← België

Arrest 134861 - - 14/09/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.861 Rolnummer: A. 147760/IX-4068 Zaak: Arrest 134861 - - 14/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-09-26 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-04 08:53 Fiche Arrest nr 134.861 van 14 september 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.861 van 14 september 2004 in de zaak A. 147.760/IX-

  1. In zake :
  2. Yves LETERME,
  3. Raf SUYS, die woonplaats kiezen bij advocaat F. JUDO, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Yves LETERME en Raf SUYS op 18 februari 2004 hebben ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoer- legging van artikel 2 van het koninklijk besluit van 15 december 2003 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de bedrijfsvoorheffing; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 10 mei 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 juni 2004; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; IX-4068-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat F. JUDO, die verschijnt voor verzoekers, en van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de auditeur-generaal;
  4. Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: Door de wet van 10 augustus 2001 houdende hervorming van de personenbelasting worden wettelijk samenwonenden gelijkgesteld met gehuwden en wordt een wettelijk samenwonende gelijkgesteld met een echtgenoot. Onder meer in uitvoering van dit wettelijk voorschrift wordt het voornoemde besluit van 15 december 2003 genomen. Het stelt nieuwe regels en schalen vast voor inkomsten verworven vanaf 1 januari
  5. Het bestreden artikel 2 vervangt de bijlage III van het KB/WIB 92 door een nieuwe bijlage III. De nieuwe bijlage III bij het besluit heeft betrekking op een schaal voor alleenstaanden en tweeverdieners, een schaal voor een inkomensverwerver die een echtgenoot heeft die geen persoonlijke beroepsinkomsten heeft en een schaal van toepassing op niet-rijksinwoners.
  6. Over de gegrondheid van de vordering tot schorsing. Overwegende dat luidens artikel 17, 2/, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het reglement een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; IX-4068-2/5 Overwegende dat verzoekers met betrekking tot de tweede voorwaarde aanvoeren dat zij niet alleen een persoonlijk belang hebben als belastingplichtigen maar ook een functioneel belang hebben; dat zij dat functioneel belang zien in het feit van een "foutieve uitvoering van een beslissing van een wetgevend orgaan waarvan zij deel uitmaken"en dat hun geloofwaardigheid en die van hun instelling hierdoor in het gedrang komt; dat zij eveneens een persoonlijk nadeel ondergaan en dat zij ook niet de enigen zijn die persoonlijk "geraakt worden door (de bestreden) beslissing"; Overwegende dat de verwerende partij in haar nota met opmerkingen antwoordt, samengevat, dat tweede verzoeker niet aantoont welk functioneel belang hij heeft; dat eerste verzoeker als lid van de Kamer van Volksver- tegenwoordigers zich overeenkomstig artikel 275, 3/, van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 92 nog zal moeten uitspreken over het bestreden besluit en geen concrete gegevens aanbrengt met betrekking tot het aangevoerde verlies aan geloofwaardigheid; dat de omstandigheid dat verzoekers en ook veel belasting- plichtigen een te hoge bedrijfsvoorheffing zullen moeten betalen een louter pecuniair karakter heeft dat niet moeilijk te herstellen is ; Overwegende dat verzoekers zich beroepen op hun functioneel belang om zowel hun belang bij de vordering tot schorsing als hun moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan te tonen; dat luidens artikel 275, 1/, van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992, de bedrijfsvoorheffing wordt vastgesteld volgens de aanduidingen van de schalen opgesteld door de Koning; dat evenwel naar luid van artikel 275, 3/, van hetzelfde wetboek de besluiten genomen ter uitvoering van het voornoemde artikel 275, 1/, op initiatief zelf van de Koning onmiddellijk, zo niet bij de opening van de eerstvolgende zitting, aan de wetgevende kamer ter bekrachtiging dienen te worden voorgelegd; dat bijgevolg het te dezen aangevoerde functioneel belang alleen maar een relatief belang kan zijn aangezien de leden van de wetgevende kamer binnen een korte termijn hun prerogatieven volledig zullen kunnen uitoefenen bij de bespreking en de stemming over het ontwerp van wet tot bekrachtiging van het bestreden besluit; dat het als gevolg van een vermeende schending van de prerogatie- ven aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel dan ook in die mate sterk moet worden gerelativeerd zodat het niet ernstig en evenmin moeilijk te herstellen is; Overwegende dat het door verzoekers aangevoerde persoonlijk nadeel een financieel nadeel is; dat dit nadeel er op neerkomt dat verzoekers als IX-4068-3/5 loontrekkenden en gehuwden onder de rechtstreekse toepassing van het bestreden besluit zouden vallen; dat een financieel nadeel in de regel niet moeilijk te herstellen is; dat verzoekers te dezen niet aantonen dat zij of hun gezin door de uitvoering van het bestreden besluit in een dergelijke precaire situatie zouden terechtkomen dat zelfs een latere vernietiging de gevolgen van de toepassing van het bestreden besluit niet meer of moeilijk zou kunnen herstellen; dat overigens het bedrag van het aangevoer- de financieel nadeel als gevolg van een hogere voorheffing zich klaarblijkelijk beperkt i tot 851,90 en dat dit bedrag hoe dan ook zal verrekend worden in de definitieve aanslag; dat bijgevolg ook dit nadeel geen voldoende graad van ernst vertoont en niet moeilijk te herstellen is; dat dit eveneens het geval is voor andere belastingplichtigen waarvoor verzoekers menen te moeten opkomen; Overwegende dat aldus niet is voldaan aan een van de voor- waarden van artikel 17, 2/, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat die vaststelling volstaat om verzoekers vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel
  7. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  8. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien september 2000 en vier, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : IX-4068-4/5 de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-4068-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.861 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.396 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.