id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.976 Rolnummer: A. 147876/XIV-18708 Zaak: Arrest 134976 - - 15/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-09-23 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-04 08:58 Fiche Arrest nr 134.976 van 15 september 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.976 van 15 september 2004 in de zaak A. 147.876/XIV-18.
- In zake : Ismaël RAVATE, eveneens gekend onder de naam Farid MEZOUAR, verblijvend in de hulpgevangenis te 3000 LEUVEN, Maria-Theresiastraat 74 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Justitie. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Ismaël RAVATE, eveneens gekend onder de naam Farid MEZOUAR, geboren op 4 april 1972 en van Franse nationaliteit, op 23 februari 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Minister van Justitie van 16 december 2003 waardoor de uitlevering van verzoeker wordt toegestaan aan de Franse regering voor de feiten op grond waarvan de uitlevering wordt gevraagd; Gelet op het arrest nr. 128.560 van 26 februari 2004 waarbij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 3 maart 2004; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad XIV-18.708-1/3 van State; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; dat in casu voor de berekening van de termijn wordt rekening gehouden met de omstandigheid dat de verzoekende partij zich in het buitenland bevindt; Overwegende dat bij arrest nr. 128.560 van 26 februari 2004 de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing werd verworpen; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de voornoemde termijn, na kennisgeving van het arrest; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, XIV-18.708-2/3 BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien september tweeduizend en vier, door : de H. D. MOONS, wnd. Kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-18.708-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.976 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.