id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.967 Rolnummer: A. 155549/XIV-20588 Zaak: Arrest 134967 - - 15/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-09-17 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-04 08:57 Fiche Arrest nr 134.967 van 15 september 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.967 van 15 september 2004 in de zaak A. 155.549/XIV-20.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat P. LUFUMA LUVUEZO, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Montoyerstraat 1/34 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Guinese nationaliteit, op 14 september 2004 per fax heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 12 september 2004 van de Minister van Binnenlandse Zaken tot terugdrijving van verzoekster; Gelet op de beschikking van 14 september 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 14 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 september 2004 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. LUFUMA LUVUEZO, die verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; XIV-20.588-1/4 Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
- Verzoekster komt België binnen op 12 september 2004, voorzien van een Guinees paspoort, met een toeristenvisum afgeleverd door de Franse Ambassade te Conakry. 1.
- Naar aanleiding van de grenscontrole wordt aan verzoekster de toegang tot het grondgebied ontzegd, en wordt er een beslissing tot terugdrijving te haren aanzien genomen. Dit is de bestreden beslissing, die als volgt luidt: “Artikel 3, eerste lid, 3/: kan geen documenten overleggen ter staving van het doel van het voorgenomen verblijf en de verblijfsomstandigheden. Betrokkene verklaart in de dialecttaal Malinque, enkele dagen (precies hoeveel, weet ze niet) te willen blijven in Frankrijk en is in het bezit van een hotelreservatie van 8 dagen. Ze verklaart naar Parijs te willen gaan op vakantie - verlof, verder kan zij geen enkele Franse bezienswaardigheid opnoemen en heeft zij totaal geen documentatie betreffende een toeristische reis. Zij verklaart ook dat zij fantaisie-juwelen zou willen aankopen om door te verkopen in Parijs. Weerom heeft zij geen adressen of uitnodigingen bij van leveranciers, winkels of ateliers in Parijs. Zij kan dus niet aantonen dat zij naar Parijs reist voor de aankoop van juwelen. Betrokkene kan ook niet vermelden hoe ze zich verstaanbaar zal maken in Parijs.”.
- Over het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. 2.
- Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
- Overwegende dat, wat de derde schorsingsvoorwaarde betreft, verzoekster het volgende aanvoert: “Risico van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel: in geval van uitvoering van de omstreden akte zal het visum van verzoekster nietig verklaard worden en zal zij beroofd zijn XIV-20.588-2/4 van een reis die zij al lang voorbereid heeft en waarvoor zij na de uitvoering van verschillende administratieve formaliteiten, o.a. bij de Ambassade van Frankrijk in Guinea, het visum bekomen heeft. De frustratie zal des te groter zijn gezien haar reis geëindigd zal zijn nadat zij haar land reeds per vliegtuig verlaten heeft. De uitvoering van de omstreden akte zal voor verzoekster het willekeurig stopzetten van haar reis betekenen, alsook de nietigverklaring van haar visum dat zij nochtans geldig bekomen had; bovendien zal verzoekster als een slechte reiziger beschouwd worden als zij later in haar land bij de diplomatieke instanties een nieuw visum zal vragen.”; 2.
- Overwegende dat het enkele feit dat verzoeksters toeristisch bezoek aan Parijs niet zal kunnen plaatsvinden, bezwaarlijk kan beschouwd worden als het rechtens vereiste moeilijk te herstellen ernstig nadeel; dat verzoekster nergens aantoont haar reis daadwerkelijk lange tijd vooraf te hebben voorbereid, te meer nu uit het administratief dossier blijkt dat verzoekster niet in het bezit was van de geringste toeristische informatie; dat verzoekster niet aantoont dat het moreel nadeel dat zij lijdt, niet kan worden goedge- maakt door een eventuele latere nietigverklaring van de bestreden beslissing; dat, wat betreft de moeilijkheden die verzoekster meent te zullen ondervinden bij een latere hernieuwing van haar visum, zij zich beperkt tot loutere hypothetische beweringen, die zij geenszins aannemelijk maakt;
- Overwegende dat niet is voldaan aan de derde van de door artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden; dat deze vaststelling volstaat om het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijk- heid af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XIV-20.588-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien september tweeduizend en vier, door: de H. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, Mevr. K. LIEVENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, K. LIEVENS. A. BEIRLAEN. XIV-20.588-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.967 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.