id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.988 Rolnummer: A. 155674/XIV-20624 Zaak: Arrest 134988 - - 16/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-09-17 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-04 08:58 Fiche Arrest nr 134.988 van 16 september 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 134.988 van 16 september 2004 in de zaak A. 155.674/XIV-20.
- In zake : XXX, verblijvende te 1820 MELSBROEK, Transitcentrum 127, Haachtsesteenweg tegen :
- de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen,
- de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Kameroense nationaliteit, op 16 september 2004 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 8 september 2004 tot bevestiging van de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken van 26 augustus 2004 tot weigering van toegang tot het grondgebied met terugdrijving, aan verzoeker ter kennis gebracht op 9 september 2004; Gelet op de beschikking van 16 september 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota's van de verwerende partijen; Gelet op de beschikking van 16 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 september 2004 om 19.00 uur; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; XIV-20.624-1/3 Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. KILOLO MUSAMBA, die verschijnt voor de verzoekende partij, van Adjunct-adviseur G. DESNYDER, die verschijnt voor de eerste verwerende partij en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
- Verzoeker komt, met een vlucht komende uit YAOUNDE, op 21 augustus 2004 aan op de luchthaven te Zaventem. 1.
- Naar aanleiding van de grenscontrole wordt verzoeker door de politie tegengehouden omdat hij in het bezit is van een vals toeristisch visum van CYPRUS. Hij verklaart op weg te zijn naar LARNACA. Hierop wordt aan verzoeker een beslissing "bijlage 11", "beslissing tot terugdrijving" afgegeven. (stuk 10 van het administratief dossier) 1.
- Vervolgens verklaart verzoeker zich politiek vluchteling. 1.
- Op 23 augustus 2004 wordt verzoeker in het kader van zijn asielaan- vraag gehoord door de Dienst Vreemdelingenzaken. 1.
- Op 24 augustus 2004 neemt de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van toegang tot het grondgebied met terugdrijving te dien einde. 1.
- Op 8 augustus 2004 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing in dringend beroep. Dit is de bestreden beslissing.
- Overwegende dat uit het administratief dossier, in het bijzonder uit het stuk nr. 10 (verslag GID: BN/4648/04) van de met grenscontrole belaste overheden blijkt dat de verzoekende partij bij haar aankomst vanuit Yaounde op de nationale luchthaven van Zaventem door de federale politie werd “onderschept” aan de gate-controle met een paspoort voorzien van een frauduleus toeristisch visum van Cyprus; dat verzoeker op dat ogenblik verklaarde geen problemen te hebben in Kameroen, en dat hij slechts als toerist naar Larnaca wilde reizen; dat pas enkele uren na de vaststelling door de autoriteiten dat XIV-20.624-2/3 verzoekers visum vals was en hem aldus de toegang tot het grondgebied werd ontzegd, hij wel verklaart problemen te hebben gehad in Kameroen en hij politiek asiel aanvraagt; dat overeenkomstig het algemeen rechtsbeginsel “fraus omnia corrumpit” geen gunstig gevolg kan worden verleend aan het beroep van een vreemdeling die met een vals visum het land binnenkomt en die pas politiek asiel aanvraagt nadat de Belgische autoriteiten de valsheid van het visum hadden vastgesteld; dat ambtshalve de onontvankelijkheid van het beroep wordt vastgesteld wegens ontstentenis van het wettelijk vereiste rechtmatig belang; dat alleen reeds om die reden de vordering tot schorsing wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien september tweeduizend en vier, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de H. C. VERHAERT, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. M.-R. BRACKE. XIV-20.624-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.988 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.