteiten", dat vaststaat dat de brandweerwagens niet in staat zijn om de achterbouw van haar kantoor te bereiken hetgeen een bijzonder ernstig nadeel is bij brand, dat er bovendien een probleem is inzake de munttransporten die thans langs de achterzijde van het kantoor geschieden, dat dit niet meer mogelijk is en geldtransporten het gebouw van de verzoekende partij moeten doorkruisen, dat de hinder die hierdoor wordt teweeg gebracht niet te overzien valt; dat zij verder betoogt dat de eventuele vervanging van een kluisdeur voor onoverkomelijke problemen zorgt, dat de ernstige nadelen overigens dagelijks voelbaar zijn, dat vrachtwagens van enige omvang geen toegang meer zullen hebben tot de achtergelegen parking; Overwegende dat de verzoekende partij een naamloze vennoot- schap is met maatschappelijke zetel te Brussel, Warandeberg 3 en aldaar ook is ingeschreven; dat het door de verzoekende partij uiteengezette nadeel betrekking lijkt te hebben op de exploitatie van één van haar kantoren dat is ingeplant op haar percelen gelegen te Herentals aan de Grote Markt, deels aan de Koppelandstraat en grenzende aan het bouwperceel waarop de thans bestreden beslissing betrekking heeft; dat spijts het uitdrukkelijke verzoek van de hoofdgriffier dd. 8 juni 2004, om "de van kracht zijnde tekst van de statuten van de vennootschap of de vereniging" zo spoedig mogelijk te bezorgen aan de griffie, de verzoekende partij zich met haar brief van 21 juni 2004 heeft beperkt tot het toesturen van een afschrift van de statutenwijziging van 23 november 2001, bekendgemaakt in de bijlage tot het Belgisch Staatsblad van 20 december 2001, zonder evenwel de volledige statuten van de betrokken rechtspersoon over te leggen waaruit inzonderheid het maatschappelijk doel van de rechtspersoon blijkt; dat zulks de Raad in de onmogelijkheid plaatst om, bij de beoordeling van het te dezen aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig (exploitatie)nadeel, te onderzoeken in welke mate de tenuitvoerlegging van de thans bestreden vergunning het realiseren van het maatschappelijk doel beïnvloedt; dat de X-11.908-3/5 verzoekende partij niet met overtuigende argumenten of concrete gegevens staaft in welke mate het aangevoerde nadeel haar verhindert de activiteiten uit te oefenen die ze zich tot maatschappelijk doel - dat door de Raad op grond van de overgelegde stukken niet bekend is - heeft gesteld; dat aldus de verzoekende partij niet met concrete gegevens aantoont, minstens niet aannemelijk maakt dat de tenuitvoerleg- ging van de thans bestreden beslissing haar werking en voortbestaan ernstig in het gedrang kan brengen; dat derhalve het uiteengezette nadeel in wezen neerkomt op een financieel nadeel; dat een financieel nadeel in beginsel niet moeilijk te herstellen is; dat de verzoekende partij verzuimt enig concreet en precies gegeven bij te brengen waaruit zou kunnen blijken dat dit in casu wel het geval zal zijn; dat de uiteenzetting van de verzoekende partij geen concrete en precieze gegevens bevat waaruit blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen zoals bedoeld door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. X-11.908-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien september 2004, door : de H. G. DEBERSAQUES, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. G. DEBERSAQUES. X-11.908-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.835 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.208 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.