← België

Arrest 134864 - - 14/09/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.864 Rolnummer: A. 145288/XII-4005 Zaak: Arrest 134864 - - 14/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-09-22 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-07-04 08:53 Fiche Arrest nr 134.864 van 14 september 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.864 van 14 september 2004 in de zaak A. 145.288/XII-

  1. In zake :
  2. Dominique DEGROS,
  3. Linda SCHEVERNELS, die woonplaats kiezen bij advocaat J.-M. Hauspie, kantoor houdende te Brussel, A. Reyerslaan 46 tegen : de SCHOLENGROEP BRUSSEL, die woonplaats kiest bij advocaat M. Stommels, kantoor houdende te Antwerpen, Britselei 3, bus
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Dominique Degros en Linda Schevernels op 15 december 2003 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 9 oktober 2003 van de raad van bestuur van de Scholengroep Brussel om, op advies van de beroepscommissie, de beslissing van de algemeen directeur te handhaven waarbij Werner Boualane niet langer wordt toegelaten in het opvangcentrum en het internaat van Neder-Over-Heembeek; Gelet op het arrest nr. 130.043 van 1 april 2004 waarbij de vordering tot schorsing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan verzoekers op 16 april 2004; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; XII-4005-1/3 Gelet op de kennisgeving aan verzoekers, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat verzoekers niet hebben gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 130.043 van 1 april 2004 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing heeft verworpen; dat het verzoekers op 16 april 2004 ter kennis is gebracht; dat daarbij melding is gemaakt van genoemd artikel 17, § 4ter, en aan verzoekers is meegedeeld dat zij over een termijn van dertig dagen beschikken om eventueel een verzoek tot voortzetting van de procedure in te dienen, welk verzoekschrift vergezeld moet zijn van Belgische fiscale zegels ten bedrage van 350 euro, met name 175 euro per verzoeker; Overwegende dat krachtens artikel 70, § 1, tweede lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State het recht voor het indienen van een beroep tot nietigverklaring, wanneer de schorsing van de tenuitvoerlegging wordt gevorderd, slechts verschuldigd is bij het instellen van een vordering tot voortzetting van de procedure en dit recht wordt gekweten door de persoon die de voortzetting van de procedure vraagt; dat op grond van artikel 71, eerste lid, b), het recht wordt gekweten door middel van fiscale zegels op het origineel van het verzoek tot voortzetting; dat de miskenning van die regel de regelmatigheid van het verzoek tot voortzetting aantast; XII-4005-2/3 Overwegende dat verzoekers binnen de termijn van dertig dagen na de kennisgeving van het arrest over de vordering tot schorsing weliswaar een verzoek tot voortzetting hebben toegezonden, maar niet de vereiste fiscale zegels; dat het verzoek tot voortzetting niet regelmatig is; dat krachtens artikel 17, § 4ter, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State een vermoeden van afstand van geding geldt ten aanzien van verzoekers, die niet op regelmatige wijze de voortzetting van de procedure hebben gevraagd, BESLUIT: Artikel
  5. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van verzoekers, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien september 2004, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4005-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.864 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.130.043 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.